Show simple item record

dc.contributor.authorde Poorter LRM
dc.contributor.authorvan Herwijnen R
dc.contributor.authorJanssen PJCM
dc.contributor.authorSmit CE
dc.date.accessioned2017-02-20T07:36:16
dc.date.issued2015-06-29
dc.identifier2015-0057
dc.identifier.urihttps://rivm.openrepository.com/handle/10029/558651
dc.description.abstractMilieurisicogrenzen vormen de basis voor de beoordeling of stoffen in water, bodem en lucht schadelijk kunnen zijn voor mensen, dieren en planten. Het RIVM heeft de voorlopige methode uit 2009 om zogeheten indicatieve milieurisicogrenzen te bepalen, vernieuwd. Met deze methode kunnen ze snel en tegen lage kosten worden bepaald. In de nieuwe versie worden milieurisicogrenzen gebaseerd op de laatste inzichten en zijn ze uitgebreid van één naar vier risiconiveaus. Ook is toegevoegd hoe risicogrenzen voor zoute wateren kunnen worden bepaald; voorheen was dat alleen voor zoet water het geval. Binnen Nederland worden indicatieve milieurisicogrenzen gebruikt omdat de Europees geaccepteerde afleidingsmethode een tijdrovende exercitie is. Voor de indicatieve afleiding worden gegevens gebruikt uit een geselecteerde set van bronnen met informatie over eigenschappen en schadelijke effecten van stoffen. Er vindt geen uitgebreid literatuuronderzoek plaats en er wordt niet gecontroleerd in hoeverre de gegevens betrouwbaar zijn. Indicatieve milieurisicogrenzen kennen hierdoor een grotere onzekerheid dan de Europese, gedegen variant. Milieurisicogrenzen vormen de wetenschappelijke basis waarop de Nederlandse interdepartementale Stuurgroep Normstelling milieukwaliteitsnormen vaststelt: milieurisicogrenzen hebben zelf geen officiële beleidsmatige status. De overheid gebruikt milieukwaliteitsnormen bij de uitvoering van het nationale stoffenbeleid en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Er bestaan normen voor vier verschillende niveaus: een verwaarloosbaar risiconiveau (VR), een niveau waarbij geen schadelijke effecten zijn te verwachten (MTR, JGMKN), het maximaal aanvaardbare niveau voor ecosystemen voor kortdurende blootstelling (MACeco), en een niveau waarbij mogelijk ernstige effecten voor ecosystemen kunnen optreden (EReco).
dc.description.abstractEnvironmental risk limits form the basis for assessing whether substances in water, soil and air may be harmful to people, animals and plants. RIVM has renewed the provisional method from 2009 to determine so-called indicative environmental risk limits. With this method, they can be determined quickly and inexpensively. In the new version, environmental risk limits are based on the latest insights and have expanded from one to four risk levels. Also the method for determining indicative risk limits for marine water systems is included now; previously this was only the case for freshwater systems. Within the Netherlands indicative risk limits are used because the accepted European derivation method is a time-consuming exercise. For the derivation of indicative risk limits data is used from a selected set of sources with information about properties and harmful effects of substances. No extensive literature searches and data reliability checks are performed. Indicative risk limits therefore have a greater uncertainty than the European, thorough version. Environmental risk limits form the scientific basis on which the Dutch interdepartmental Steering Group on Environmental Quality Standards establishes environmental quality standards: environmental risk limits as such do not have any official policy status. The Dutch government uses environmental quality standards for the implementation of National chemicals policy and the European Water Framework Directive (WFD). There are standards for four different levels: a negligible risk (NR), a level at which no adverse effects are to be expected (MPC, AA-EQS), a maximum tolerable level for ecosystems for short-term exposure (MACeco), and a level where possible serious effects on ecosystems may occur (SRCeco).
