Show simple item record

dc.contributor.authorPosch M
dc.contributor.authorSlootweg J
dc.contributor.authorHettelingh JP
dc.date.accessioned2017-02-20T08:03:53
dc.date.issued2013-05-01
dc.identifier680359004
dc.identifier.isbn9789069602622
dc.description.abstractIn 2012 is het Gothenborg Protocol (1999), dat de uitstoot van luchtvervuilende stoffen reguleert, aangescherpt. Desondanks blijft de hoge depositie van stikstof op de bodem in de toekomst een risico vormen voor de natuur in Europa. Bij het aangescherpte beleid is er in 2020 een teveel aan stikstof op 62 procent van het natuuroppervlak van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Zelfs als alle beschikbare technische maatregelen worden ingevoerd, zou dat 38 procent zijn. Een hoge stikstofdepositie verstoort onder andere de chemische samenstelling van de bodem, waardoor de variatie in plantensoorten afneemt. De verzuring is de afgelopen decennia als gevolg van het Gothenborg Protocol sterk afgenomen, maar verdwijnt niet volledig (nog 4 procent in heel Europa). Dit blijkt uit het jaarlijkse statusrapport van het Coordination Centre for Effects (CCE) van het RIVM. Effecten van beleidsopties voor luchtvervuiling geëvalueerd Het protocol is onder andere tot stand gekomen door op Europese schaal in kaart te brengen wat de effecten en kosten zijn van diverse beleidsopties om de uitstoot van luchtvervuilende stoffen te verminderen(geïntegreerde analyse). Het gaat hierbij om de effecten van onder meer stikstof- en zwaveloxides en fijnstof op gezondheid, klimaat en milieu, en biodiversiteit. Het CCE draagt bij aan de geïntegreerde analyse met kennis over zogeheten kritische belastingsgrenzen voor de neerslag van stikstof en zwavel. Deze grenzen geven per ecosysteem aan welke maximale vervuiling ze kunnen verdragen. De waarden worden regelmatig geactualiseerd door de landen als meer kennis of gegevens beschikbaar komen. De kritische belastingsgrenzen worden op verschillende manieren bepaald. De laatste jaren wordt daarbij gewerkt aan modellering die de invloed van stikstofdepositie op de vegetatie weergeeft. Hierbij wordt duidelijk hoe de biodiversiteit door luchtverontreiniging en klimaatverandering verandert Europese richtlijnen verzuring niet gehaald Ook de Europese richtlijn uit 2001 voor nationale emissieplafonds (NEC) maakt gebruik van geïntegreerde analyse. Met de toenmalige kennis van onder andere kritische belastingsgrenzen zouden de gestelde doelen voor verzuring in 2010 zijn bereikt. Volgens de nieuwste inzichten is dat echter niet het geval.
dc.description.sponsorshipMinisterie van Infrastructuur en Milieu
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent144 p
dc.format.extent36489 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofseriesRIVM report 680359004
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680359004.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680359004.pdf
dc.titleModelling and mapping of atmospherically-induced ecosystem impacts in Europe : CCE status report 2012en
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentCMM
dc.date.updated2017-02-20T07:03:54Z
refterms.dateFOA2018-12-13T11:27:33Z
html.description.abstractIn 2012 is het Gothenborg Protocol (1999), dat de uitstoot van luchtvervuilende stoffen reguleert, aangescherpt. Desondanks blijft de hoge depositie van stikstof op de bodem in de toekomst een risico vormen voor de natuur in Europa. Bij het aangescherpte beleid is er in 2020 een teveel aan stikstof op 62 procent van het natuuroppervlak van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Zelfs als alle beschikbare technische maatregelen worden ingevoerd, zou dat 38 procent zijn. Een hoge stikstofdepositie verstoort onder andere de chemische samenstelling van de bodem, waardoor de variatie in plantensoorten afneemt. De verzuring is de afgelopen decennia als gevolg van het Gothenborg Protocol sterk afgenomen, maar verdwijnt niet volledig (nog 4 procent in heel Europa). Dit blijkt uit het jaarlijkse statusrapport van het Coordination Centre for Effects (CCE) van het RIVM.<br> <br>Effecten van beleidsopties voor luchtvervuiling geëvalueerd<br>Het protocol is onder andere tot stand gekomen door op Europese schaal in kaart te brengen wat de effecten en kosten zijn van diverse beleidsopties om de uitstoot van luchtvervuilende stoffen te verminderen(geïntegreerde analyse). Het gaat hierbij om de effecten van onder meer stikstof- en zwaveloxides en fijnstof op gezondheid, klimaat en milieu, en biodiversiteit. Het CCE draagt bij aan de geïntegreerde analyse met kennis over zogeheten kritische belastingsgrenzen voor de neerslag van stikstof en zwavel. Deze grenzen geven per ecosysteem aan welke maximale vervuiling ze kunnen verdragen. De waarden worden regelmatig geactualiseerd door de landen als meer kennis of gegevens beschikbaar komen. <br> <br>De kritische belastingsgrenzen worden op verschillende manieren bepaald. De laatste jaren wordt daarbij gewerkt aan modellering die de invloed van stikstofdepositie op de vegetatie weergeeft. Hierbij wordt duidelijk hoe de biodiversiteit door luchtverontreiniging en klimaatverandering verandert<br> <br>Europese richtlijnen verzuring niet gehaald<br>Ook de Europese richtlijn uit 2001 voor nationale emissieplafonds (NEC) maakt gebruik van geïntegreerde analyse. Met de toenmalige kennis van onder andere kritische belastingsgrenzen zouden de gestelde doelen voor verzuring in 2010 zijn bereikt. Volgens de nieuwste inzichten is dat echter niet het geval.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
680359004.pdf
Size:
35.63Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record