Show simple item record

dc.contributor.authorNguyen PL
dc.contributor.authorHoogerbrugge R
dc.contributor.authorArkel F van
dc.date.accessioned2017-02-20T07:20:44
dc.date.issued2010-04-01
dc.identifier680704010
dc.description.abstractIn het algemeen zijn de meetlocaties van het LML representatief voor Nederland. Ze voldoen hiermee op dit onderdeel aan de Europese Richtlijn 2008/50/EG. Wel sluit de eenvoudige Nederlandse standaardindeling in drie type stations, regionaal, stadsachtergrond en straatstations, niet bij elke situatie aan. Bij de interpretatie van resultaten van het LML moet hiermee rekening worden gehouden. Zo is er bij enkele regionale stations een piekwaarde voor een stof gemeten, zoals ammoniak in Vredepeel als gevolg van landbouwactiviteiten in de omgeving. Ook bestaan er straatstations buiten de stad waarbij meetlocaties langs de snelweg lopen, zoals bij Breukelen. Daarnaast vertonen regionale stations in een verstedelijkt gebied hogere concentraties dan andere regionale stations. Tegelijkertijd vertoont een voorstadstation bij Groningen juist lage meetresultaten ten opzichte van stedelijke stations in de Randstad. Voor een locatie wordt de 'vrije aanzuiging' van lucht, die nodig is voor de metingen, gehinderd door een nabij gelegen gebouw. Op een aantal locaties werd de aanzuiging gehinderd door bomen, die inmiddels zijn gesnoeid. Dit blijkt uit een evaluatie van de representativiteit van het LML die het RIVM in opdracht van het ministerie van VROM heeft uitgevoerd. Hiervoor zijn meetdata van het RIVM van stikstofoxide, stikstofdioxide, koolmonoxide, fijn stof, ozon, ammoniak en zwaveldioxide uit 2007 gebruikt. Om de consistentie van de resultaten te checken, zijn ze vergeleken met de metingen uit 1994, die overeen bleken te komen. Specifiek is gekeken naar het effect van het snoeien van uitbundige begroeiing op een tweetal locaties. In beide gevallen is geen effect op de concentraties waargenomen. Om vrije aanzuiging van lucht te waarborgen, wordt toch aanbevolen te snoeien.
dc.description.abstractAs a general rule, the Dutch Air Quality Monitoring Network (LML) is representative for the Netherlands. They fulfill the criteria of EU Directive 2008/50/EC for representativeness of measurement sites. However, the Dutch classification of measurement sites, which is a simple classification with only three types of stations, rural, urban background and street, does not always positively correlate to the measurement data. Any interpretation of the measurements of the LML must take this aspect into consideration. A number of rural stations were found to have peak concentrations for one component, for example ammoniac in Vredepeel as a result of agricultural activities in this area, and a number of street stations are actually located on a highway (for example at Breukelen). In addition, rural station in an urbanized area had distinctly higher concentrations than other rural stations, while one station in a suburb of Groningen had lower concentrations than urban stations located in the western industrialized area of the Netherlands. At one measurement station, the flow around the inlet was obstructed by a close building, while at other locations, the flow around the inlet was affected by trees (which have been since pruned). These are the conclusions of the evaluation of the representativeness of the LML which has been performed by the RIVM by request of the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM). For this study, measurements data of the RIVM from 2007 of nitrogen oxide, nitrogen dioxide, carbon monoxide, particulate matter, ozone, ammoniac and sulfur dioxide were used. The results of this screening were then compared with the screening that used data from 1994; this comparison served as a check of the consistency of the observed results which seems to be good. The effect of pruning overgrown trees at two locations was studied in more detail and in both cases, no effect on the concentration was found. To prevent any obstruction of the air inlet it is recommended to prune trees which grow in close proximity to monitoring stations.
