Show simple item record

dc.contributor.authorStam R
dc.date.accessioned2013-06-19T11:36:17Z
dc.date.available2013-06-19T11:36:17Z
dc.date.issued2013-01-15
dc.identifier610111001
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/294225
dc.description.abstractDe doses straling die patiënten in Nederland en het Verenigd Koninkrijk per röntgenonderzoek oplopen behoren tot de laagste in Europa. In beide landen zijn de doses per onderzoek sinds de jaren negentig gedaald als gevolg van beperkende maatregelen. Wel liggen de doses van medische verrichtingen waarbij relatief meer straling vrijkomt in Nederland hoger dan in het Verenigd Koninkrijk. Voorbeelden daarvan zijn doorlichting van het maag-darmkanaal of een CT-scan van de buik. Door onzekerheden in de dosisdata van elk land is het overigens niet altijd duidelijk of deze verschillen tussen de landen significant zijn. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het RIVM, dat is aangevuld met interviews met experts uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Ondanks de gunstige positie van Nederland valt er op dit gebied nog steeds winst te behalen. Dit is van belang omdat de totale medische stralingsbelasting per patiënt de laatste jaren toeneemt. Dat komt doordat Nederlanders jaarlijks gemiddeld steeds meer medische verrichtingen ondergaan waarbij straling vrijkomt. Verbetermogelijkheden Het is soms mogelijk om met een lagere dosis voldoende beeldkwaliteit te krijgen. Het is daarom raadzaam om de dosisinformatie die radiologische systemen bieden voor alle ziekenhuizen op een standaard wijze te verzamelen. Momenteel gebeurt dit op uiteenlopende manieren. Ook is het van belang om dosisinformatie tijdens het röntgenonderzoek zichtbaarder te maken voor de radioloog of laborant, zodat deze eventueel aanpassingen kan doen. Verder is het van belang om onderzoeksprotocollen en dosisbesparende vernieuwingen landelijk te coördineren en te standaardiseren, zodat alle ziekenhuizen daarvan gebruik kunnen maken. Daarnaast zou er in landelijke richtsnoeren, bij de scholing van beroepsgroepen en bij de inspecties aandacht moeten zijn om de dosis te optimaliseren. Ten slotte zou het gebruik van de zogeheten Diagnostische Referentieniveaus uitgebreid moeten worden van de grote academische en regionale ziekenhuizen naar de kleinere. Zowel de beroepsverenigingen als de Inspectie voor de Gezondheidszorg kunnen deze maatregelen faciliteren.
dc.description.abstractThe radiation doses that patients in the Netherlands and the United Kingdom are exposed to are among the lowest in Europe. The doses per examination in both countries have decreased since the early nineties as a result of reduction measures. However, the doses for some of the more dose-intense medical examinations are higher in the Netherlands than in the United Kingdom. Examples of these are fluoroscopy of the gastrointestinal tract and an abdominal CT scan. Because of the uncertainties in each country's dose data it is not always clear whether these differences are significant. These are the results of a literature study by the National Institute of Public Health and the Environment, augmented by interviews with experts in the Netherlands and in the United Kingdom. Despite the favourable position of the Netherlands improvements are still possible. This is important, because the total medical radiation burden per patient has been increasing over the last few years. This is caused by the fact that Dutch citizens on average undergo more medical examinations involving radiation. Possible improvements It is sometimes possible to achieve the same image quality with a lower dose. It is therefore advisable to use standardised methods for all hospitals to collect information about dose in radiological systems. At the moment these methods vary. It is also important to make the dose information more visible for the radiologist or technician during the examination, so that they can make adjustments. It is important to coordinate and standardise examination protocols and dosesaving innovations on a national level, so that all hospitals can use them. There should also be attention to dose optimisation in national guidelines, during professional training and during inspections. Finally, the use of so-called Diagnostic Reference Levels should be extended from the larger and university hospitals to the smaller ones. Both the professional associations and the Health Care Inspectorate can facilitate these measures.
