Show simple item record

dc.contributor.authorLukacs S
dc.contributor.authorde Koeijer TJ
dc.contributor.authorPrins H
dc.contributor.authorVrijhoef A
dc.contributor.authorBoumans LJM
dc.contributor.authorDaatselaar CHG
dc.date.accessioned2017-02-20T08:08:22
dc.date.issued2016-07-05
dc.identifier2016-0052
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/617908nl
dc.description.abstractDe Nederlandse landbouw is wereldwijd gezien een zeer productieve en efficiënte sector. Het gebruik van mest is noodzakelijk voor de efficiënte productie van gewassen. Mestgebruik heeft echter ook ongewenste (milieu)effecten. Het Nederlandse mestbeleid tracht schadelijke milieueffecten te beperken; monitoring is hierbij een essentieel onderdeel. Dit sluit aan bij internationale afspraken over het mestgebruik en over het volgen van het effect van beleidsmaatregelen. De Europese Nitraatrichtlijn schrijft lidstaten voor om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Landbouwbedrijven in Nederland met ten minste 80 procent grasland mochten in 2014 onder bepaalde voorwaarden van deze norm afwijken en meer mest, afkomstig van graasdieren zoals koeien en schapen, gebruiken (derogatie). LEI Wageningen UR en het RIVM volgen op 300 derogatiebedrijven de bedrijfsvoering en de effecten op de waterkwaliteit en rapporteren de resultaten hiervan jaarlijks aan de EU. In deze rapportage zijn de situatie in 2014 beschreven en de trends tussen 2006 en 2015. De nitraatconcentratie in het grondwater is in deze periode, afhankelijk van de regio, gedaald of gelijk gebleven. Bedrijfsvoering Gemiddeld hebben derogatiebedrijven in 2014 237 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. De hoeveelheid stikstof die als nitraat kan uitspoelen naar het grondwater wordt onder andere bepaald door het stikstofbodemoverschot. Dit is het verschil tussen de aanvoer van stikstof (zoals meststoffen) en de afvoer ervan (waaronder via gras en maïs). Het gemiddelde Nederlandse stikstofbodemoverschot is gedurende de onderzochte periode niet significant veranderd, maar vertoonde in 2014 wel een sterke daling als gevolg van het goede groeiseizoen voor gras en maïs. Grondwaterkwaliteit In 2014 was de gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater in de Zandregio 40 milligram per liter (mg/l). Dit was 10 mg/l onder de nitraatnorm van 50 mg/l. Bedrijven in de Kleiregio en de Veenregio hadden gemiddeld een lagere nitraatconcentratie (respectievelijk 15 en 9,5 mg/l). De nitraatconcentratie op de derogatiebedrijven in de Lössregio was gemiddeld 51 mg/l. Het verschil tussen de regio's wordt vooral veroorzaakt door een hoger percentage uitspoelingsgevoelige gronden in de Zand- en Lössregio; dit zijn gronden waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan uitspoelen naar het grondwater.
dc.description.abstractDutch agriculture is highly productive and efficient. The use of minerals is necessary for efficient production of crops, but also has undesirable (environmental) effects. The Dutch minerals policy seeks to minimise adverse environmental impacts, whereby monitoring is an essential component. This consists with international agreements on the use of minerals and monitoring the impact of policies. Conform the EU Nitrates Directive, the member states are required to limit the use of livestock manure to a maximum of 170 kg of nitrogen per hectare per year. Dutch farms growing grass on at least 80 per cent of their total agricultural area were in 2014 allowed to deviate from this requirement under certain conditions. This exemption from the standard of 170 kg nitrogen is referred to as 'derogation'. LEI Wageningen UR and RIVM monitor agricultural practices and water quality at 300 farms, which have been granted derogation and annually report the results to the EU. This study shows the results in 2014 and trends between 2006 and 2015. The report concludes that the average nitrate concentration in groundwater on these farms has stabilized or decreased in this period. Agricultural practice This report also shows that in 2014 derogation farms used on average 237 kilogram nitrogen in the form of livestock manure per hectare per year. The quantity of nitrogen that can potentially leach into groundwater as nitrate is partly determined by the nitrogen soil surplus. This surplus is defined as the difference between nitrogen input (e.g. in the form of fertilizers) and output (e.g. via harvested grass). On average, the nitrogen soil surplus has not changed substantially since the start of the monitoring in 2006, but in 2014 it decreased considerably due to the good growth season. Groundwater quality In 2014, the average nitrate concentration in groundwater on derogation farms in the Sand Region amounted to 40 milligrams per liter (mg/l) and was therefore below the standard of 50 mg/l. On average, farms in the Clay and Peat Regions had lower nitrate concentrations (15 and 9,5 mg/l, respectively). Farms in the Loess Region showed an average nitrate concentration in groundwater of 51 mg/l. The difference between the regions is mainly caused by a greater share of soils prone to nitrogen leaching in the Sand and Loess Regions. Less denitrification (microbial decomposition of nitrate) occurs on these soils, and more nitrate can therefore leach into the groundwater.
