Show simple item record

dc.contributor.authorSwart RJ
dc.contributor.authorvan Amstel AR
dc.contributor.authorvan den Born GJ
dc.contributor.authorKroeze C
dc.date.accessioned2017-02-20T07:59:02
dc.date.issued1994-10-31
dc.identifier481507009
dc.description.abstractDit is het eindrapport van het project "Maatschappelijke oorzaken broeikaseffect: emissie-inventarisaties en opties voor uitworpbeperking", gefinancierd door het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering en het Directoraat Milieuhygiene van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. In 1990 was er weinig bekend over de nationale uitworp van de niet-CO2 broeikasgassen en de oorzaken ervan. De doelstellingen van het project waren tweeledig: het ondersteunen van de ontwikkeling van een Nederlands klimaatbeleid dat met alle broeikasgassen rekening zou houden en de identificering van lacunes in de kennis omtrent de bronnen van broeikasgassen teneinde de prioriteitstelling binnen het NOP te ondersteunen. Het eindrapport vat de vier fasen van het project samen. In de eerste fase werd een eerste voorlopige inventarisatie van de uitworp van broeikasgassen gemaakt, te weten koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide of lachgas (N2O) en de ozon precursors koolstofmonoxide (CO), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS). In de tweede fase werd de opgedane kennis gebruikt om de ontwikkeling van Richtlijnen voor Nationale Uitworpinventarisaties door het gezamenlijk OESO/IPCC programma te ondersteunen, onder meer via de organisatie van een internationale workshop en de deelname aan de planningsgroep van het programma. In de derde fase werd een gedetailleerde analyse uitgevoerd van de nationale bronnen van methaan, de huidige en toekomstige uitworp, en de mogelijkheden tot beheersing van de uitworp. Tenslotte werd een vergelijkbare analyse uitgevoerd voor distikstofoxide. In deze studies werd gevonden, dat maatregelen die niet speciaal gericht zijn op het beperken van klimaatverandering, zouden helpen de uitworp van de niet-CO2 broeikasgassen te beheersen. Terwijl voor methaan, de nationale uitworp even zouden afnemen door maatregelen in de veeteelt en afvalverwijdering, zouden voor distikstofoxide de reductie in de uitworp vanuit de landbouw meer dan gecompenseerd worden door een toename in speciaal de transportsector. Het project laat ook zien, dat de toepassing van meer gedetailleerde informatie leidt tot verschillen met de Richtlijnen, enerzijds omdat niet alle broncategorieen in de Richtlijnen zijn opgenomen en anderzijds vanwege andere locatie-specifieke emissiefactoren.<br>
dc.description.abstractThis report is the final summary report of the project "Social causes of the greenhouse effect ; emissions inventories and options for control", funded by the National Research Programme on Global Air Pollution and Climate Change (NRP) and the Environment Directorate of the Ministry of Housing, Physical Planning and Environment. In 1990, little was known about national emissions of greenhouse gases other than carbon dioxide. Therefore, the project was started in that year to develop a national inventory of the emissions of all greenhouse gases and their causes. The objectives of the project were twofold: supporting the development of a comprehensive Dutch climate policy and the identification of gaps in knowledge about sources of greenhouse gases to support priority setting of the NRP. The report summarizes the four phases of the project. In the first phase, a first national inventory of greenhouse gas emissions was made, capturing carbon dioxide (CO2), chlorofluorocarbons (CFCs), methane (CH4), nitrous oxide (N2O) and the ozone precursors carbon monoxide (CO), nitrogen oxides (NOx) and volatile organic compounds (VOC). In the second phase, the acquired expertise was used to support the development of Guidelines for National Emissions Inventories by the joint OECD/IPCC programme through workshop organization and participation in the international planning group. In the third phase, a detailed analysis was performed of the sources of methane, its current and future emissions and the options for control. Finally, a similar analysis was performed for nitrous oxide. In these studies, it was found that policies not specifically aiming at mitigating climate change, would help to control the emissions of the non-CO2 greenhouse gases. While for methane, national emissions would even decrease because of measures in the livestock management and waste disposal sectors, for nitrous oxide the reductions in agricultural emissions would be outweighed by increases especially in the transportation sector. The project shows that the application of more detailed information leads to differences with the Guidelines, both because of the limited number of source categories in the Guidelines and because of different, locally specific emissions factors.<br>
dc.description.sponsorshipDGM/LE
dc.description.sponsorshipNOP
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent24 p
dc.format.extent1159 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 481507009
