Show simple item record

dc.contributor.authorBobbink R
dc.contributor.authorHettelingh JP
dc.date.accessioned2017-02-20T08:08:22
dc.date.issued2011-05-19
dc.identifier680359002
dc.identifier.isbn9789069602516
dc.description.abstractHet RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) de wetenschappelijke basis beschreven voor nieuwe drempelwaarden voor stikstofdepositie (empirische kritische depositiewaarden). De hoeveelheid stikstof die vanuit de lucht neerslaat op de bodem is van invloed op de biodiversiteit. De empirische kritische depositiewaarden worden gebruikt om effecten van overmatige stikstofdepositie te schatten. De waarden zijn op basis van empirische veldwaarnemingen bepaald op diverse natuurtypen in Europa en zijn een update van resultaten uit 2003. In vergelijking met deze cijfers zijn nieuwe empirische kritische depositiewaarden tot stand gekomen, zoals voor oppervlaktewateren en mediterrane bossen. Daarnaast zijn enkele waarden verlaagd, zoals voor naaldbossen. Andere rapporten van het RIVM over effecten van luchtverontreiniging bevestigen dat stikstof in Europa een belangrijke risicofactor is voor onder meer veranderingen in de biodiversiteit. Het Coordination Centre for Effects (CCE) aan het RIVM heeft het onderzoek uitgevoerd in nauwe samenwerking met Onderzoekcentrum B-WARE (Nederland), enkele Europese RIVM-zusterinstellingen en andere Europese onderzoeksinstituten. De update is in 2009 gestart door het CCE onder de auspiciën van de UNECE Conventie voor grootschalige grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Het CCE is in 1990 op verzoek van Nederland bij de UNECE opgericht. Het werd bij het RIVM gevestigd om met diens Europese netwerk van circa dertig instituten het Europese luchtbeleid te ondersteunen. Nieuwe wetenschappelijke informatie over de effecten van stikstof op (half-) natuurlijke ecosystemen is nu opgenomen in de Europese databank van empirische kritische depositiewaarden van stikstof. Deze zijn geclassificeerd volgens het European Nature Information System (EUNIS). Tijdens een door het CCE georganiseerde UNECEworkshop in juni 2010 hebben wetenschappers uit Europese lidstaten consensus bereikt over de resultaten. Consensus is belangrijk, omdat de effecten van stikstof binnen Europa kunnen verschillen als gevolg van variaties in meteorologische en bodemcondities.
dc.description.abstractThis report describes the scientific background and results from the review and revision of empirical critical loads of nitrogen that had been established for Europe in 2003 under the auspices of the UNECE Convention on Longrange Transboundary Air Pollution (LRTAP Convention). In 2009 the Coordination Centre for Effects started a project under the LRTAP Convention to bring empirical critical loads up to date. New relevant information from studies (autumn 2002 - spring 2010) on the impacts of nitrogen on natural and semi-natural ecosystems was incorporated in the existing European database on empirical critical loads of N. Empirical critical loads were structured following the classification used in the European Nature Information System (EUNIS). Consensus on the results was obtained in a UNECE workshop on the 'Review and revision of empirical critical loads and dose-response relationships' (23-25 June 2010, Noordwijkerhout, the Netherlands), organised by the Coordination Centre for Effects and the B-WARE Research Centre. The results, as provided in Table 1 of the Executive Summary, show that in many cases the outer ranges of the empirical critical loads have decreased. The resulting European database of 2011 includes both revised and newly established value ranges of empirical critical loads of nitrogen for each EUNIS class. The outcome of this report is of major importance for the protection of N-sensitive natural and semi-natural ecosystems across Europe. This knowledge is used in support of European policies to abate air pollution.
