Show simple item record

dc.contributor.authorHuisman G
dc.contributor.authorWiertz J
dc.date.accessioned2012-12-12T21:29:29Z
dc.date.available2012-12-12T21:29:29Z
dc.date.issued1997-05-31
dc.identifier714801012
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/260934
dc.description.abstractHet Centraalbureau voor Statistiek (CBS), Informatie- en Kenniscentrum voor Natuur (IKC-N) en Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) coordineren gezamenlijk het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) om daarmee de voor het Rijk relevante informatie over de toestand van de natuur te verzamelen. In het NEM deelproject 1.7 'biotisch' zijn door het IBN-DLO de indicatorsoorten beschreven van een 36-tal vegetatieontwikkelings(successie-)reeksen. Iedere reeks heeft als eindstadium een bepaald gewenst natuurdoeltype. In het hier beschreven abiotisch deelonderzoek moest voor ieder successiestadium een range bepaald worden voor vochtgehalte, nutrientenbeschikbaarheid en zuurgraad, waarbinnen deze plantengroep haar optimum heeft. Hierdoor wordt het mogelijk om op grond van de gevonden abiotische ranges, onderscheid te maken in de verschillende successiestadia. Met relatief eenvoudige middelen kan dan vastgesteld worden of een natuurgebied zich in de gewenste richting ontwikkelt. Er zijn echter onvoldoende veldmetingen beschikbaar om de abiotische ranges direct te kunnen bepalen. Daarom is een berekening uitgevoerd met behulp van het multistress vegetatiemodel SMART/MOVE in het computerprogramma de Natuurplanner. Bij een aantal natuurdoeltypen sluiten de milieuranges elkaar duidelijk uit en is er dus groot onderscheidend vermogen tussen de opeenvolgende successiestadia. Uit dit onderzoek wordt duidelijk voor welke natuurdoeltypen het onderscheid op grond van abiotische metingen te maken is en voor welke niet. Tevens is duidelijk welke milieufactoren minder onderscheidend zijn en dus niet gemeten hoeven te worden. Ook worden enkele aanbevelingen gedaan om de methode in de toekomst te verbeteren, waardoor waarschijnlijk meer successiestadia zijn te onderscheiden dan nu het geval is.
dc.description.abstractThree Institutes, Statistics Netherlands (CBS), National Reference Centre for Nature management (IKC-N) and National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) together are coordinating the Network Ecological Monitoring (NEM) to gather relevant information for the government about the state of the nature in the Netherlands. IBN-DLO has selected 36 nature target types, together with the vegetation types that will occur during the process of succession. In the research described in this report (NEM subproject 1.7 abiotic) the abiotic conditions required by these vegetation types are calculated using the computer program SMART/MOVE. This provides an easy way to determine wether the vegetation is developing in the right direction. Several nature target types have ranges in abiotic conditions which do not overlap at all. With many, however, more or less overlap occur. In this report was determined to which extent a distinction was possible on the basis of the three ranges of soil-pH, moisture and nutrient content.
dc.description.sponsorshipIKC-N DGM/BO
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent48 p
dc.format.extent2290 kb
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 714801012
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/714801012.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/714801012.pdf
dc.subject04nl
dc.subjectvegetatienl
dc.subjectabiotische factorennl
dc.subjectinventarisatienl
dc.subjectmodelnl
dc.subjectnutrientennl
dc.subjectstikstofnl
dc.subjectzuurgraadnl
dc.subjectwaterstandnl
dc.subjectgrondwaternl
dc.subjectvegetationen
dc.subjectabiotic factorsen
dc.subjectinventoryen
dc.subjectmodelen
dc.subjectnutrientsen
dc.subjectnitrogenen
dc.subjectacidityen
dc.subjectwater levelsen
dc.subjectgroundwateren
dc.subjectsmartmoveen
dc.titleStandplaatskenmerken voor successiestadia van natuurdoeltypen berekend met de Natuurplanner. NEM deelproject 1.7 (abiotisch)nl
dc.title.alternativeSite characteristics for succession phases of nature target types determined with the computermodel 'Nature planner'en
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLBG
dc.date.updated2012-12-12T21:29:30Z
html.description.abstractHet Centraalbureau voor Statistiek (CBS), Informatie- en Kenniscentrum voor Natuur (IKC-N) en Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) coordineren gezamenlijk het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) om daarmee de voor het Rijk relevante informatie over de toestand van de natuur te verzamelen. In het NEM deelproject 1.7 'biotisch' zijn door het IBN-DLO de indicatorsoorten beschreven van een 36-tal vegetatieontwikkelings(successie-)reeksen. Iedere reeks heeft als eindstadium een bepaald gewenst natuurdoeltype. In het hier beschreven abiotisch deelonderzoek moest voor ieder successiestadium een range bepaald worden voor vochtgehalte, nutrientenbeschikbaarheid en zuurgraad, waarbinnen deze plantengroep haar optimum heeft. Hierdoor wordt het mogelijk om op grond van de gevonden abiotische ranges, onderscheid te maken in de verschillende successiestadia. Met relatief eenvoudige middelen kan dan vastgesteld worden of een natuurgebied zich in de gewenste richting ontwikkelt. Er zijn echter onvoldoende veldmetingen beschikbaar om de abiotische ranges direct te kunnen bepalen. Daarom is een berekening uitgevoerd met behulp van het multistress vegetatiemodel SMART/MOVE in het computerprogramma de Natuurplanner. Bij een aantal natuurdoeltypen sluiten de milieuranges elkaar duidelijk uit en is er dus groot onderscheidend vermogen tussen de opeenvolgende successiestadia. Uit dit onderzoek wordt duidelijk voor welke natuurdoeltypen het onderscheid op grond van abiotische metingen te maken is en voor welke niet. Tevens is duidelijk welke milieufactoren minder onderscheidend zijn en dus niet gemeten hoeven te worden. Ook worden enkele aanbevelingen gedaan om de methode in de toekomst te verbeteren, waardoor waarschijnlijk meer successiestadia zijn te onderscheiden dan nu het geval is.
html.description.abstractThree Institutes, Statistics Netherlands (CBS), National Reference Centre for Nature management (IKC-N) and National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) together are coordinating the Network Ecological Monitoring (NEM) to gather relevant information for the government about the state of the nature in the Netherlands. IBN-DLO has selected 36 nature target types, together with the vegetation types that will occur during the process of succession. In the research described in this report (NEM subproject 1.7 abiotic) the abiotic conditions required by these vegetation types are calculated using the computer program SMART/MOVE. This provides an easy way to determine wether the vegetation is developing in the right direction. Several nature target types have ranges in abiotic conditions which do not overlap at all. With many, however, more or less overlap occur. In this report was determined to which extent a distinction was possible on the basis of the three ranges of soil-pH, moisture and nutrient content.


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record