Show simple item record

dc.contributor.authorvan Jaarsveld JA
dc.contributor.authorvan Pul WAJ
dc.date.accessioned2017-02-20T06:44:25
dc.date.issued2003-03-24
dc.identifier725501006
dc.description.abstractGedurende een jaar (september 2000-september 2001) is in Nederland op 159 locaties met passieve samplers de maandelijkse concentratie van ammoniak bepaald. Het doel van de metingen was drieledig: a) te onderzoeken hoe goed de representativiteit van de LML-stations is, b) een ruimtelijk dekkend beeld van de ammoniakconcentratie over Nederland te verkrijgen en c) te onderzoeken hoe goed dit beeld berekend kan worden met het OPS-model op basis van emissiegegevens. Op de onderdelen a en b is gerapporteerd door Velders et al. (2002). In dt rapport wordt de vergelijking beschreven tussen concentratieberekeningen met OPS op basis van ammoniakemissies in Nederland en omgeving en de metingen van ammoniakconcentraties. Speciale aandacht wordt tevens besteed aan de representativiteit van de meetlocaties van het landelijk meetnet Luchtverontreiniging (LML). De passieve samplers zijn zodanig gesitueerd dat ze representatief zijn met betrekking tot de ruimtelijke verdeling van de ammoniakemissies in Nederland. Van de LML meetstations liggen er relatief meer in gebieden met hoge emissiedichtheden. In het algemeen wordt een goede overeenkomst gevonden tussen de ruimtelijke verdeling van de berekende concentraties en de metingen. In absolute zin zijn de berekende concentraties ca. 30% lager dan de metingen. Dit is in lijn met wat gevonden wordt in andere jaren op basis van de reguliere metingen op de LML-stations. De overeenkomst blijkt beter te zijn bij gebruik van ruimtelijk meer gedetailleerde emissies (500x500 m in plaats van 5x5 km). De verschillen tussen modelberekeningen en metingen vertonen een grillig ruimtelijk patroon over Nederland. Een verband met ruimtelijk varierende factoren zoals emissies en landbedekking kan (nog) niet gelegd worden.In principe voldoet het meetnet aan de eis van representativiteit voor de ammoniakconcentratie over Nederland. Wel moet regelmatig de directe omgeving geinspecteerd worden voor zeer lokale verstoringen. Van drie stations is gebleken dat de specifieke emissie- en/of meetomstandigheden zodanig zijn dat de vergelijking tussen meting en berekening nadelig beinvloed wordt.<br>
dc.description.abstractFrom September 2000 to September 2001 the ammonia concentrations in air were measured on a monthly basis at 159 locations in the Netherlands using passive samplers. Goals were to: a) check the representativeness of the ammonia concentration measurement locations in the National Air Quality Monitoring Network (LML in Dutch), b) discover the spatial pattern of the ammonia concentration in the Netherlands and c) determine the level of success in simulating the concentration pattern with the OPS model. Part of the research was reported by Velders et al. (2002). This report presents a comparison between measured and calculated concentrations with the OPS model on the basis of ammonia emissions in the Netherlands and direct surroundings. Special attention is paid to the representativeness of the measurement locations. The passive samplers were placed at representative locations with respect to the spatial pattern of the ammonia emissions. A relatively larger amount of the ammonia measurement stations in the LML are located in areas with high emissions. In general, the spatial pattern of the ammonia concentrations at the 159 locations was found to be well-represented by the OPS model. The calculations came to about 30% lower than the measurements, which is in agreement with results in previous years on the basis of the regular LML stations. The comparison between measured and modelled concentrations was improved by using more detailed emission inventories (from a scale of 5x5 km to 500x500 m). The comparison between measured and modelled concentrations shows no clear spatial pattern. In principle, a representative ammonia concentration for the Netherlands can still be achieved working from the LML stations. However, since local conditions in the direct surroundings of the measurement locations may severely disturb the measurements and the comparison with model calculations, the local conditions should be monitored regularly.<br>
dc.description.sponsorshipVROM/DGM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent36 p
dc.format.extent645 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 725501006
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/725501006.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/725501006.pdf
dc.subject07nl
dc.subjectmeetnettennl
dc.subjectmeetgegevensnl
dc.subjectmodellenonderzoeknl
dc.subjectluchtverontreinigingnl
dc.subjectevaluatienl
