Show simple item record

dc.contributor.authorOverwater R
dc.contributor.authorKwakman P
dc.contributor.authorTwenhofel CJW
dc.contributor.authorKnetsch GJ
dc.contributor.authorScheele MP
dc.contributor.authorvan Velthoven PFJ
dc.contributor.authorle Sager P
dc.contributor.authorKroonenberg FC
dc.contributor.authorSmetsers RCGM
dc.date.accessioned2017-02-20T08:02:31
dc.date.issued2011-04-19
dc.identifier610891001
dc.description.abstractDe in Nederland gemeten radioactiviteit uit Japan ligt duizenden keren lager dan tijdens Tsjernobyl en vormt geen risico voor de Nederlandse bevolking. De berekende stralingsdosis door inhalatie van I-131 over de gehele meetperiode bedraagt minder dan 0,00001 millisievert. De stralingsdosis van Nederlanders is normaal ongeveer 2,5 millisievert per jaar. Bij het kernongeval in Fukushima zijn grote hoeveelheden vluchtige radionucliden in de lucht geloosd. Voorlopige schattingen houden het voor I-131 op ruwweg 10% van wat tijdens Tsjernobyl is vrijgekomen. Deze radionucliden hebben zich in de dagen tot weken daarna verspreid over de atmosfeer op het noordelijk halfrond. Het KNMI geeft aan dat een deel van de uitstoot zich over de Noordpool en een deel zich over de Atlantische oceaan richting Europa heeft verplaatst. Het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM heeft met meerdere meetopstellingen lucht bemonsterd. Het RIVM heeft een HVS opstelling gebruikt om de dagelijkse variaties in kaart te brengen van de meest relevante radionucliden I-131, Cs-137 en Cs-134. Een bemonsteringsapparaat met een nog hoger debiet, Snow White, is gebruikt om aan stof gebonden radionucliden aan te tonen met nog lagere luchtconcentraties. Apparatuur van de RIVM meetwagens is ingezet om de verschillende fracties van I-131 (stofgebonden, elementair en organisch) te bepalen. In de periode van 23 maart tot 11 april 2011 zijn in Nederlandse buitenlucht sporen van radioactiviteit aangetoond. De hoogste concentraties zijn gevonden voor I-131. Ongeveer 31% daarvan zat in de stofgebonden fractie. De gemiddelde waarde van de stofgebonden fractie over de periode 23 maart - 11 april bedroeg 0,57 milliBq/m3. Als we aannemen dat de stofgebonden fractie over de hele periode constant verondersteld mag worden, leidt dat over de periode 23 maart - 11 april tot een gemiddelde I-131 concentratie (alle fracties samen) van 1,84 milliBq/m3. De gemeten concentraties van Cs-137, Cs-134, Te-129m, Te-129, Te-132 en I-132 waren in de gerapporteerde periode typisch een factor 10 lager dan de stofgebonden fractie van I-131. Voor Cs-136 was het verschil ruim een factor 100. In de landen om ons heen zijn vergelijkbare waarden gevonden. Op dit moment worden nog steeds sporen van radioactiviteit aangetroffen. Aanvullende data worden gepubliceerd op de RIVM website.
dc.description.sponsorshipMinisterie van Economische Zaken
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent25 p
dc.format.extent2694 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherKoninklijk Nederlands Meteorologish Instituut KNMI
dc.relation.ispartofseriesRIVM briefrapport 610891001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610891001.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610891001.pdf
dc.subjectSTRALINGnl
dc.subjectLUCHTnl
dc.subjectGEZONDHEIDnl
dc.titleMetingen in buitenlucht op het RIVM-terrein te Bilthoven na het Fukushima kernongeval in maart 2011nl
dc.typeBriefrapport
dc.contributor.departmentLSO
dc.date.updated2017-02-20T07:02:31Z
dc.contributor.divisionmev
refterms.dateFOA2018-12-13T10:39:44Z
html.description.abstractDe in Nederland gemeten radioactiviteit uit Japan ligt duizenden keren lager dan tijdens Tsjernobyl en vormt geen risico voor de Nederlandse bevolking. De berekende stralingsdosis door inhalatie van I-131 over de gehele meetperiode bedraagt minder dan 0,00001 millisievert. De stralingsdosis van Nederlanders is normaal ongeveer 2,5 millisievert per jaar.<br>Bij het kernongeval in Fukushima zijn grote hoeveelheden vluchtige radionucliden in de lucht geloosd. Voorlopige schattingen houden het voor I-131 op ruwweg 10% van wat tijdens Tsjernobyl is vrijgekomen. Deze radionucliden hebben zich in de dagen tot weken daarna verspreid over de atmosfeer op het noordelijk halfrond. Het KNMI geeft aan dat een deel van de uitstoot zich over de Noordpool en een deel zich over de Atlantische oceaan richting Europa heeft verplaatst.<br>Het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM heeft met meerdere meetopstellingen lucht bemonsterd. Het RIVM heeft een HVS opstelling gebruikt om de dagelijkse variaties in kaart te brengen van de meest relevante radionucliden I-131, Cs-137 en Cs-134. Een bemonsteringsapparaat met een nog hoger debiet, Snow White, is gebruikt om aan stof gebonden radionucliden aan te tonen met nog lagere luchtconcentraties. Apparatuur van de RIVM meetwagens is ingezet om de verschillende fracties van I-131 (stofgebonden, elementair en organisch) te bepalen.<br>In de periode van 23 maart tot 11 april 2011 zijn in Nederlandse buitenlucht sporen van radioactiviteit aangetoond. De hoogste concentraties zijn gevonden voor I-131. Ongeveer 31% daarvan zat in de stofgebonden fractie. De gemiddelde waarde van de stofgebonden fractie over de periode 23 maart - 11 april bedroeg 0,57 milliBq/m3. Als we aannemen dat de stofgebonden fractie over de hele periode constant verondersteld mag worden, leidt dat over de periode 23 maart - 11 april tot een gemiddelde I-131 concentratie (alle fracties samen) van 1,84 milliBq/m3.<br>De gemeten concentraties van Cs-137, Cs-134, Te-129m, Te-129, Te-132 en I-132 waren in de gerapporteerde periode typisch een factor 10 lager dan de stofgebonden fractie van I-131. Voor Cs-136 was het verschil ruim een factor 100. In de landen om ons heen zijn vergelijkbare waarden gevonden.<br>Op dit moment worden nog steeds sporen van radioactiviteit aangetroffen. Aanvullende data worden gepubliceerd op de RIVM website.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
610891001.pdf
Size:
2.630Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record