Show simple item record

dc.contributor.authorBestebroer TM
dc.contributor.authorBartelds AIM
dc.contributor.authorAndeweg AC
dc.contributor.authorBijlsma K
dc.contributor.authorClaas ECJ
dc.contributor.authorKimman TG
dc.contributor.authorVerweij C
dc.contributor.authorJong JC de
dc.date.accessioned2012-12-12T19:53:00Z
dc.date.available2012-12-12T19:53:00Z
dc.date.issued1996-12-31
dc.identifier245607003
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/260264
dc.description.abstractHet doel van de NIVEL/RIVM-surveillance van respiratoire virusinfecties is de microbiologische oorzaken van acute respiratoire aandoeningen (ARA) op te helderen bij patienten die hun huisarts raadplegen. De basis vormen de 65 'peilstationartsen' die deelnemen aan de registratie van influenza-achtige ziektebeelden (IAZ) door het NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheids-zorg). Sinds het seizoen 1992/93 sturen zij in het respiratoire seizoen neus-/keelwatten op van door hen behandelde patienten met acute luchtwegklachten naar het RIVM. Op dit instituut worden deze specimens onderzocht op de aanwezigheid van virussen door middel van viruskweek. Deze surveillance verschaft betere informatie over de oorzaken van ARA bij de algemene bevolking dan de uitslagen van de virusdiagnostische laboratoria, die het meeste van hun materiaal verkrijgen van ziekenhuispatienten. In september werd een verhoging van het percentage positieve monsters gezien, samenvallend met de opening van de scholen eind augustus. Uit de meeste van deze monsters werd een rhinovirus ge-isoleerd. In combinatie met buitenlandse gegevens over een verhoogde incidentie van ARA wijst deze waarneming op een toename in september van infectieuse ARA in deze periode. De influenzaepidemie van 1995/96 begon vroeg en was van een matige omvang. In Nederland en in vele andere landen overheerste het influenza A(H3N2) virus.
dc.description.abstractThe purpose of the NIVEL/RIVM surveillance of respiratory virus infections is to clarify the etiology of acute respiratory illnesses (ARI) at the level of patients who consult their family doctor. Since the season of 1992/93, the general practitioners (GPs) participating in the nation-wide sentinel network of the Netherlands institute of primary health care (NIVEL) sent nose/throat swabs from their patients with ARI to the RIVM. At RIVM, these swabs were examined for the presence of viruses by virus culture. This surveillance provides more accurate information on the etiology of ARI in the general population than the results of the diagnostic laboratories, which are mainly dealing with specimens from hospitalised patients. A temporary increase of the rate of positive samples - especially yielding rhinoviruses - was noted in September, coinciding with the opening of schools at the end of August. The influenza epidemic of the season of 1995/96 started early and was of a moderate size. In the Netherlands and in a number of other countries, subtype A(H3N2) virus predominated.
dc.description.sponsorshipIGZ
dc.format.extent62 p
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 245607003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/245607003.html
dc.subject02nl
dc.subjectrespiratory tract infectionsen
dc.subjectvirus diseasesen
dc.subjectinfluenzaen
dc.subjectpopulation surveillanceen
dc.titleVirologische NIVEL/RIVM-surveillance van respiratoire virusinfecties in het seizoen 1995/96nl
dc.title.alternativeVirological NIVEL/RIVM-surveillance of respiratory virus infections in the season 1995/96en
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLIO
dc.contributor.departmentLIS
dc.contributor.departmentNIVEL
dc.contributor.departmentEUR
dc.date.updated2012-12-12T19:53:00Z
html.description.abstractHet doel van de NIVEL/RIVM-surveillance van respiratoire virusinfecties is de microbiologische oorzaken van acute respiratoire aandoeningen (ARA) op te helderen bij patienten die hun huisarts raadplegen. De basis vormen de 65 'peilstationartsen' die deelnemen aan de registratie van influenza-achtige ziektebeelden (IAZ) door het NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheids-zorg). Sinds het seizoen 1992/93 sturen zij in het respiratoire seizoen neus-/keelwatten op van door hen behandelde patienten met acute luchtwegklachten naar het RIVM. Op dit instituut worden deze specimens onderzocht op de aanwezigheid van virussen door middel van viruskweek. Deze surveillance verschaft betere informatie over de oorzaken van ARA bij de algemene bevolking dan de uitslagen van de virusdiagnostische laboratoria, die het meeste van hun materiaal verkrijgen van ziekenhuispatienten. In september werd een verhoging van het percentage positieve monsters gezien, samenvallend met de opening van de scholen eind augustus. Uit de meeste van deze monsters werd een rhinovirus ge-isoleerd. In combinatie met buitenlandse gegevens over een verhoogde incidentie van ARA wijst deze waarneming op een toename in september van infectieuse ARA in deze periode. De influenzaepidemie van 1995/96 begon vroeg en was van een matige omvang. In Nederland en in vele andere landen overheerste het influenza A(H3N2) virus.
html.description.abstractThe purpose of the NIVEL/RIVM surveillance of respiratory virus infections is to clarify the etiology of acute respiratory illnesses (ARI) at the level of patients who consult their family doctor. Since the season of 1992/93, the general practitioners (GPs) participating in the nation-wide sentinel network of the Netherlands institute of primary health care (NIVEL) sent nose/throat swabs from their patients with ARI to the RIVM. At RIVM, these swabs were examined for the presence of viruses by virus culture. This surveillance provides more accurate information on the etiology of ARI in the general population than the results of the diagnostic laboratories, which are mainly dealing with specimens from hospitalised patients. A temporary increase of the rate of positive samples - especially yielding rhinoviruses - was noted in September, coinciding with the opening of schools at the end of August. The influenza epidemic of the season of 1995/96 started early and was of a moderate size. In the Netherlands and in a number of other countries, subtype A(H3N2) virus predominated.


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record