dc.subjecttoetsingnl
dc.subjectcontrolenl
dc.subjectmonitoring networksen
dc.subjectmeasurementsen
dc.subjectmodellingen
dc.subjectair pollutionen
dc.subjectevaluationen
dc.subjectassessmenten
dc.subjectcontrolen
dc.titleBerekende ammoniakconcentraties in Nederland vergeleken met de intensiveringsmetingen met passieve samplersnl
dc.title.alternativeCalculated ammonia concentrations in the Netherlands compared with measured concentrations of the additional passive sampler networken
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLED
dc.date.updated2017-02-20T05:44:26Z
html.description.abstractGedurende een jaar (september 2000-september 2001) is in Nederland op 159 locaties met passieve samplers de maandelijkse concentratie van ammoniak bepaald. Het doel van de metingen was drieledig: a) te onderzoeken hoe goed de representativiteit van de LML-stations is, b) een ruimtelijk dekkend beeld van de ammoniakconcentratie over Nederland te verkrijgen en c) te onderzoeken hoe goed dit beeld berekend kan worden met het OPS-model op basis van emissiegegevens. Op de onderdelen a en b is gerapporteerd door Velders et al. (2002). In dt rapport wordt de vergelijking beschreven tussen concentratieberekeningen met OPS op basis van ammoniakemissies in Nederland en omgeving en de metingen van ammoniakconcentraties. Speciale aandacht wordt tevens besteed aan de representativiteit van de meetlocaties van het landelijk meetnet Luchtverontreiniging (LML). De passieve samplers zijn zodanig gesitueerd dat ze representatief zijn met betrekking tot de ruimtelijke verdeling van de ammoniakemissies in Nederland. Van de LML meetstations liggen er relatief meer in gebieden met hoge emissiedichtheden. In het algemeen wordt een goede overeenkomst gevonden tussen de ruimtelijke verdeling van de berekende concentraties en de metingen. In absolute zin zijn de berekende concentraties ca. 30% lager dan de metingen. Dit is in lijn met wat gevonden wordt in andere jaren op basis van de reguliere metingen op de LML-stations. De overeenkomst blijkt beter te zijn bij gebruik van ruimtelijk meer gedetailleerde emissies (500x500 m in plaats van 5x5 km). De verschillen tussen modelberekeningen en metingen vertonen een grillig ruimtelijk patroon over Nederland. Een verband met ruimtelijk varierende factoren zoals emissies en landbedekking kan (nog) niet gelegd worden.In principe voldoet het meetnet aan de eis van representativiteit voor de ammoniakconcentratie over Nederland. Wel moet regelmatig de directe omgeving geinspecteerd worden voor zeer lokale verstoringen. Van drie stations is gebleken dat de specifieke emissie- en/of meetomstandigheden zodanig zijn dat de vergelijking tussen meting en berekening nadelig beinvloed wordt.&lt;br&gt;
html.description.abstractFrom September 2000 to September 2001 the ammonia concentrations in air were measured on a monthly basis at 159 locations in the Netherlands using passive samplers. Goals were to: a) check the representativeness of the ammonia concentration measurement locations in the National Air Quality Monitoring Network (LML in Dutch), b) discover the spatial pattern of the ammonia concentration in the Netherlands and c) determine the level of success in simulating the concentration pattern with the OPS model. Part of the research was reported by Velders et al. (2002). This report presents a comparison between measured and calculated concentrations with the OPS model on the basis of ammonia emissions in the Netherlands and direct surroundings. Special attention is paid to the representativeness of the measurement locations. The passive samplers were placed at representative locations with respect to the spatial pattern of the ammonia emissions. A relatively larger amount of the ammonia measurement stations in the LML are located in areas with high emissions. In general, the spatial pattern of the ammonia concentrations at the 159 locations was found to be well-represented by the OPS model. The calculations came to about 30% lower than the measurements, which is in agreement with results in previous years on the basis of the regular LML stations. The comparison between measured and modelled concentrations was improved by using more detailed emission inventories (from a scale of 5x5 km to 500x500 m). The comparison between measured and modelled concentrations shows no clear spatial pattern. In principle, a representative ammonia concentration for the Netherlands can still be achieved working from the LML stations. However, since local conditions in the direct surroundings of the measurement locations may severely disturb the measurements and the comparison with model calculations, the local conditions should be monitored regularly.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record