Show simple item record

dc.contributor.authorMedema GJ
dc.contributor.authorSchets FM
dc.date.accessioned2012-12-12T20:55:34Z
dc.date.available2012-12-12T20:55:34Z
dc.date.issued1994-09-30
dc.identifier149103002
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/260546
dc.description.abstractBij de Nederlandse drinkwaterbereiding is een aantal locaties aan te wijzen waar de (semi) natuurlijke fauna een significante bron van besmetting met faecaal materiaal kan zijn: de open terugwinreservoirs van de duinwaterbedrijven en spaarbekkens van oppervlaktewaterbedrijven. Met name tijdens de winter is de belasting van deze open reservoirs met watervogels hoog. Watervogels en (water)knaagdieren zijn frequent drager van ziekteverwekkende bacterien (waaronder Campylobacter en Salmonella) en protozoa die via drinkwater infecties kunnen veroorzaken, zodat faecale verontreiniging door deze bron een gezondheidsrisico kan inhouden. Doel van deze studie was het vaststellen van de aantallen en types Campylobacter en Salmonella in water uit terugwinreservoirs en spaarbekkens en in vogelfaeces en hun relatie met de indicatorbacterien voor faecale verontreiniging (thermotolerante bacterien van de coligroep, faecale streptococcen en sporen van sulfietreducerende Clostridia). In de winter van 1990 zijn gedurende 8 weken monsters genomen van water uit reservoirs (pompstation Scheveningen, DZH en pompstation Leiduin, GWA) en spaarbekkenwater (pompstation Braakman, Deltan) en faeces van een aantal vogelsoorten die daar algemeen voorkomen. Campylobacter kwam consistent voor in reservoir en spaarbekkenwater. Hun concentratie lag tussen 0,4 en 46 per 100 ml in reservoirs en tussen 0,2 en 11 per 100 ml in de spaarbekkens. Salmonella werd alleen in een beperkt aantal monsters spaarbekken aangetroffen in duidelijk lagere concentraties (0,09 tot 0,43 per 100 ml). Campylobacter werd in 25 % van de faecesmonsters van wilde eend en kokmeeuw aangetroffen. De aantalsverhouding tussen Campylobacter en indicator-organismen voor faecale verontreiniging (de standaard microbiologische parameters) was hoog (respectievelijk 1:0,02-1:33 in terugwinreservoirs en 1:2-1:500 in spaarbekkens) in vergelijking met door rioollozingen verontreinigd oppervlaktewater. Er is derhalve een lagere veiligsheidsmarge dan gebruikelijk wanneer wordt voldaan aan de eisen van het Waterleidingbesluit. Een deel van Campylobacter serotypen die in het water werden gevonden kwam overeen met serotypen die als veroorzaker van maag-darminfecties bij de mens worden aangetroffen. De nazuivering verwijderde in alle gevallen de Campylobacter-bacterien tot <0,3 per l en de indicator organismen tot beneden de norm uit het Waterleidingbesluit. Van de nazuivering bij de duinwaterbedrijven verwijderde de snelfiltratie 0-70% (DZH) en 84-97% (GWA) en de langzame zandfiltratie >98% van de aanwezige micro-organismen. Dit is bij lage temperaturen ook de maximaal te verwachten verwijderingscapaciteit van deze processen. De concentratie Campylobacter ligt bij de duinwaterbedrijven derhalve naar schatting in de orde van 1 per 100 liter, met piekconcentraties tot 1 per 10 liter in perioden dat de vogelbelasting hoog is en geen nadesinfectie wordt toegepast. Campylobacter is een zeer infectieus organisme. De geschatte Campylobacter concentraties in drinkwater, bereid uit open teruggewonnen duinfiltraat, zijn hoger dan de maximaal toelaatbare concentratie volgens risico-benadering van de US Environmental Protection Agency op basis van een infectie risico van 10 -4 per jaar (1 per 5100 l). Dit betekent dan ook dat de huidige praktijk van drinkwaterbereiding via open terugwinning een gezondheidsrisico met zich mee draagt, met name in de winterperiode als de belasting hoog is en het rendement van de nazuivering laag. Het verdient aanbeveling dit gezondheidsrisico te kwantificeren met behulp van een dosis-effectmodel. Nadesinfectie met chloor, dat beide drinkwaterbedrijven stand-by hebben staan, wordt toegepast wanneer doorslag van indicator organismen wordt geconstateerd. Doordat echter geen veiligheidsmarge ten opzichte van Campylobacter aanwezig is, heeft