Show simple item record

dc.contributor.authorVeen MP van
dc.contributor.authorTol S van
dc.contributor.authorEsbroek MLP van
dc.contributor.authorNoordijk H
dc.contributor.authorKnegt B de
dc.contributor.authorHinsberg A van
dc.date.accessioned2012-12-12T21:35:19Z
dc.date.available2012-12-12T21:35:19Z
dc.date.issued2005-11-04
dc.identifier718101003
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/261019
dc.description.abstractHet Landelijk Meetnet Flora Milieu- en Natuurkwaliteit (LMF M&N, kortweg LMF, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring) volgt op, naar planning, 10.000 permanente kwadraten de vegetatie in Nederland. Doel van het LMF is ten eerste de effecten van milieudruk op de Nederlandse vegetatie te volgen en, ten tweede, om de veranderingen in de ecologische kwaliteit van de vegetaties te volgen, veelal gerelateerd aan de soortsamenstelling. De vraagstelling in dit rapport is hoe effecten van milieudruk op de vegetatie in indicatoren uitgedrukt kunnen worden. Daartoe is langs een drietal lijnen de indicatiewaarde van de vegetatie onderzocht: Hoe verschillen de huidige indicatiewaarden met een historische vergelijking uit de periode 1900-1950?; doel is om de huidige vegetaties en hun indicatiewaarden in context te zetten; Hoe veranderen de indicatiewaarden van de vegetatie over de huidige stikstofdepositie-gradient? Hoe verandert de biomassa van de vegetatielagen over de huidige depositiegradient? Uit de ontwikkelde indicatoren blijkt dat in de recente situatie de omvang van de vegetatielagen een gevoelige parameter in de hier onderzochte systemen is (het zijn alle relatief arme systemen op zandgronden). De toename van een vegetatielaag hangt direct samen met een toename van de biomassa van die laag, een effect dat gelieerd is aan de voedselverrijking door stikstofdepositie. De geringe veranderingen in Ellenberg-indicatie over de depositiegradient laat zien dat veranderingen in soortsamenstelling (sturende factor achter de verandering van Ellenberg-indicatie) minder gevoelig zijn. De analyse van veranderingen ten opzichte van een historische situatie laat wel degelijk veranderingen in soortsamenstelling zien. Op de arme zandgronden van de open duinen en op de heide zijn twee trends te zien, ten eerste een toename van soorten van voedselrijkere standplaatsen en ten tweede een toename van soorten met een bredere tolerantie voor zuur. Daarbij zijn de soorten met een brede zuurtolerantie ook soorten die bevoordeeld worden door voedselverrijking, namelijk grassen als pijpestrootje en duinriet.
dc.description.abstractThe National Monitoring Network Flora (part of the Network Ecological Monitoring in the Netherlands) monitors the vegetation on about 10.000 permanent relevees in the Netherlands. Aim of the Monitoring Network Flora is to measure the effects of environmental quality on the Dutch vegetation and to measure changes in species composition. The research question in this report is how effects of environmental quality on the vegetation can be quantified. Three subquestions were addressed: first, which are the differences compared to the historic situation (1900/1950); second, how does ecological quality change over the nitrogen deposition gradient and third, how does the coverage of vegetation layers change over the nitrogen deposition gradient in the Netherlands. The results show that the coverage of vegetation layers is a sensitive parameter in the ecosystems that are discussed here (relative poor ecosystems on sandy soils). Increase in the coverage is linked to an increase in biomass of that layer, an effect caused by nitrification. Small changes in Ellenberg indicator values were detected, which indicate that the species composition does not show large differences over the deposition gradient. The analysis of long term changes, a comparison with a historic situation, does show marked differences in species composition. On poor open vegetation on sand, two trends are detectable. First, species of richer soils increase their abundance to the disadvantage of species of poorer soils. Second, species with a broad tolerance for soil acidity increase. These include a number of species that have an advantage in nutrient richer conditions, such as grasses.
dc.description.sponsorshipVROM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent30 p
dc.format.extent480 kb
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM rapport 718101003
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 718101003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/718101003.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/718101003.pdf
dc.subject04nl
dc.subjectmeetnettennl
dc.subjectvegetationnl
dc.subjectmilieudruknl
dc.subjectindicatorennl
dc.subjectkwaliteitnl
dc.subjectnatuurnl
dc.subjectmilieunl
