Show simple item record

dc.contributor.authorNotenboom J
dc.contributor.authorEijsackers HJP
dc.contributor.authorSwartjes FA
dc.date.accessioned2012-12-12T19:42:05Z
dc.date.available2012-12-12T19:42:05Z
dc.date.issued1995-01-31
dc.identifier715810003
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/260176
dc.description.abstractDit rapport geeft een benadering waarmee het risico van een bodemverontreinigingsgeval voor het ecosysteem kan worden ingeschat. Dit betreft specifiek de beoordeling van de bodemkwaliteit van bouwkavels in het kader van de Woningwet alvorens een bouwvergunning kan worden afgegeven. De beoordelingssystematiek wordt alleen toegepast op bodemverontreinigingsgevallen waarbij interventiewaarden niet zijn overschreden of, indien interventiewaarden worden overschreden, sanering niet-urgent geacht wordt. De benadering sluit zoveel mogelijk aan bij de actuele risico benadering zoals in de inwerkingtredingscirculaire saneringsparagraaf Wet Bodembescherming is uitgewerkt. Het rapport geeft theoretische achtergronden van de ecologische risicobeoordeling van bodemverontreinigingsgevallen. Door de sterke inperkingen die toepassing van een beoordelingsmethodiek binnen de Woningwet oplegt is de voorgestelde methode zeer pragmatisch van opzet, en wordt noodgedwongen voorbijgegaan aan een aantal onzekerheden. De opzet van de methodiek geeft echter ruimte om indien gewenst in de toekomst verdere verfijningen aan te brengen. Vanwege verschil in uitgangspunten, wettelijk kader en beschikbaarheid van gegevens is een zekere divergentie in de beoordeling van ecologische risico's van locaties met bodemverontreiniging in het kader van Woningwet en Wet Bodembescherming onvermijdelijk. De bepaling van het actuele ecologische risico van bodemverontreinigingsgevallen omvat: (1) Een schatting van de mate van ecotoxiciteit, hiertoe worden vervuilingseenheden (aanwezig bodemgehalte gedeeld door HC50-waarde van een stof) gesommeerd. (2) Een schatting van de mate waarin ecosysteemelementen worden blootgesteld. (3) Een beoordeling van de ecologische toegankelijkheid van de te beoordelen kavel en de omgeving. Inschattingen worden gemaakt op basis van het verkennend bodemkundig onderzoek volgens NVN 5740, informatie over het bodemgebruik van de kavel en de bestemming van de omgeving. In een beoordelingskader worden deze elementen geintegreerd waarbij wordt verondersteld dat het risico van een relatief hoge toxische belasting in een situatie met geringe kans op blootstelling en lage toegankelijkheid geringer is dan wanneer de kans op blootstelling en de toegankelijkheid hoog zijn. Naast technisch-wetenschappelijke achtergronden en onzekerheid wordt aandacht besteed aan de praktische toepasbaarheid, uniformiteit en gebruikersvriendelijkheid. Een gebruikershandleiding is toegevoegd. De beschreven methode geeft een voorlopige eerste aanpak en zal in de praktijk op bruikbaarheid moeten worden getoetst, en aangepast. Eveneens is het raadzaam ecologische risico's nader te toetsen op grond van ecotoxicologisch veldonderzoek en de resultaten hiervan te vergelijken met de uitkomsten van de beoordelingsmethodiek. Op grond van een dergelijke evaluatie kan de methode verder worden bijgesteld.<br>
dc.description.abstractIn the framework of the Dutch "Woningwet" (housing law) an approach is developed with the aim of assessing ecological risks of contaminated land. This approach is part of a more general decision support system, on which the assessment of soil quality in granting a building permit for a parcel will be based. Theoretical backgrounds of ecological risk assessment of contaminated sites are given. Within the context of the housing law there are very important limitations with respect to data availability and time available for decision making. This restricts very strongly the possibilities for ecological risk assessment of building parcels and forces to make a choice for a very pragmatic approach. Consequently, one is compelled to accept considerable sources of uncertainty. The proposed approach consists of three elements that are integrated in an assessment scheme. (1) The amount of pollution induced toxic stress on the ecosystem. This is estimated by adding pollution units of the individual contaminating chemicals. A pollution unit consists of the soil concentration of a chemical divided by its Hazardous Concentration 50% (HC50). (2) An estimate of exposure judged by the land-use type of the parcel. (3) An estimate of ecological accessibility based on the land-use in the neighbourhood of the parcel. The assessment scheme is based on the supposition that higher pollution induced stress is acceptable in situations with low chance of exposure and scarce ecological accessibility. Risk levels in this scheme should be given by policy makers because reliable technical and scientific arguments are lacking. Uncertainties of the proposed method are discussed and possibilities are given how improvements in reliability can be made.<br>
dc.description.sponsorshipVNG
dc.description.sponsorship(DGM-BO)
dc.format.extent40 p
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 715810003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/715810003.html
dc.subject05nl