de Campylobacter concentratie dan het maximaal toelaatbare risico niveau overschreden. Derhalve zijn maatregelen (overkapping/uitbreiden nazuivering) noodzakelijk om dit gezondheidsrisico te reduceren. In het spaarbekkenbedrijf verwijderde coagulatie/filtratie >98% van de aanwezige Campylobacter en indicator organismen en de nadesinfectie met chloordioxide verwijderde naar schatting >99,9% De geschatte concentratie Campylobacter in dit drinkwater ligt in de orde van 0,01-1 per 10.000 l en het potentiele gezondheidsrisico voor Campylobacter ligt hier in de winterperiode dan ook aanzienlijk lager dan bij de duinwaterbedrijven. Om, tot het moment dat maatregelen effectief worden, meer inzicht te krijgen in het gezondheidsrisico van het voorkomen van Campylobacter in duinreservoirwater moet dit water frequent worden onderzocht op het voorkomen van Campylobacter en moet ook de verwijderingscapaciteit van de zuivering worden vastgesteld.<br>
dc.description.abstractIn the Netherlands, open reservoirs are used for drinking water production as pre-treatment storage reservoirs and as collection ponds for infiltrated river water that is recollected from the dunes. Waterfowl, rodents and other wild-living animals may introduce pathogens in these reservoirs. This contamination, that is most pronounced in winter, when the bird-load of the open reservoirs is high, partially undoes the purifying effect of storage and dune infiltration. In the wintermonths of 1990, Campylobacter was consistently present in dune collection pond water and storage reservoirs and was found in 25% of samples from gull and duck faeces. The concentration in water ranges from 0.4-46 per 100 ml in collection ponds and 0.2-11 per 100 ml in storage reservoirs. Several Campylobacter serotypes found in reservoir water are also found in human faecal samples. Salmonella was found only in a limited number of storage reservoir samples. The ratio between the pathogen (Campylobacter) and the routine microbiological parameters was high (1:0.02-1:33 respectively in collection ponds and 1:2-1:500 in storage reservoirs), compared to sewage-polluted surface water. The treatment reduced Campylobacter in all samples to <0,3 per l and the indicator organisms to below the legal standards. Rapid infiltration removed 0-70% (DZH) and 84-97% (GWA) and slow sandfiltration >98% of the microorganisms. At low temperatures, this is the maximal removal efficiency that may be expected of these processes. The estimated Campylobacter concentration in drinking water of the dune water plants in periods with high bird-load and no post-disinfection lies in the order of 1 per 100 liter, with peakconcentrations up to 1 per 10 liter. These concentrations are higher than the maximum acceptable concentration of 1 per 5100 l, based on a 10 -4 infection risk (acceptable level defined by the US Environmental Protection Agency). This means that the current drinking water treatment practice carries a health risk in the winter period. Additional post-treatment or covering the collection ponds should be considered. Storage reservoir water was treated more extensively. Coagulation/filtration removed >98% of the Campylobacter and indicator organisms and the inactivation by post-disinfection with chlorine dioxide was estimated to be 99.9% The estimated concentration of Campylobacter in this drinking water lies in the order of 0,01-1 per 10,000 l. In this case post-contamination by waterfowl is not likely to produce a significant risk of Campylobacter-infections. To increase insight in the health risk of the occurrence of Campylobacter in dune reservoir water, this water must be analysed frequently for the occurrence of Campylobacter and the effectiveness of the post-treatment must be established. Moreover, the health risk should be quantified with the use of dose-response modelling.<br>
dc.description.sponsorshipDGM/DWL
dc.format.extent44 p
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 149103002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/149103002.html
dc.subject06nl
dc.subjectcampylobacternl
dc.subjectsalmonellanl
dc.subjectspaarbekkennl