dc.subjecthistorische vergelijkingnl
dc.subjectnatuurkwaliteitnl
dc.subjectstikstofdepositienl
dc.subjectellenberg-indicatienl
dc.subjectbiomassa vegetatielagennl
dc.subjectmonitoring networksen
dc.subjectvegetationen
dc.subjectenvironmental pressureen
dc.subjectindicatorsen
dc.subjectqualityen
dc.subjectnatureen
dc.subjectenvironmenten
dc.subjecthistorical comparisonen
dc.subjectnature qualityen
dc.subjectnitrogen depositionen
dc.subjectellenberg-indicatoren
dc.subjectbiomass of vegetation layersen
dc.titleMilieu-indicatoren op basis van Landelijk Meetnet Flora Milieu- en Natuurkwaliteitnl
dc.title.alternativeIndicators of environmental pressure developed from the National Monitoring Network Floraen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentNLB
dc.date.updated2012-12-12T21:35:20Z
refterms.dateFOA2018-12-18T12:51:35Z
html.description.abstractHet Landelijk Meetnet Flora Milieu- en Natuurkwaliteit (LMF M&N, kortweg LMF, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring) volgt op, naar planning, 10.000 permanente kwadraten de vegetatie in Nederland. Doel van het LMF is ten eerste de effecten van milieudruk op de Nederlandse vegetatie te volgen en, ten tweede, om de veranderingen in de ecologische kwaliteit van de vegetaties te volgen, veelal gerelateerd aan de soortsamenstelling. De vraagstelling in dit rapport is hoe effecten van milieudruk op de vegetatie in indicatoren uitgedrukt kunnen worden. Daartoe is langs een drietal lijnen de indicatiewaarde van de vegetatie onderzocht: Hoe verschillen de huidige indicatiewaarden met een historische vergelijking uit de periode 1900-1950?; doel is om de huidige vegetaties en hun indicatiewaarden in context te zetten; Hoe veranderen de indicatiewaarden van de vegetatie over de huidige stikstofdepositie-gradient? Hoe verandert de biomassa van de vegetatielagen over de huidige depositiegradient? Uit de ontwikkelde indicatoren blijkt dat in de recente situatie de omvang van de vegetatielagen een gevoelige parameter in de hier onderzochte systemen is (het zijn alle relatief arme systemen op zandgronden). De toename van een vegetatielaag hangt direct samen met een toename van de biomassa van die laag, een effect dat gelieerd is aan de voedselverrijking door stikstofdepositie. De geringe veranderingen in Ellenberg-indicatie over de depositiegradient laat zien dat veranderingen in soortsamenstelling (sturende factor achter de verandering van Ellenberg-indicatie) minder gevoelig zijn. De analyse van veranderingen ten opzichte van een historische situatie laat wel degelijk veranderingen in soortsamenstelling zien. Op de arme zandgronden van de open duinen en op de heide zijn twee trends te zien, ten eerste een toename van soorten van voedselrijkere standplaatsen en ten tweede een toename van soorten met een bredere tolerantie voor zuur. Daarbij zijn de soorten met een brede zuurtolerantie ook soorten die bevoordeeld worden door voedselverrijking, namelijk grassen als pijpestrootje en duinriet.
html.description.abstractThe National Monitoring Network Flora (part of the Network Ecological Monitoring in the Netherlands) monitors the vegetation on about 10.000 permanent relevees in the Netherlands. Aim of the Monitoring Network Flora is to measure the effects of environmental quality on the Dutch vegetation and to measure changes in species composition. The research question in this report is how effects of environmental quality on the vegetation can be quantified. Three subquestions were addressed: first, which are the differences compared to the historic situation (1900/1950); second, how does ecological quality change over the nitrogen deposition gradient and third, how does the coverage of vegetation layers change over the nitrogen deposition gradient in the Netherlands. The results show that the coverage of vegetation layers is a sensitive parameter in the ecosystems that are discussed here (relative poor ecosystems on sandy soils). Increase in the coverage is linked to an increase in biomass of that layer, an effect caused by nitrification. Small changes in Ellenberg indicator values were detected, which indicate that the species composition does not show large differences over the deposition gradient. The analysis of long term changes, a comparison with a historic situation, does show marked differences in species composition. On poor open vegetation on sand, two trends are detectable. First, species of richer soils increase their abundance to the disadvantage of species of poorer soils. Second, species with a broad tolerance for soil acidity increase. These include a number of species that have an advantage in nutrient richer conditions, such as grasses.


Files in this item

Thumbnail
Name:
718101003.pdf
Size:
479.4Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record