Show simple item record

dc.contributor.authorFüssenich K
dc.contributor.authorFeenstra TL
dc.contributor.authorHoebert JM
dc.date.accessioned20200415
dc.date.issued2018-03-15
dc.identifier2017-0199
dc.description.abstractIn Nederland bestaan uitgebreide procedures om te bepalen welke geneesmiddelen worden vergoed via de basisverzekering. De minister voor Medische Zorg en Sport besluit welke geneesmiddelen dit betreft en wordt hierin geadviseerd door het Zorginstituut Nederland. Soms worden geneesmiddelen na verloop van tijd uit het verzekerde pakket gehaald of wordt de vergoeding beperkt. De procedures om dat te bepalen zijn nog volop in ontwikkeling. Als bijdrage daaraan heeft het RIVM de uitstroom van geneesmiddelen tussen 2009 en 2011 geanalyseerd, mede op basis van twee casestudies. <br> <br>In Nederland zijn snel data beschikbaar die laten zien in welke mate geneesmiddelen nog worden gebruikt nadat hun vergoeding is beperkt. Deze data bieden ook inzicht of mensen de medicijnen zelf gaan betalen. De methode waarmee de twee casussen zijn geanalyseerd (ITS) voegt een statistische onderbouwing toe aan deze data. Daardoor geven de resultaten niet alleen inzicht in de kortetermijneffecten van een beperkende maatregel, maar ook in de langetermijneffecten. Verder blijkt dat een gebrek aan effectiviteit van een geneesmiddel meestal is gebruikt als argument om een vergoeding te schrappen. Zelden ging het om de kosten-effectiviteit of andere financiële argumenten. <br> <br>De casestudies naar slaapmiddelen (benzodiazepinen) en een slijmverdunner (acetylcysteïne) geven aan dat een deel van de patiënten de middelen zelf gaat betalen als ze niet meer worden vergoed. De mate waarin dat gebeurt hangt af van het inkomen van de patiënt. Ook andere effecten kunnen plaatsvinden, zoals het gebruik van andere geneesmiddelen en/of zorg. Al deze effecten worden beïnvloed door kenmerken van de patiënt, zoals leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status, type verzekering. Meer inzicht hierin is nodig omdat deze informatie voor beleidsmakers van belang is. <br>
dc.description.abstractIn the Netherlands extensive procedures exist to determine which medicines are covered via the basic health insurance. The Minister for Medical Care and Sport decides which medicines are affected and is advised in this respect by the National Health Care Institute (Zorginstituut Nederland). Sometimes medicines are removed from the insurance package after a certain period of time, or the reimbursement is restricted. The procedures for determining this are still being developed. By way of a contribution to this process RIVM has analysed the removal of medicinal products between 2009 and 2011, partly on the basis of two case studies. <br> <br>In the Netherlands data is readily available which shows the extent to which medicines are still being used after their related reimbursement has been restricted. This data also offers an insight into whether people start paying for the medicines in question themselves. The method used to analyse the two cases (ITS) adds a statistical substantiation to this data. Consequently, the results provide an insight into both the short-term and long-term effects of a restrictive measure. It also transpired that the usual argument for scrapping a reimbursement for a medicine is its lack of effectiveness. The reason was rarely cost-effectiveness or any other financial aspect. <br> <br>The case studies into sedatives (benzodiazepines) and a mucus thinner (acetylcysteine) show that some of the patients start paying for the medications themselves if they are no longer covered. The degree to which that happens depends on the patient's income. Other effects may occur, such as the use of other medicines and/or care. All these effects are influenced by patient characteristics, such as age, gender, socio-economic status, type of insurance. More insight is required into this issue because this information is important for policymakers. <br>
dc.description.sponsorshipGeneesmiddelenketen
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent60 p
dc.format.extent950 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM briefrapport 2017-0199
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0199.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0199.pdf
dc.subjectgeneesmiddelennl
dc.subjectpakketmaatregelnl
dc.subjectbenzodiazepinennl
dc.subjectacetylcysteïnenl
dc.subjectvergoedingnl