dc.titleBeoordelingssystematiek bodemkwaliteit ten behoeve van bouwvergunningsaanvragen. Deel III. Methodiek ter bepaling van het actuele risico voor het ecosysteemnl
dc.title.alternativeDecision support system on soil quality for assessing building permit applications. Part III. Methodology for assessing actual risks for the ecosystemen
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentECO
dc.contributor.departmentLBG
dc.date.updated2012-12-12T19:42:06Z
html.description.abstractDit rapport geeft een benadering waarmee het risico van een bodemverontreinigingsgeval voor het ecosysteem kan worden ingeschat. Dit betreft specifiek de beoordeling van de bodemkwaliteit van bouwkavels in het kader van de Woningwet alvorens een bouwvergunning kan worden afgegeven. De beoordelingssystematiek wordt alleen toegepast op bodemverontreinigingsgevallen waarbij interventiewaarden niet zijn overschreden of, indien interventiewaarden worden overschreden, sanering niet-urgent geacht wordt. De benadering sluit zoveel mogelijk aan bij de actuele risico benadering zoals in de inwerkingtredingscirculaire saneringsparagraaf Wet Bodembescherming is uitgewerkt. Het rapport geeft theoretische achtergronden van de ecologische risicobeoordeling van bodemverontreinigingsgevallen. Door de sterke inperkingen die toepassing van een beoordelingsmethodiek binnen de Woningwet oplegt is de voorgestelde methode zeer pragmatisch van opzet, en wordt noodgedwongen voorbijgegaan aan een aantal onzekerheden. De opzet van de methodiek geeft echter ruimte om indien gewenst in de toekomst verdere verfijningen aan te brengen. Vanwege verschil in uitgangspunten, wettelijk kader en beschikbaarheid van gegevens is een zekere divergentie in de beoordeling van ecologische risico&apos;s van locaties met bodemverontreiniging in het kader van Woningwet en Wet Bodembescherming onvermijdelijk. De bepaling van het actuele ecologische risico van bodemverontreinigingsgevallen omvat: (1) Een schatting van de mate van ecotoxiciteit, hiertoe worden vervuilingseenheden (aanwezig bodemgehalte gedeeld door HC50-waarde van een stof) gesommeerd. (2) Een schatting van de mate waarin ecosysteemelementen worden blootgesteld. (3) Een beoordeling van de ecologische toegankelijkheid van de te beoordelen kavel en de omgeving. Inschattingen worden gemaakt op basis van het verkennend bodemkundig onderzoek volgens NVN 5740, informatie over het bodemgebruik van de kavel en de bestemming van de omgeving. In een beoordelingskader worden deze elementen geintegreerd waarbij wordt verondersteld dat het risico van een relatief hoge toxische belasting in een situatie met geringe kans op blootstelling en lage toegankelijkheid geringer is dan wanneer de kans op blootstelling en de toegankelijkheid hoog zijn. Naast technisch-wetenschappelijke achtergronden en onzekerheid wordt aandacht besteed aan de praktische toepasbaarheid, uniformiteit en gebruikersvriendelijkheid. Een gebruikershandleiding is toegevoegd. De beschreven methode geeft een voorlopige eerste aanpak en zal in de praktijk op bruikbaarheid moeten worden getoetst, en aangepast. Eveneens is het raadzaam ecologische risico&apos;s nader te toetsen op grond van ecotoxicologisch veldonderzoek en de resultaten hiervan te vergelijken met de uitkomsten van de beoordelingsmethodiek. Op grond van een dergelijke evaluatie kan de methode verder worden bijgesteld.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn the framework of the Dutch &quot;Woningwet&quot; (housing law) an approach is developed with the aim of assessing ecological risks of contaminated land. This approach is part of a more general decision support system, on which the assessment of soil quality in granting a building permit for a parcel will be based. Theoretical backgrounds of ecological risk assessment of contaminated sites are given. Within the context of the housing law there are very important limitations with respect to data availability and time available for decision making. This restricts very strongly the possibilities for ecological risk assessment of building parcels and forces to make a choice for a very pragmatic approach. Consequently, one is compelled to accept considerable sources of uncertainty. The proposed approach consists of three elements that are integrated in an assessment scheme. (1) The amount of pollution induced toxic stress on the ecosystem. This is estimated by adding pollution units of the individual contaminating chemicals. A pollution unit consists of the soil concentration of a chemical divided by its Hazardous Concentration 50% (HC50). (2) An estimate of exposure judged by the land-use type of the parcel. (3) An estimate of ecological accessibility based on the land-use in the neighbourhood of the parcel. The assessment scheme is based on the supposition that higher pollution induced stress is acceptable in situations with low chance of exposure and scarce ecological accessibility. Risk levels in this scheme should be given by policy makers because reliable technical and scientific arguments are lacking. Uncertainties of the proposed method are discussed and possibilities are given how improvements in reliability can be made.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record