dc.description.sponsorshipMinisterie van I&M
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent96 p
dc.format.extent958 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 2015-0057
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2015-0057.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2015-0057.pdf
dc.subjectindicatieve milieurisicogrenzennl
dc.subjectindicatieve milieukwaliteitsnormennl
dc.subjectverwaarloosbaar risico (VR)nl
dc.subjectJG-MKNnl
dc.subjectMAC-MKNnl
dc.subjectmaximaal toelaatbaar risico (MTR)nl
dc.subjecternstig risico (ER)nl
dc.subjectindicative environmental risk limitsen
dc.subjectindicative environmental quality standardsen
dc.subjectnegligible risk (NR)en
dc.subjectAA-EQSen
dc.subjectMAC-EQSen
dc.subjectmaximum permissible concentration (MPC)en
dc.subjectserious risk concentration (SRC)en
dc.subjectRIVM rapport 2015-0057
dc.titleHandleiding voor de afleiding van indicatieve milieurisicogrenzennl
dc.title.alternativeGuidance for the derivation of indicative environmental risk limitsen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentMSP
dc.date.updated2017-02-20T06:36:17Z
dc.contributor.divisionM&V
refterms.dateFOA2018-12-13T11:26:05Z
html.description.abstractMilieurisicogrenzen vormen de basis voor de beoordeling of stoffen in water, bodem en lucht schadelijk kunnen zijn voor mensen, dieren en planten. Het RIVM heeft de voorlopige methode uit 2009 om zogeheten indicatieve milieurisicogrenzen te bepalen, vernieuwd. Met deze methode kunnen ze snel en tegen lage kosten worden bepaald. In de nieuwe versie worden milieurisicogrenzen gebaseerd op de laatste inzichten en zijn ze uitgebreid van één naar vier risiconiveaus. Ook is toegevoegd hoe risicogrenzen voor zoute wateren kunnen worden bepaald; voorheen was dat alleen voor zoet water het geval.<br> <br>Binnen Nederland worden indicatieve milieurisicogrenzen gebruikt omdat de Europees geaccepteerde afleidingsmethode een tijdrovende exercitie is. Voor de indicatieve afleiding worden gegevens gebruikt uit een geselecteerde set van bronnen met informatie over eigenschappen en schadelijke effecten van stoffen. Er vindt geen uitgebreid literatuuronderzoek plaats en er wordt niet gecontroleerd in hoeverre de gegevens betrouwbaar zijn. Indicatieve milieurisicogrenzen kennen hierdoor een grotere onzekerheid dan de Europese, gedegen variant.<br> <br>Milieurisicogrenzen vormen de wetenschappelijke basis waarop de Nederlandse interdepartementale Stuurgroep Normstelling milieukwaliteitsnormen vaststelt: milieurisicogrenzen hebben zelf geen officiële beleidsmatige status. De overheid gebruikt milieukwaliteitsnormen bij de uitvoering van het nationale stoffenbeleid en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Er bestaan normen voor vier verschillende niveaus: een verwaarloosbaar risiconiveau (VR), een niveau waarbij geen schadelijke effecten zijn te verwachten (MTR, JGMKN), het maximaal aanvaardbare niveau voor ecosystemen voor kortdurende blootstelling (MACeco), en een niveau waarbij mogelijk ernstige effecten voor ecosystemen kunnen optreden (EReco).<br>
html.description.abstractEnvironmental risk limits form the basis for assessing whether substances in water, soil and air may be harmful to people, animals and plants. RIVM has renewed the provisional method from 2009 to determine so-called indicative environmental risk limits. With this method, they can be determined quickly and inexpensively. In the new version, environmental risk limits are based on the latest insights and have expanded from one to four risk levels. Also the method for determining indicative risk limits for marine water systems is included now; previously this was only the case for freshwater systems.<br> <br>Within the Netherlands indicative risk limits are used because the accepted European derivation method is a time-consuming exercise. For the derivation of indicative risk limits data is used from a selected set of sources with information about properties and harmful effects of substances. No extensive literature searches and data reliability checks are performed. Indicative risk limits therefore have a greater uncertainty than the European, thorough version.<br> <br>Environmental risk limits form the scientific basis on which the Dutch interdepartmental Steering Group on Environmental Quality Standards establishes environmental quality standards: environmental risk limits as such do not have any official policy status. The Dutch government uses environmental quality standards for the implementation of National chemicals policy and the European Water Framework Directive (WFD). There are standards for four different levels: a negligible risk (NR), a level at which no adverse effects are to be expected (MPC, AA-EQS), a maximum tolerable level for ecosystems for short-term exposure (MACeco), and a level where possible serious effects on ecosystems may occur (SRCeco).<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
2015-0057.pdf
Size:
1.086Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record