Show simple item record

dc.contributor.authorFraters B
dc.contributor.authorvan Eerdt MM
dc.contributor.authorde Hoop DW
dc.contributor.authorLatour P
dc.contributor.authorOlsthoorn CSM
dc.contributor.authorSwertz OC
dc.contributor.authorVerstraten F
dc.contributor.authorWillens WJ
dc.date.accessioned2017-02-20T06:54:26
dc.date.issued2000-08-01
dc.identifier718201003
dc.description.abstractHet rapport geeft een overzicht van de landbouwpraktijk en de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in Nederland in met name de periode 1992-1997. Het levert het basismateriaal voor het onderdeel 'resultaten controleprogramma's' in de rapportage die de Nederlandse overheid medio 2000 aan de Europese Commissie dient toe te sturen in het kader van de Nitraatrichtlijn. De resultaten van de controleprogramma's moeten een indruk geven van de effectiviteit van het Nederlandse actieprogramma ter uitvoering van de EU-nitraatrichtlijn. de invoering van de in de code voor Goede Landbouwpraktijk uit 1993 genoemde maatregelen. Deels betreft het hier een gefaseerde aanscherping van maatregelen die reeds in 1987 een aanvang hebben genomen. De stikstofaanvoer naar de bodem via meststoffen in de landbouw is in de verslagperiode licht afgenomen. Het stikstofoverschot van de Nederlandse landbouw is niet verminderd als gevolg van lagere gewasopbrengsten. De nitraatconcentratie in het grondwater onder landbouwgrond laat geen trendmatige verandering zijn in de verslagperiode als gecorrigeerd wordt voor weersinvloeden. Het effect van droge en natte jaren is met name in het bovenste grondwater groot. De gemeten nitraatconcentratie in het grondwater is m.n. afhankelijk van de hydrologische omstandigheden, het bodemtype en de diepte van bemonsteren. De jaargemiddelde nitraatconcentraties in de zoete oppervlaktewateren nemen in de verslagperiode af. De maximum nitraatconcentraties daarentegen vertonen geen duidelijke trend. De nitraatconcentraties in de zoute wateren blijven gelijk of dalen, dit geldt voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden. De eutrofiering uitgedrukt als de concentratie aan chlorofyl-a vertoont in de periode 1992-1997 in de zoete oppervlaktewateren en in het kustwater geen duidelijke trend. Over een langere periode gezien (vanaf 1986), is in de rijkswateren en de regionale wateren wel sprake van een daling. Het is nog te vroeg om effecten van het Nederlandse actieprogramma, dat vanaf 1996 van start is gegaan, te kunnen vaststellen, met name als het gaat om de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.<br>
dc.description.abstractThis overview documents agricultural practice, and groundwater and surface water quality, in the Netherlands, mainly for the period from 1992 to 1997. It is intended to provide the Dutch authorities with basic information for reporting on the results of monitoring programmes to asses the effectiveness of the Dutch Action programme. A start was made in the 1992-1997 reporting period with the implementation of the Code of Good Practice in the Netherlands. In part, this concerned accentuation of measures taken in the 1987-1992 period. Nitrogen present in agriculture via chemical fertilisers and manure decreased slightly in 1992-1997. The nitrogen surplus in agriculture has not changed as a result of lower crop yields. Nitrate concentrations in groundwater under agricultural land showed no trend in the reporting period, in which fluctuations in precipitation surplus were accounted for. The nitrate concentration in groundwater and the frequency of exceeding the European reference value not only depends on human activities but also on soil type, the local hydrological conditions and sampling depths. The annual average nitrate concentrations in fresh surface waters influenced by agriculture and other fresh waters decreased in the reporting period. Maximum concentrations showed, on the contrary, an increase. The reason for this is unknown. Nitrate concentrations at monitoring locations in marine waters decreased or did not change. This holds for both average and maximum concentrations. Eutrophication expressed as the concentration of chorophyll-a showed no clear trend in both fresh and marine surface waters in the 1992-1997 period. If the period before 1992 is taken into account (from 1986 onwards), a decrease in eutrophication is observed in fresh waters. It is too early to determine effects of the Dutch Action programme, implemented in 1996; this applies especially to nitrate concentrations in surface and groundwater.<br>
dc.description.sponsorshipVROM
dc.description.sponsorshipLNV
dc.description.sponsorshipW&amp;W
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent128 p
dc.format.extent5562 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherCentraal Bureau voor de Statistiek
dc.publisherRijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA)
dc.publisherRijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ)
dc.publisherExpertisecentrum LNV