dc.subjectdrinkwaternl
dc.subjectanalysenl
dc.subjectcampylobacteren
dc.subjectsalmonellaen
dc.subjectreservoirsen
dc.subjectdrinking wateren
dc.subjectanalysisen
dc.titleCampylobacter en Salmonella in open reservoirs voor de drinkwaterbereidingnl
dc.title.alternativeCampylobacter and Salmonella in open reservoirs for drinking water productionen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLWL
dc.date.updated2012-12-12T20:55:35Z
html.description.abstractBij de Nederlandse drinkwaterbereiding is een aantal locaties aan te wijzen waar de (semi) natuurlijke fauna een significante bron van besmetting met faecaal materiaal kan zijn: de open terugwinreservoirs van de duinwaterbedrijven en spaarbekkens van oppervlaktewaterbedrijven. Met name tijdens de winter is de belasting van deze open reservoirs met watervogels hoog. Watervogels en (water)knaagdieren zijn frequent drager van ziekteverwekkende bacterien (waaronder Campylobacter en Salmonella) en protozoa die via drinkwater infecties kunnen veroorzaken, zodat faecale verontreiniging door deze bron een gezondheidsrisico kan inhouden. Doel van deze studie was het vaststellen van de aantallen en types Campylobacter en Salmonella in water uit terugwinreservoirs en spaarbekkens en in vogelfaeces en hun relatie met de indicatorbacterien voor faecale verontreiniging (thermotolerante bacterien van de coligroep, faecale streptococcen en sporen van sulfietreducerende Clostridia). In de winter van 1990 zijn gedurende 8 weken monsters genomen van water uit reservoirs (pompstation Scheveningen, DZH en pompstation Leiduin, GWA) en spaarbekkenwater (pompstation Braakman, Deltan) en faeces van een aantal vogelsoorten die daar algemeen voorkomen. Campylobacter kwam consistent voor in reservoir en spaarbekkenwater. Hun concentratie lag tussen 0,4 en 46 per 100 ml in reservoirs en tussen 0,2 en 11 per 100 ml in de spaarbekkens. Salmonella werd alleen in een beperkt aantal monsters spaarbekken aangetroffen in duidelijk lagere concentraties (0,09 tot 0,43 per 100 ml). Campylobacter werd in 25 % van de faecesmonsters van wilde eend en kokmeeuw aangetroffen. De aantalsverhouding tussen Campylobacter en indicator-organismen voor faecale verontreiniging (de standaard microbiologische parameters) was hoog (respectievelijk 1:0,02-1:33 in terugwinreservoirs en 1:2-1:500 in spaarbekkens) in vergelijking met door rioollozingen verontreinigd oppervlaktewater. Er is derhalve een lagere veiligsheidsmarge dan gebruikelijk wanneer wordt voldaan aan de eisen van het Waterleidingbesluit. Een deel van Campylobacter serotypen die in het water werden gevonden kwam overeen met serotypen die als veroorzaker van maag-darminfecties bij de mens worden aangetroffen. De nazuivering verwijderde in alle gevallen de Campylobacter-bacterien tot &lt;0,3 per l en de indicator organismen tot beneden de norm uit het Waterleidingbesluit. Van de nazuivering bij de duinwaterbedrijven verwijderde de snelfiltratie 0-70% (DZH) en 84-97% (GWA) en de langzame zandfiltratie &gt;98% van de aanwezige micro-organismen. Dit is bij lage temperaturen ook de maximaal te verwachten verwijderingscapaciteit van deze processen. De concentratie Campylobacter ligt bij de duinwaterbedrijven derhalve naar schatting in de orde van 1 per 100 liter, met piekconcentraties tot 1 per 10 liter in perioden dat de vogelbelasting hoog is en geen nadesinfectie wordt toegepast. Campylobacter is een zeer infectieus organisme. De geschatte Campylobacter concentraties in drinkwater, bereid uit open teruggewonnen duinfiltraat, zijn hoger dan de maximaal toelaatbare concentratie volgens risico-benadering van de US Environmental Protection Agency op basis van een infectie risico van 10 -4 per jaar (1 per 5100 l). Dit betekent dan ook dat de huidige praktijk van drinkwaterbereiding via open terugwinning een gezondheidsrisico met zich mee draagt, met name in de winterperiode als de belasting hoog is en het rendement van de nazuivering laag. Het verdient aanbeveling dit gezondheidsrisico te kwantificeren met behulp van een dosis-effectmodel. Nadesinfectie met chloor, dat beide drinkwaterbedrijven stand-by