Show simple item record

dc.contributor.authorLinden AMA van der
dc.date.accessioned2012-12-12T20:42:14Z
dc.date.available2012-12-12T20:42:14Z
dc.date.issued1987-06-30
dc.identifier728620002
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/260444
dc.description.abstractEen literatuuronderzoek werd uitgevoerd naar het gedrag van de bestrijdingsmiddelen atrazine, 1,3-dichloorpropeen, dinoseb, mecoprop, metam-Na en propachloor in de bodem met speciale aandacht voor het gedrag in de ondergrond. Alleen voor atrazine en 1,3-dichloorpropeen werden enkele gegevens over het gedrag in de ondergrond gevonden. Voor atrazine zijn deze gegevens niet eenduidig. In de zandgebieden van Nederland wordt de ondergrond vaak gekenmerkt door afwezigheid van klei en leem, een gering gehalte aan organische stof (<0.1%) en een geringe microbiele biomassa. Enkele locaties met deze eigenschappen werden geselecteerd. Het bleek niet mogelijk met bestaande kennis het gedrag van de geselecteerde bestrijdingsmiddelen in de ondergrond van de geselecteerde locaties te voorspellen. Dit interne rapport geeft uitgangspunten voor het vervolg van het project.
dc.description.abstractAbstract not available
dc.description.sponsorshipRIVM
dc.format.extent0 p
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 728620002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/728620002.html
dc.subjectondergrondnl
dc.subjectmhnl
dc.titleBeoordeling van risico&apos;s van bestrijdingsmiddelen voor de drinkwatervoorziening. Literatuurstudie naar sorptie en afbraak van middelen in de ondergrond en definitie van kwetsbare aquifersnl
dc.title.alternativeAssessment of the risk of pesticides for drinking water supply. Literature research and definition of vulnerable aquifersen
dc.typeReport
dc.date.updated2012-12-12T20:42:14Z
html.description.abstractEen literatuuronderzoek werd uitgevoerd naar het gedrag van de bestrijdingsmiddelen atrazine, 1,3-dichloorpropeen, dinoseb, mecoprop, metam-Na en propachloor in de bodem met speciale aandacht voor het gedrag in de ondergrond. Alleen voor atrazine en 1,3-dichloorpropeen werden enkele gegevens over het gedrag in de ondergrond gevonden. Voor atrazine zijn deze gegevens niet eenduidig. In de zandgebieden van Nederland wordt de ondergrond vaak gekenmerkt door afwezigheid van klei en leem, een gering gehalte aan organische stof (&lt;0.1%) en een geringe microbiele biomassa. Enkele locaties met deze eigenschappen werden geselecteerd. Het bleek niet mogelijk met bestaande kennis het gedrag van de geselecteerde bestrijdingsmiddelen in de ondergrond van de geselecteerde locaties te voorspellen. Dit interne rapport geeft uitgangspunten voor het vervolg van het project.
html.description.abstractAbstract not available


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record