dc.description.sponsorshipMinisterie van Infrastructuur en Milieu
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent246 p
dc.format.extent5888 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherB-WARE (KUN)
dc.relation.ispartofseriesRIVM report 680359002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680359002.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680359002.pdf
dc.subjectLUCHTnl
dc.subjectKWALITEITnl
dc.subjectBiodiversiteitnl
dc.subjectKritische waardenl
dc.subjectLRTAP Conventienl
dc.subjectN-additie experimentennl
dc.subjectStikstofdepositienl
dc.subjectBiodiversityen
dc.subjectDiversityen
dc.subjectEmpirical critical loaden
dc.subjectEUNISen
dc.subjectLRTAP Conventionen
dc.subjectN-addition experimentsen
dc.subjectNitrogen depositionen
dc.subjectSoilen
dc.subjectVegetationen
dc.titleReview and revision of empirical critical loads and dose-response relationships : Proceedings of an expert workshop, Noordwijkerhout, 23-25 June 2010en
dc.typeReport
dc.contributor.departmentCMM
dc.date.updated2017-02-20T07:08:23Z
dc.contributor.divisionmev
refterms.dateFOA2018-12-18T12:29:55Z
html.description.abstractHet RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) de wetenschappelijke basis beschreven voor nieuwe drempelwaarden voor stikstofdepositie (empirische kritische depositiewaarden). De hoeveelheid stikstof die vanuit de lucht neerslaat op de bodem is van invloed op de biodiversiteit. De empirische kritische depositiewaarden worden gebruikt om effecten van overmatige stikstofdepositie te schatten. De waarden zijn op basis van empirische veldwaarnemingen bepaald op diverse natuurtypen in Europa en zijn een update van resultaten uit 2003. In vergelijking met deze cijfers zijn nieuwe empirische kritische depositiewaarden tot stand gekomen, zoals voor oppervlaktewateren en mediterrane bossen. Daarnaast zijn enkele waarden verlaagd, zoals voor naaldbossen. Andere rapporten van het RIVM over effecten van luchtverontreiniging bevestigen dat stikstof in Europa een belangrijke risicofactor is voor onder meer veranderingen in de biodiversiteit.<br>Het Coordination Centre for Effects (CCE) aan het RIVM heeft het onderzoek uitgevoerd in nauwe samenwerking met Onderzoekcentrum B-WARE (Nederland), enkele Europese RIVM-zusterinstellingen en andere Europese onderzoeksinstituten. De update is in 2009 gestart door het CCE onder de auspiciën van de UNECE Conventie voor grootschalige grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Het CCE is in 1990 op verzoek van Nederland bij de UNECE opgericht. Het werd bij het RIVM gevestigd om met diens Europese netwerk van circa dertig instituten het Europese luchtbeleid te ondersteunen. Nieuwe wetenschappelijke informatie over de effecten van stikstof op (half-) natuurlijke ecosystemen is nu opgenomen in de Europese databank van empirische kritische depositiewaarden van stikstof. Deze zijn geclassificeerd volgens het European Nature Information System (EUNIS).<br>Tijdens een door het CCE georganiseerde UNECEworkshop in juni 2010 hebben wetenschappers uit Europese lidstaten consensus bereikt over de resultaten. Consensus is belangrijk, omdat de effecten van stikstof binnen Europa kunnen verschillen als gevolg van variaties in meteorologische en bodemcondities.<br>
html.description.abstractThis report describes the scientific background and results from the review and revision of empirical critical loads of nitrogen that had been established for Europe in 2003 under the auspices of the UNECE Convention on Longrange Transboundary Air Pollution (LRTAP Convention). In 2009 the Coordination Centre for Effects started a project under the LRTAP Convention to bring empirical critical loads up to date. New relevant information from studies (autumn 2002 - spring 2010) on the impacts of nitrogen on natural and semi-natural ecosystems was incorporated in the existing European database on empirical critical loads of N. Empirical critical loads were structured following the classification used in the European Nature Information System (EUNIS).<br>Consensus on the results was obtained in a UNECE workshop on the 'Review and revision of empirical critical loads and dose-response relationships' (23-25 June 2010, Noordwijkerhout, the Netherlands), organised by the Coordination Centre for Effects and the B-WARE Research Centre. The results, as provided in Table 1 of the Executive Summary, show that in many cases the outer ranges of the empirical critical loads have decreased. The resulting European database of 2011 includes both revised and newly established value ranges of empirical critical loads of nitrogen for each EUNIS class. The outcome of this report is of major importance for the protection of N-sensitive natural and semi-natural ecosystems across Europe. This knowledge is used in support of European policies to abate air pollution.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
680359002.pdf
Size:
5.749Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record