Show simple item record

dc.contributor.authorvan Riet-Nales DA
dc.contributor.authorvan Aalst P
dc.contributor.authorde Kaste D
dc.contributor.authorDerks HJGM
dc.date.accessioned2017-02-20T07:26:56
dc.date.issued1998-10-09
dc.identifier670110001
dc.description.abstractIn 1976 bleek uit de literatuur, dat de werkzaamheid van een antacidum werd bepaald door de neutralizatiesnelheid, de maximaal bereikte pH en de werkingsduur. Een pharmacopee methode die met deze drie criteria rekening hield, ontbrak. Het RIGO ontwikkelde daarom een methode voor de in-vitro bepaling van de activiteit van antacida, inclusief specificaties, die met deze criteria rekening hield. De effectiviteit van een antacidum werd in Nederland voldoende geacht door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), als dit voldeed aan de RIGO specificaties bij testen met de RIGO methode. Dit beleid is nog steeds van toepassing, ondermeer omdat een pharmacopee methode die met deze drie criteria rekening houdt, nog steeds ontbreekt. De RIGO methode dient echter geevalueerd te worden in het licht van het huidige stand van de wetenschap. Door de introductie van de decentrale en centrale procedures is er een groeiende behoefte aan een Europees draagvlak voor het CBG-beleid. Omdat de RIGO methode gebruik maakt van niet commercieel verkrijgbare apparatuur, is tevens onderzocht of de methode gestandaardiseerd kon worden door gebruik te maken van de USP dissolutie test apparatuur. De USP apparatuur bleek een goed alternatief te zijn. De nieuw ontwikkelde (en gevalideerde) methode wordt beschouwd als een een goed uitgangspunt voor een geharmoniseerde Europese monografie voor de kwaliteit van antacida.<br>
dc.description.abstractIn 1976, literature showed that antacid efficacy was dependent on speed of neutralization, maximum pH reached and duration of effect, whereas a pharmacopoeial test procedure which took account of these criteria was missing. Therefore, RIGO developed an in-vitro test procedure for antacid activity (including specifications) which took these criteria into account. The Medicines Evaluation Board in the Netherlands (MEB) decided that the efficacy of an antacid preparation was deemed to be sufficient, if the antacid met the RIGO-specifications using the RIGO-method. This policy is still valid because a pharmacopoeial test procedure which takes these three criteria into account is still not developed. However, the RIGO-method needs to be evaluated in the light of current scientific knowledge and there is a growing need for European support of the policy mentioned because of recently introduced central and decentral registration procedures. Since the RIGO-method uses non- commercially available apparatus, it was investigated whether the RIGO-method could be standardized using the USP dissolution test apparatus. The USP-apparatus appeared to be a good alternative. The newly developed (and validated) test procedure is a good starting point for a European pharmacopoeial test procedure for antacid activity.<br>
dc.description.sponsorshipACBG
dc.format.extent34 p
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 670130001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/670110001.html
dc.subject10nl
dc.subjectantacidnl
dc.subjectin-vitronl
dc.subjecttest procedurenl
dc.subjectmethodnl
dc.subjectuspnl
dc.subjectdissolution test apparatusnl
dc.subjectquality controlnl
dc.subjectph. eur.nl
dc.subjectneutralizing capacitynl
dc.titleQuality control of antacid preparations: Up-dating the RIGO-method using standard USP dissolution test apparatusen
dc.title.alternativeKwaliteitscontrole van antacida: up-dating de RIGO-methode door gebruik te maken van de gestandaardizeerde USP dissolutie test apparatuurnl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLGO
dc.date.updated2017-02-20T06:26:56Z
html.description.abstractIn 1976 bleek uit de literatuur, dat de werkzaamheid van een antacidum werd bepaald door de neutralizatiesnelheid, de maximaal bereikte pH en de werkingsduur. Een pharmacopee methode die met deze drie criteria rekening hield, ontbrak. Het RIGO ontwikkelde daarom een methode voor de in-vitro bepaling van de activiteit van antacida, inclusief specificaties, die met deze criteria rekening hield. De effectiviteit van een antacidum werd in Nederland voldoende geacht door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), als dit voldeed aan de RIGO specificaties bij testen met de RIGO methode. Dit beleid is nog steeds van toepassing, ondermeer omdat een pharmacopee methode die met deze drie criteria rekening houdt, nog steeds ontbreekt. De RIGO methode dient echter geevalueerd te worden in het licht van het huidige stand van de wetenschap. Door de introductie van de decentrale en centrale procedures is er een groeiende behoefte aan een Europees draagvlak voor het CBG-beleid. Omdat de RIGO methode gebruik maakt van niet commercieel verkrijgbare apparatuur, is tevens onderzocht of de methode gestandaardiseerd kon worden door gebruik te maken van de USP dissolutie test apparatuur. De USP apparatuur bleek een goed alternatief te zijn. De nieuw ontwikkelde (en gevalideerde) methode wordt beschouwd als een een goed uitgangspunt voor een geharmoniseerde Europese monografie voor de kwaliteit van antacida.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn 1976, literature showed that antacid efficacy was dependent on speed of neutralization, maximum pH reached and duration of effect, whereas a pharmacopoeial test procedure which took account of these criteria was missing. Therefore, RIGO developed an in-vitro test procedure for antacid activity (including specifications) which took these criteria into account. The Medicines Evaluation Board in the Netherlands (MEB) decided that the efficacy of an antacid preparation was deemed to be sufficient, if the antacid met the RIGO-specifications using the RIGO-method. This policy is still valid because a pharmacopoeial test procedure which takes these three criteria into account is still not developed. However, the RIGO-method needs to be evaluated in the light of current scientific knowledge and there is a growing need for European support of the policy mentioned because of recently introduced central and decentral registration procedures. Since the RIGO-method uses non- commercially available apparatus, it was investigated whether the RIGO-method could be standardized using the USP dissolution test apparatus. The USP-apparatus appeared to be a good alternative. The newly developed (and validated) test procedure is a good starting point for a European pharmacopoeial test procedure for antacid activity.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record