dc.description.sponsorshipMinisterie van Economische Zaken EZ
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent118 p
dc.format.extent3666 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherLEI Wageningen UR
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 2016-0052
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2016-0052.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2016-0052.pdf
dc.subjectderogatienl
dc.subjectlandbouwpraktijknl
dc.subjectmestnl
dc.subjectNitraatrichtlijnnl
dc.subjectwaterkwaliteitnl
dc.subjectderogationen
dc.subjectagricultural practiceen
dc.subjectmanureen
dc.subjectNitrates Directiveen
dc.subjectwater qualityen
dc.subjectRIVM rapport 2016-0052nl
dc.titleLandbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2014nl
dc.title.alternativeAgricultural practices and water quality at grassland farms registered for derogation in 2014en
dc.typeReporten
dc.contributor.departmentIBW
dc.date.updated2017-02-20T07:08:22Z
dc.contributor.divisionM&V
refterms.dateFOA2018-12-13T11:45:43Z
html.description.abstractDe Nederlandse landbouw is wereldwijd gezien een zeer productieve en efficiënte sector. Het gebruik van mest is noodzakelijk voor de efficiënte productie van gewassen. Mestgebruik heeft echter ook ongewenste (milieu)effecten. Het Nederlandse mestbeleid tracht schadelijke milieueffecten te beperken; monitoring is hierbij een essentieel onderdeel. Dit sluit aan bij internationale afspraken over het mestgebruik en over het volgen van het effect van beleidsmaatregelen.<br> <br>De Europese Nitraatrichtlijn schrijft lidstaten voor om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Landbouwbedrijven in Nederland met ten minste 80 procent grasland mochten in 2014 onder bepaalde voorwaarden van deze norm afwijken en meer mest, afkomstig van graasdieren zoals koeien en schapen, gebruiken (derogatie). LEI Wageningen UR en het RIVM volgen op 300 derogatiebedrijven de bedrijfsvoering en de effecten op de waterkwaliteit en rapporteren de resultaten hiervan jaarlijks aan de EU. In deze rapportage zijn de situatie in 2014 beschreven en de trends tussen 2006 en 2015. De nitraatconcentratie in het grondwater is in deze periode, afhankelijk van de regio, gedaald of gelijk gebleven.<br> <br>Bedrijfsvoering<br>Gemiddeld hebben derogatiebedrijven in 2014 237 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. De hoeveelheid stikstof die als nitraat kan uitspoelen naar het grondwater wordt onder andere bepaald door het stikstofbodemoverschot. Dit is het verschil tussen de aanvoer van stikstof (zoals meststoffen) en de afvoer ervan (waaronder via gras en maïs). Het gemiddelde Nederlandse stikstofbodemoverschot is gedurende de onderzochte periode niet significant veranderd, maar vertoonde in 2014 wel een sterke daling als gevolg van het goede groeiseizoen voor gras en maïs.<br> <br>Grondwaterkwaliteit<br>In 2014 was de gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater in de Zandregio 40 milligram per liter (mg/l). Dit was 10 mg/l onder de nitraatnorm van 50 mg/l. Bedrijven in de Kleiregio en de Veenregio hadden gemiddeld een lagere nitraatconcentratie (respectievelijk 15 en 9,5 mg/l). De nitraatconcentratie op de derogatiebedrijven in de Lössregio was gemiddeld 51 mg/l. Het verschil tussen de regio's wordt vooral veroorzaakt door een hoger percentage uitspoelingsgevoelige gronden in de Zand- en Lössregio; dit zijn gronden waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan uitspoelen naar het grondwater.<br>
html.description.abstractDutch agriculture is highly productive and efficient. The use of minerals is necessary for efficient production of crops, but also has undesirable (environmental) effects. The Dutch minerals policy seeks to minimise adverse environmental impacts, whereby monitoring is an essential component. This consists with international agreements on the use of minerals and monitoring the impact of policies.<br> <br>Conform the EU Nitrates Directive, the member states are required to limit the use of livestock manure to a maximum of 170 kg of nitrogen per hectare per year. Dutch farms growing grass on at least 80 per cent of their total agricultural area were in 2014 allowed to deviate from this requirement under certain conditions. This exemption from the standard of 170 kg nitrogen is referred to as 'derogation'. LEI Wageningen UR and RIVM monitor agricultural practices and water quality at 300 farms, which have been granted derogation and annually report the results to the EU. This study shows the results in 2014 and trends between 2006 and 2015. The report concludes that the average nitrate concentration in groundwater on these farms has stabilized or decreased in this period.<br> <br>Agricultural practice<br>This report also shows that in 2014 derogation farms used on average 237 kilogram nitrogen in the form of livestock manure per hectare per year. The quantity of nitrogen that can potentially leach into groundwater as nitrate is partly determined by the nitrogen soil surplus. This surplus is defined as the difference between nitrogen input (e.g. in the form of fertilizers) and output (e.g. via harvested grass). On average, the nitrogen soil surplus has not changed substantially since the start of the monitoring in 2006, but in 2014 it decreased considerably due to the good growth season.<br> <br>Groundwater quality<br>In 2014, the average nitrate concentration in groundwater on derogation farms in the Sand Region amounted to 40 milligrams per liter (mg/l) and was therefore below the standard of 50 mg/l. On average, farms in the Clay and Peat Regions had lower nitrate concentrations (15 and 9,5 mg/l, respectively). Farms in the Loess Region showed an average nitrate concentration in groundwater of 51 mg/l. The difference between the regions is mainly caused by a greater share of soils prone to nitrogen leaching in the Sand and Loess Regions. Less denitrification (microbial decomposition of nitrate) occurs on these soils, and more nitrate can therefore leach into the groundwater.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
2016-0052.pdf
Size:
3.579Mb
Format:
PDF
Description:
Onderzoeksrapport

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record