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/481507009.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/481507009.pdf
dc.subject07nl
dc.titleEmissions inventories and options for control SUMMARY REPORTen
dc.title.alternativeEmissie-inventarisaties en opties voor uitworpbeperkingnl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentMTV
dc.contributor.departmentLAE
dc.date.updated2017-02-20T06:59:02Z
html.description.abstractDit is het eindrapport van het project &quot;Maatschappelijke oorzaken broeikaseffect: emissie-inventarisaties en opties voor uitworpbeperking&quot;, gefinancierd door het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering en het Directoraat Milieuhygiene van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. In 1990 was er weinig bekend over de nationale uitworp van de niet-CO2 broeikasgassen en de oorzaken ervan. De doelstellingen van het project waren tweeledig: het ondersteunen van de ontwikkeling van een Nederlands klimaatbeleid dat met alle broeikasgassen rekening zou houden en de identificering van lacunes in de kennis omtrent de bronnen van broeikasgassen teneinde de prioriteitstelling binnen het NOP te ondersteunen. Het eindrapport vat de vier fasen van het project samen. In de eerste fase werd een eerste voorlopige inventarisatie van de uitworp van broeikasgassen gemaakt, te weten koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide of lachgas (N2O) en de ozon precursors koolstofmonoxide (CO), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS). In de tweede fase werd de opgedane kennis gebruikt om de ontwikkeling van Richtlijnen voor Nationale Uitworpinventarisaties door het gezamenlijk OESO/IPCC programma te ondersteunen, onder meer via de organisatie van een internationale workshop en de deelname aan de planningsgroep van het programma. In de derde fase werd een gedetailleerde analyse uitgevoerd van de nationale bronnen van methaan, de huidige en toekomstige uitworp, en de mogelijkheden tot beheersing van de uitworp. Tenslotte werd een vergelijkbare analyse uitgevoerd voor distikstofoxide. In deze studies werd gevonden, dat maatregelen die niet speciaal gericht zijn op het beperken van klimaatverandering, zouden helpen de uitworp van de niet-CO2 broeikasgassen te beheersen. Terwijl voor methaan, de nationale uitworp even zouden afnemen door maatregelen in de veeteelt en afvalverwijdering, zouden voor distikstofoxide de reductie in de uitworp vanuit de landbouw meer dan gecompenseerd worden door een toename in speciaal de transportsector. Het project laat ook zien, dat de toepassing van meer gedetailleerde informatie leidt tot verschillen met de Richtlijnen, enerzijds omdat niet alle broncategorieen in de Richtlijnen zijn opgenomen en anderzijds vanwege andere locatie-specifieke emissiefactoren.&lt;br&gt;
html.description.abstractThis report is the final summary report of the project &quot;Social causes of the greenhouse effect ; emissions inventories and options for control&quot;, funded by the National Research Programme on Global Air Pollution and Climate Change (NRP) and the Environment Directorate of the Ministry of Housing, Physical Planning and Environment. In 1990, little was known about national emissions of greenhouse gases other than carbon dioxide. Therefore, the project was started in that year to develop a national inventory of the emissions of all greenhouse gases and their causes. The objectives of the project were twofold: supporting the development of a comprehensive Dutch climate policy and the identification of gaps in knowledge about sources of greenhouse gases to support priority setting of the NRP. The report summarizes the four phases of the project. In the first phase, a first national inventory of greenhouse gas emissions was made, capturing carbon dioxide (CO2), chlorofluorocarbons (CFCs), methane (CH4), nitrous oxide (N2O) and the ozone precursors carbon monoxide (CO), nitrogen oxides (NOx) and volatile organic compounds (VOC). In the second phase, the acquired expertise was used to support the development of Guidelines for National Emissions Inventories by the joint OECD/IPCC programme through workshop organization and participation in the international planning group. In the third phase, a detailed analysis was performed of the sources of methane, its current and future emissions and the options for control. Finally, a similar analysis was performed for nitrous oxide. In these studies, it was found that policies not specifically aiming at mitigating climate change, would help to control the emissions of the non-CO2 greenhouse gases. While for methane, national emissions would even decrease because of measures in the livestock management and waste disposal sectors, for nitrous oxide the reductions in agricultural emissions would be outweighed by increases especially in the transportation sector. The project shows that the application of more detailed information leads to differences with the Guidelines, both because of the limited number of source categories in the Guidelines and because of different, locally specific emissions factors.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record