dc.subjectmedicinesen
dc.subjectpackage measureen
dc.subjectbenzodiazepinesen
dc.subjectacetylcysteineen
dc.subjectreimbursementen
dc.subjectRIVM rapport 2017-0199nl
dc.titleDe uitstroom van geneesmiddelen uit het verzekerde pakket: benzodiazepinen en acetylcysteïne nader bekekennl
dc.title.alternativeThe removal of medicines from the insurance package: a closer look at benzodiazepines and acetylcysteineen
dc.typeReporten
dc.contributor.departmentEVG
dc.date.updated2018-07-16T04:31:04Z
dc.contributor.divisionV&Z
html.description.abstractIn Nederland bestaan uitgebreide procedures om te bepalen welke geneesmiddelen worden vergoed via de basisverzekering. De minister voor Medische Zorg en Sport besluit welke geneesmiddelen dit betreft en wordt hierin geadviseerd door het Zorginstituut Nederland. Soms worden geneesmiddelen na verloop van tijd uit het verzekerde pakket gehaald of wordt de vergoeding beperkt. De procedures om dat te bepalen zijn nog volop in ontwikkeling. Als bijdrage daaraan heeft het RIVM de uitstroom van geneesmiddelen tussen 2009 en 2011 geanalyseerd, mede op basis van twee casestudies. &lt;br&gt; &lt;br&gt;In Nederland zijn snel data beschikbaar die laten zien in welke mate geneesmiddelen nog worden gebruikt nadat hun vergoeding is beperkt. Deze data bieden ook inzicht of mensen de medicijnen zelf gaan betalen. De methode waarmee de twee casussen zijn geanalyseerd (ITS) voegt een statistische onderbouwing toe aan deze data. Daardoor geven de resultaten niet alleen inzicht in de kortetermijneffecten van een beperkende maatregel, maar ook in de langetermijneffecten. Verder blijkt dat een gebrek aan effectiviteit van een geneesmiddel meestal is gebruikt als argument om een vergoeding te schrappen. Zelden ging het om de kosten-effectiviteit of andere financiële argumenten. &lt;br&gt; &lt;br&gt;De casestudies naar slaapmiddelen (benzodiazepinen) en een slijmverdunner (acetylcysteïne) geven aan dat een deel van de patiënten de middelen zelf gaat betalen als ze niet meer worden vergoed. De mate waarin dat gebeurt hangt af van het inkomen van de patiënt. Ook andere effecten kunnen plaatsvinden, zoals het gebruik van andere geneesmiddelen en/of zorg. Al deze effecten worden beïnvloed door kenmerken van de patiënt, zoals leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status, type verzekering. Meer inzicht hierin is nodig omdat deze informatie voor beleidsmakers van belang is. &lt;br&gt;
html.description.abstractIn the Netherlands extensive procedures exist to determine which medicines are covered via the basic health insurance. The Minister for Medical Care and Sport decides which medicines are affected and is advised in this respect by the National Health Care Institute (Zorginstituut Nederland). Sometimes medicines are removed from the insurance package after a certain period of time, or the reimbursement is restricted. The procedures for determining this are still being developed. By way of a contribution to this process RIVM has analysed the removal of medicinal products between 2009 and 2011, partly on the basis of two case studies. &lt;br&gt; &lt;br&gt;In the Netherlands data is readily available which shows the extent to which medicines are still being used after their related reimbursement has been restricted. This data also offers an insight into whether people start paying for the medicines in question themselves. The method used to analyse the two cases (ITS) adds a statistical substantiation to this data. Consequently, the results provide an insight into both the short-term and long-term effects of a restrictive measure. It also transpired that the usual argument for scrapping a reimbursement for a medicine is its lack of effectiveness. The reason was rarely cost-effectiveness or any other financial aspect. &lt;br&gt; &lt;br&gt;The case studies into sedatives (benzodiazepines) and a mucus thinner (acetylcysteine) show that some of the patients start paying for the medications themselves if they are no longer covered. The degree to which that happens depends on the patient&apos;s income. Other effects may occur, such as the use of other medicines and/or care. All these effects are influenced by patient characteristics, such as age, gender, socio-economic status, type of insurance. More insight is required into this issue because this information is important for policymakers. &lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record