Show simple item record

dc.contributor.authorRutgers M*
dc.contributor.authorBloem J*
dc.contributor.authorGroeneveld K*
dc.date.accessioned2017-02-20T07:49:22
dc.date.issued2003-02-20
dc.identifier607604004
dc.description.abstractOp 3 oktober 2002 werd een workshop gehouden met de titel "Bodemleven, bodemkwaliteit en duurzaam bodemgebruik" georganiseerd door Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), in opdracht van de Ministeries LNV en VROM. Het doel van de workshop was de ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bodembeheer en bodemecosystemen te bespreken en de onderzoeksactiviteiten van WUR en RIVM af te stemmen op de wensen van de gebruikers en opdrachtgevers. Gedurende bijna 5 jaar wordt op een gestandaardiseerde wijze de bodemecologie in Nederland geinventariseerd via de zogenaamde Bodembiologische Indicator (BoBI), onder andere in het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB). De eerste resultaten laten zien dat er relaties gelegd kunnen worden tussen (intensiteit van) het bodemgebruik en veranderingen in het bodemecosysteem bij landbouwkundig grondgebruik. Deze informatie is van belang voor het beleid op het gebied van duurzaam bodembeheer en voor de lokale bodembeheerder (bijvoorbeeld de boer). De gegevens uit de inventarisatie zijn bruikbaar om de vragen die bij het bodembeheer en bodembeleid leven, te beantwoorden. Tevens is de verwachting dat de actuele vragen zullen leiden tot aanpassingen in de technische uitvoering van BoBI binnen het meetprogramma, in drie richtingen: 1. Buiten de locaties van het LMB zijn metingen noodzakelijk om tot landsdekkende beelden te komen voor wat betreft aanvullende combinaties van bodem en landgebruik, 2. Aanpassing van BoBI zodat de indicator geschikt wordt voor locatiespecifiek gebruik door bodembeheerders (boeren, bevoegd gezag, t.b.v. gebiedsgericht beleid), 3.Bij de potentiele gebruikers is de wens naar voren gekomen om de veranderbaarheid van het bodemgebruik in beeld te (kunnen) brengen<br>
dc.description.abstract3 October 2002 a workshop was held entitled "Life in the soil, soil quality, and sustainable land-use" (in Dutch: Bodemleven, bodemkwaliteit en duurzaam bodemgebruik). The workshop was organised by Wageningen University and Research Center, and the National Institute for Public Health and the Environment, under the authority of the Dutch ministries of Agriculture, Nature Management and Fisheries, and Public Housing, Spatial Planning and the Environment. The aim of the workshop was to discuss developments in sustainable land-use and soil ecosystems with policymakers and scientists, in order to adjust current research projects. During almost 5 years, the so-called Biological Indicator for Soil Quality (BiSQ) is used for making an inventory of the soil ecosystem in the Netherlands, for example in the Dutch Soil Quality Network (DSQN). The first results indicate explicit relationships between intensity and type of land-use and changes in the soil ecosystem in agricultural areas (e.g. loss of biodiversity of soil organisms). This information is important for policy-making and land-management (for example farmers). The soil ecological data can be used to solve the questions from land management and soil policy. Current needs can lead to adjustments in the BiSQ and the monitoring program, possibly in the following directions: 1. Extension of the set of locations in the DSQN in order to include more combinations of land-use and soil-type. 2. Restructuring of the BiSQ in order to develop an instrument which can be used for site-specific measurements e.g. for farmers, and for local and regional authorities. 3. Attention is needed for indicators to quantify the potency for land-use change and relationship with sustainable land-use.<br>
dc.description.sponsorshipVROM/DGM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent107 p
dc.format.extent11000 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 607604004
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607604004.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607604004.pdf
dc.subject05nl
dc.subjectbodemkwaliteitnl
dc.subjectterrestrische ecosystemennl
dc.subjectgrondgebruiknl
dc.subjectduurzaamheidnl
dc.subjectindicatorennl
dc.subjectevaluatienl