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 718201003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/718201003.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/718201003.pdf
dc.subject06nl
dc.subjectnitrateen
dc.subjectgroundwateren
dc.subjectsurface wateren
dc.subjectnitrogen balanceen
dc.subjectagricultureen
dc.subjecteutrophicationen
dc.titleLandbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland. Achtergrondinformatie periode 1992-1997 voor de landenrapportage EU-Nitraatrichtlijnnl
dc.title.alternativeAgricultural practise and water quality in the Netherlands. Background information for the 1992-1997 period for the country report EU Nitrate Directiveen
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentLBG
dc.date.updated2017-02-20T05:54:27Z
html.description.abstractHet rapport geeft een overzicht van de landbouwpraktijk en de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in Nederland in met name de periode 1992-1997. Het levert het basismateriaal voor het onderdeel &apos;resultaten controleprogramma&apos;s&apos; in de rapportage die de Nederlandse overheid medio 2000 aan de Europese Commissie dient toe te sturen in het kader van de Nitraatrichtlijn. De resultaten van de controleprogramma&apos;s moeten een indruk geven van de effectiviteit van het Nederlandse actieprogramma ter uitvoering van de EU-nitraatrichtlijn. de invoering van de in de code voor Goede Landbouwpraktijk uit 1993 genoemde maatregelen. Deels betreft het hier een gefaseerde aanscherping van maatregelen die reeds in 1987 een aanvang hebben genomen. De stikstofaanvoer naar de bodem via meststoffen in de landbouw is in de verslagperiode licht afgenomen. Het stikstofoverschot van de Nederlandse landbouw is niet verminderd als gevolg van lagere gewasopbrengsten. De nitraatconcentratie in het grondwater onder landbouwgrond laat geen trendmatige verandering zijn in de verslagperiode als gecorrigeerd wordt voor weersinvloeden. Het effect van droge en natte jaren is met name in het bovenste grondwater groot. De gemeten nitraatconcentratie in het grondwater is m.n. afhankelijk van de hydrologische omstandigheden, het bodemtype en de diepte van bemonsteren. De jaargemiddelde nitraatconcentraties in de zoete oppervlaktewateren nemen in de verslagperiode af. De maximum nitraatconcentraties daarentegen vertonen geen duidelijke trend. De nitraatconcentraties in de zoute wateren blijven gelijk of dalen, dit geldt voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden. De eutrofiering uitgedrukt als de concentratie aan chlorofyl-a vertoont in de periode 1992-1997 in de zoete oppervlaktewateren en in het kustwater geen duidelijke trend. Over een langere periode gezien (vanaf 1986), is in de rijkswateren en de regionale wateren wel sprake van een daling. Het is nog te vroeg om effecten van het Nederlandse actieprogramma, dat vanaf 1996 van start is gegaan, te kunnen vaststellen, met name als het gaat om de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.&lt;br&gt;
html.description.abstractThis overview documents agricultural practice, and groundwater and surface water quality, in the Netherlands, mainly for the period from 1992 to 1997. It is intended to provide the Dutch authorities with basic information for reporting on the results of monitoring programmes to asses the effectiveness of the Dutch Action programme. A start was made in the 1992-1997 reporting period with the implementation of the Code of Good Practice in the Netherlands. In part, this concerned accentuation of measures taken in the 1987-1992 period. Nitrogen present in agriculture via chemical fertilisers and manure decreased slightly in 1992-1997. The nitrogen surplus in agriculture has not changed as a result of lower crop yields. Nitrate concentrations in groundwater under agricultural land showed no trend in the reporting period, in which fluctuations in precipitation surplus were accounted for. The nitrate concentration in groundwater and the frequency of exceeding the European reference value not only depends on human activities but also on soil type, the local hydrological conditions and sampling depths. The annual average nitrate concentrations in fresh surface waters influenced by agriculture and other fresh waters decreased in the reporting period. Maximum concentrations showed, on the contrary, an increase. The reason for this is unknown. Nitrate concentrations at monitoring locations in marine waters decreased or did not change. This holds for both average and maximum concentrations. Eutrophication expressed as the concentration of chorophyll-a showed no clear trend in both fresh and marine surface waters in the 1992-1997 period. If the period before 1992 is taken into account (from 1986 onwards), a decrease in eutrophication is observed in fresh waters. It is too early to determine effects of the Dutch Action programme, implemented in 1996; this applies especially to nitrate concentrations in surface and groundwater.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record