hebben staan, wordt toegepast wanneer doorslag van indicator organismen wordt geconstateerd. Doordat echter geen veiligheidsmarge ten opzichte van Campylobacter aanwezig is, heeft de Campylobacter concentratie dan het maximaal toelaatbare risico niveau overschreden. Derhalve zijn maatregelen (overkapping/uitbreiden nazuivering) noodzakelijk om dit gezondheidsrisico te reduceren. In het spaarbekkenbedrijf verwijderde coagulatie/filtratie &gt;98% van de aanwezige Campylobacter en indicator organismen en de nadesinfectie met chloordioxide verwijderde naar schatting &gt;99,9% De geschatte concentratie Campylobacter in dit drinkwater ligt in de orde van 0,01-1 per 10.000 l en het potentiele gezondheidsrisico voor Campylobacter ligt hier in de winterperiode dan ook aanzienlijk lager dan bij de duinwaterbedrijven. Om, tot het moment dat maatregelen effectief worden, meer inzicht te krijgen in het gezondheidsrisico van het voorkomen van Campylobacter in duinreservoirwater moet dit water frequent worden onderzocht op het voorkomen van Campylobacter en moet ook de verwijderingscapaciteit van de zuivering worden vastgesteld.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn the Netherlands, open reservoirs are used for drinking water production as pre-treatment storage reservoirs and as collection ponds for infiltrated river water that is recollected from the dunes. Waterfowl, rodents and other wild-living animals may introduce pathogens in these reservoirs. This contamination, that is most pronounced in winter, when the bird-load of the open reservoirs is high, partially undoes the purifying effect of storage and dune infiltration. In the wintermonths of 1990, Campylobacter was consistently present in dune collection pond water and storage reservoirs and was found in 25% of samples from gull and duck faeces. The concentration in water ranges from 0.4-46 per 100 ml in collection ponds and 0.2-11 per 100 ml in storage reservoirs. Several Campylobacter serotypes found in reservoir water are also found in human faecal samples. Salmonella was found only in a limited number of storage reservoir samples. The ratio between the pathogen (Campylobacter) and the routine microbiological parameters was high (1:0.02-1:33 respectively in collection ponds and 1:2-1:500 in storage reservoirs), compared to sewage-polluted surface water. The treatment reduced Campylobacter in all samples to &lt;0,3 per l and the indicator organisms to below the legal standards. Rapid infiltration removed 0-70% (DZH) and 84-97% (GWA) and slow sandfiltration &gt;98% of the microorganisms. At low temperatures, this is the maximal removal efficiency that may be expected of these processes. The estimated Campylobacter concentration in drinking water of the dune water plants in periods with high bird-load and no post-disinfection lies in the order of 1 per 100 liter, with peakconcentrations up to 1 per 10 liter. These concentrations are higher than the maximum acceptable concentration of 1 per 5100 l, based on a 10 -4 infection risk (acceptable level defined by the US Environmental Protection Agency). This means that the current drinking water treatment practice carries a health risk in the winter period. Additional post-treatment or covering the collection ponds should be considered. Storage reservoir water was treated more extensively. Coagulation/filtration removed &gt;98% of the Campylobacter and indicator organisms and the inactivation by post-disinfection with chlorine dioxide was estimated to be 99.9% The estimated concentration of Campylobacter in this drinking water lies in the order of 0,01-1 per 10,000 l. In this case post-contamination by waterfowl is not likely to produce a significant risk of Campylobacter-infections. To increase insight in the health risk of the occurrence of Campylobacter in dune reservoir water, this water must be analysed frequently for the occurrence of Campylobacter and the effectiveness of the post-treatment must be established. Moreover, the health risk should be quantified with the use of dose-response modelling.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record