dc.subjectbodemecosysteemnl
dc.subjectduurzaamnl
dc.subjectbodemgebruiknl
dc.subjectbodemkwaliteitnl
dc.subjectrisicobeoordelingnl
dc.subjectbodemorganismennl
dc.subjectsoil qualityen
dc.subjectterrestrial ecosystemsen
dc.subjectland useen
dc.subjectsustainabilityen
dc.subjectindicatorsen
dc.subjectevaluationen
dc.titleBodemleven, bodemkwaliteit en duurzaam bodemgebruik - verslag van de workshop 3 oktober 2002nl
dc.title.alternativeLife in the soil, soil quality and sustainable land-use - minutes of the workshop 3 October 2002en
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentLER
dc.date.updated2017-02-20T06:49:23Z
html.description.abstractOp 3 oktober 2002 werd een workshop gehouden met de titel &quot;Bodemleven, bodemkwaliteit en duurzaam bodemgebruik&quot; georganiseerd door Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), in opdracht van de Ministeries LNV en VROM. Het doel van de workshop was de ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bodembeheer en bodemecosystemen te bespreken en de onderzoeksactiviteiten van WUR en RIVM af te stemmen op de wensen van de gebruikers en opdrachtgevers. Gedurende bijna 5 jaar wordt op een gestandaardiseerde wijze de bodemecologie in Nederland geinventariseerd via de zogenaamde Bodembiologische Indicator (BoBI), onder andere in het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB). De eerste resultaten laten zien dat er relaties gelegd kunnen worden tussen (intensiteit van) het bodemgebruik en veranderingen in het bodemecosysteem bij landbouwkundig grondgebruik. Deze informatie is van belang voor het beleid op het gebied van duurzaam bodembeheer en voor de lokale bodembeheerder (bijvoorbeeld de boer). De gegevens uit de inventarisatie zijn bruikbaar om de vragen die bij het bodembeheer en bodembeleid leven, te beantwoorden. Tevens is de verwachting dat de actuele vragen zullen leiden tot aanpassingen in de technische uitvoering van BoBI binnen het meetprogramma, in drie richtingen: 1. Buiten de locaties van het LMB zijn metingen noodzakelijk om tot landsdekkende beelden te komen voor wat betreft aanvullende combinaties van bodem en landgebruik, 2. Aanpassing van BoBI zodat de indicator geschikt wordt voor locatiespecifiek gebruik door bodembeheerders (boeren, bevoegd gezag, t.b.v. gebiedsgericht beleid), 3.Bij de potentiele gebruikers is de wens naar voren gekomen om de veranderbaarheid van het bodemgebruik in beeld te (kunnen) brengen&lt;br&gt;
html.description.abstract3 October 2002 a workshop was held entitled &quot;Life in the soil, soil quality, and sustainable land-use&quot; (in Dutch: Bodemleven, bodemkwaliteit en duurzaam bodemgebruik). The workshop was organised by Wageningen University and Research Center, and the National Institute for Public Health and the Environment, under the authority of the Dutch ministries of Agriculture, Nature Management and Fisheries, and Public Housing, Spatial Planning and the Environment. The aim of the workshop was to discuss developments in sustainable land-use and soil ecosystems with policymakers and scientists, in order to adjust current research projects. During almost 5 years, the so-called Biological Indicator for Soil Quality (BiSQ) is used for making an inventory of the soil ecosystem in the Netherlands, for example in the Dutch Soil Quality Network (DSQN). The first results indicate explicit relationships between intensity and type of land-use and changes in the soil ecosystem in agricultural areas (e.g. loss of biodiversity of soil organisms). This information is important for policy-making and land-management (for example farmers). The soil ecological data can be used to solve the questions from land management and soil policy. Current needs can lead to adjustments in the BiSQ and the monitoring program, possibly in the following directions: 1. Extension of the set of locations in the DSQN in order to include more combinations of land-use and soil-type. 2. Restructuring of the BiSQ in order to develop an instrument which can be used for site-specific measurements e.g. for farmers, and for local and regional authorities. 3. Attention is needed for indicators to quantify the potency for land-use change and relationship with sustainable land-use.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record