dc.description.sponsorshipInspectie voor de Gezondheidszorg
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent43 p
dc.format.extent535 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 610111001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610111001.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610111001.pdf
dc.subjectmedische stralingstoepassingennl
dc.subjectradiologienl
dc.subjectnucleaire geneeskundenl
dc.subjectröntgenonderzoeknl
dc.subjectdosisnl
dc.subjectmedical radiation applicationsen
dc.subjectradiologyen
dc.subjectnuclear medicineen
dc.subjectX-ray examinationsen
dc.subjectdoseen
dc.titleManagement van de patientdosis in Nederland en het Verenigd Koninkrijk : Mogelijkheden tot verbeteringnl
dc.title.alternativeManagement of the patient dose in the Netherlands and the United Kingdom : Possibilities for improvementen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLSO
dc.date.updated2013-06-19T11:36:18Z
dc.contributor.divisionmev
refterms.dateFOA2018-12-13T09:52:22Z
html.description.abstractDe doses straling die patiënten in Nederland en het Verenigd Koninkrijk per röntgenonderzoek oplopen behoren tot de laagste in Europa. In beide landen zijn de doses per onderzoek sinds de jaren negentig gedaald als gevolg van beperkende maatregelen. Wel liggen de doses van medische verrichtingen waarbij relatief meer straling vrijkomt in Nederland hoger dan in het Verenigd Koninkrijk. Voorbeelden daarvan zijn doorlichting van het maag-darmkanaal of een CT-scan van de buik. Door onzekerheden in de dosisdata van elk land is het overigens niet altijd duidelijk of deze verschillen tussen de landen significant zijn. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het RIVM, dat is aangevuld met interviews met experts uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk.<br> <br>Ondanks de gunstige positie van Nederland valt er op dit gebied nog steeds winst te behalen. Dit is van belang omdat de totale medische stralingsbelasting per patiënt de laatste jaren toeneemt. Dat komt doordat Nederlanders jaarlijks gemiddeld steeds meer medische verrichtingen ondergaan waarbij straling vrijkomt.<br> <br>Verbetermogelijkheden<br>Het is soms mogelijk om met een lagere dosis voldoende beeldkwaliteit te krijgen. Het is daarom raadzaam om de dosisinformatie die radiologische systemen bieden voor alle ziekenhuizen op een standaard wijze te verzamelen. Momenteel gebeurt dit op uiteenlopende manieren. Ook is het van belang om dosisinformatie tijdens het röntgenonderzoek zichtbaarder te maken voor de radioloog of laborant, zodat deze eventueel aanpassingen kan doen.<br> <br>Verder is het van belang om onderzoeksprotocollen en dosisbesparende vernieuwingen landelijk te coördineren en te standaardiseren, zodat alle ziekenhuizen daarvan gebruik kunnen maken. Daarnaast zou er in landelijke richtsnoeren, bij de scholing van beroepsgroepen en bij de inspecties aandacht moeten zijn om de dosis te optimaliseren. Ten slotte zou het gebruik van de zogeheten Diagnostische Referentieniveaus uitgebreid moeten worden van de grote academische en regionale ziekenhuizen naar de kleinere. Zowel de beroepsverenigingen als de Inspectie voor de Gezondheidszorg kunnen deze maatregelen faciliteren.<br>
html.description.abstractThe radiation doses that patients in the Netherlands and the United Kingdom are exposed to are among the lowest in Europe. The doses per examination in both countries have decreased since the early nineties as a result of reduction measures. However, the doses for some of the more dose-intense medical examinations are higher in the Netherlands than in the United Kingdom. Examples of these are fluoroscopy of the gastrointestinal tract and an abdominal CT scan. Because of the uncertainties in each country's dose data it is not always clear whether these differences are significant. These are the results of a literature study by the National Institute of Public Health and the Environment, augmented by interviews with experts in the Netherlands and in the United Kingdom.<br> <br>Despite the favourable position of the Netherlands improvements are still possible. This is important, because the total medical radiation burden per patient has been increasing over the last few years. This is caused by the fact that Dutch citizens on average undergo more medical examinations involving radiation.<br> <br>Possible improvements<br>It is sometimes possible to achieve the same image quality with a lower dose. It is therefore advisable to use standardised methods for all hospitals to collect information about dose in radiological systems. At the moment these methods vary. It is also important to make the dose information more visible for the radiologist or technician during the examination, so that they can make adjustments.<br> <br>It is important to coordinate and standardise examination protocols and dosesaving innovations on a national level, so that all hospitals can use them. There should also be attention to dose optimisation in national guidelines, during professional training and during inspections. Finally, the use of so-called Diagnostic Reference Levels should be extended from the larger and university hospitals to the smaller ones. Both the professional associations and the Health Care Inspectorate can facilitate these measures.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
610111001.pdf
Size:
534.1Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record