dc.description.sponsorshipVROM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent81 p
dc.format.extent8222 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofseriesRIVM report 680704010
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680704010.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680704010.pdf
dc.subjectLUCHTnl
dc.subjectluchtkwaliteitnl
dc.subjectlmlnl
dc.subjectmonitoringnl
dc.subjectrepresentativiteitnl
dc.subjectair qualityen
dc.subjectmonitoringen
dc.subjectrepresentativenessen
dc.titleEvaluation of the representativeness of the Dutch national Air Quality Monitoring Networken
dc.title.alternativeEvaluatie van de representativiteit van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteitnl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentCMM
dc.date.updated2017-02-20T06:20:44Z
refterms.dateFOA2018-12-18T12:50:40Z
html.description.abstractIn het algemeen zijn de meetlocaties van het LML representatief voor Nederland. Ze voldoen hiermee op dit onderdeel aan de Europese Richtlijn 2008/50/EG. Wel sluit de eenvoudige Nederlandse standaardindeling in drie type stations, regionaal, stadsachtergrond en straatstations, niet bij elke situatie aan. Bij de interpretatie van resultaten van het LML moet hiermee rekening worden gehouden.<br>Zo is er bij enkele regionale stations een piekwaarde voor een stof gemeten, zoals ammoniak in Vredepeel als gevolg van landbouwactiviteiten in de omgeving. Ook bestaan er straatstations buiten de stad waarbij meetlocaties langs de snelweg lopen, zoals bij Breukelen. Daarnaast vertonen regionale stations in een verstedelijkt gebied hogere concentraties dan andere regionale stations. Tegelijkertijd vertoont een voorstadstation bij Groningen juist lage meetresultaten ten opzichte van stedelijke stations in de Randstad. Voor een locatie wordt de 'vrije aanzuiging' van lucht, die nodig is voor de metingen, gehinderd door een nabij gelegen gebouw. Op een aantal locaties werd de aanzuiging gehinderd door bomen, die inmiddels zijn gesnoeid.<br>Dit blijkt uit een evaluatie van de representativiteit van het LML die het RIVM in opdracht van het ministerie van VROM heeft uitgevoerd. Hiervoor zijn meetdata van het RIVM van stikstofoxide, stikstofdioxide, koolmonoxide, fijn stof, ozon, ammoniak en zwaveldioxide uit 2007 gebruikt. Om de consistentie van de resultaten te checken, zijn ze vergeleken met de metingen uit 1994, die overeen bleken te komen. Specifiek is gekeken naar het effect van het snoeien van uitbundige begroeiing op een tweetal locaties. In beide gevallen is geen effect op de concentraties waargenomen. Om vrije aanzuiging van lucht te waarborgen, wordt toch aanbevolen te snoeien.<br>
html.description.abstractAs a general rule, the Dutch Air Quality Monitoring Network (LML) is representative for the Netherlands. They fulfill the criteria of EU Directive 2008/50/EC for representativeness of measurement sites. However, the Dutch classification of measurement sites, which is a simple classification with only three types of stations, rural, urban background and street, does not always positively correlate to the measurement data. Any interpretation of the measurements of the LML must take this aspect into consideration.<br>A number of rural stations were found to have peak concentrations for one component, for example ammoniac in Vredepeel as a result of agricultural activities in this area, and a number of street stations are actually located on a highway (for example at Breukelen). In addition, rural station in an urbanized area had distinctly higher concentrations than other rural stations, while one station in a suburb of Groningen had lower concentrations than urban stations located in the western industrialized area of the Netherlands. At one measurement station, the flow around the inlet was obstructed by a close building, while at other locations, the flow around the inlet was affected by trees (which have been since pruned).<br>These are the conclusions of the evaluation of the representativeness of the LML which has been performed by the RIVM by request of the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM). For this study, measurements data of the RIVM from 2007 of nitrogen oxide, nitrogen dioxide, carbon monoxide, particulate matter, ozone, ammoniac and sulfur dioxide were used. The results of this screening were then compared with the screening that used data from 1994; this comparison served as a check of the consistency of the observed results which seems to be good. The effect of pruning overgrown trees at two locations was studied in more detail and in both cases, no effect on the concentration was found. To prevent any obstruction of the air inlet it is recommended to prune trees which grow in close proximity to monitoring stations.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
680704010.pdf
Size:
8.028Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record