Show simple item record

dc.contributor.authorte Biesebeek, JD*
dc.contributor.authorvan Klaveren, JD*
dc.contributor.authorRietveld, AG*
dc.contributor.authorWezenbeek, JM*
dc.contributor.authorKomen, CMD*
dc.date.accessioned2019-04-15T09:13:26Z
dc.date.available2019-04-15T09:13:26Z
dc.date.issued2019-04-11
dc.identifier.doi10.21945/RIVM-2019-0031
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/623018
dc.description.abstractMensen kunnen op twee manieren worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen: tijdens of na het gebruik van deze middelen, en via resten van deze middelen die ze via voeding binnenkrijgen. Iedereen wordt blootgesteld via voeding. De blootstelling tijdens of na het gebruik geldt voor vier groepen: degenen die de middelen gebruiken, de mensen die in de gewassenteelt werken, degenen die zich buiten het terrein bevinden (zoals fietsers), en de omwonenden van landbouwgrond. Met modellen wordt voor al deze groepen berekend hoe groot de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen is. Het RIVM heeft een overzicht gemaakt van de rekenmodellen die sinds begin 2000 in Nederland zijn gebruikt. Daaruit blijkt dat de modellen de afgelopen jaren zijn verbeterd en op Europees niveau meer zijn geharmoniseerd. De modellen voor de blootstelling via voeding zijn verder ontwikkeld dan die van de blootstelling tijdens of na het gebruik. Dit komt mede doordat er veel gegevens zijn over de voedselconsumptie en over de concentraties van resten van gewasbeschermingsmiddelen in verschillende voedingsmiddelen. Voor de blootstelling tijdens of na het gebruik zijn veel minder gegevens beschikbaar. Veel van het huidige onderzoek is erop gericht om dat te verbeteren. Voor beide soorten modellen wordt eraan gewerkt om de beoordeling van risico's van blootstelling aan mengsels van stoffen te verbeteren. Hetzelfde geldt voor de risico's van de totale blootstelling aan een stof vanuit verschillende bronnen. Het RIVM onderstreept het belang om beide aspecten zo snel als mogelijk een plek te geven in de risicobeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen.
dc.description.abstractPeople can be exposed to pesticides in two ways: during or after the application of these substances and via residues that they ingest via their food. Everyone is exposed via the food they eat. Exposure during or after the application of a pesticide applies to four groups: the people applying the pesticides, the people working in crop cultivation, the people outside the site of application (such as cyclists who are passing) and the people living in the vicinity of agricultural land. Models are used to calculate the extent of exposure to pesticides for all these groups. RIVM has drawn up an overview of the calculation models that have been used in the Netherlands since early in 2000. This shows that, in recent years, the models have been improved and better harmonised at European level. The models used for exposure via the food ingested have been developed further than those used for exposure during or after application. This is partly because there is more data available about food consumption and the concentrations of residues of pesticides in various foods than about exposure during or after application. Much of current research focuses on improving this situation. Work is being carried out on both types of models to improve the assessment of the risks of exposure to mixtures of substances. The same applies to the risks of the total exposure to a substance from various sources. RIVM emphasises the importance of including both aspects in the risk assessment of plant protection products as soon as possible.
dc.description.sponsorshipMinisterie van I&W ; Ministerie van VWSnl
dc.language.isonlnl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMnl
dc.relation.ispartofseriesRIVM briefrapport 2019-0031nl
dc.relation.urlhttps://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0031.pdfnl
dc.subjectgewasbeschermingsmiddelennl
dc.subjectEFSA calculatornl
dc.subjectEFSA OPEXnl
dc.subjectBROWSEnl
dc.subjectdirecte blootstellingnl
dc.subjectniet-dieetblootstellingnl
dc.subjectdieetblootstellingnl
dc.subjectcumulatienl
dc.subjectaggregatienl
dc.subjectMCRAnl
dc.subjectACROPOLISnl
dc.subjectEuroMixnl
dc.subjectplant protection productsen_US
dc.subjectpesticidesen_US
dc.subjectEuropean Food Safety Authority (EFSA) calculatoren_US
dc.subjectdirect exposureen_US
dc.subjectdietary exposureen_US
dc.subjectnon-dietary exposureen_US
dc.subjectcumulationen_US
dc.subjectaggregationen_US
dc.titleModellen om de humane blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen te berekenen: een stand van zakennl
dc.title.alternativeModels for calculating human exposure to pesticides: the current state of affairsen_US
dc.typerapportnl
refterms.dateFOA2019-04-15T09:13:27Z
html.description.abstractMensen kunnen op twee manieren worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen: tijdens of na het gebruik van deze middelen, en via resten van deze middelen die ze via voeding binnenkrijgen. Iedereen wordt blootgesteld via voeding. De blootstelling tijdens of na het gebruik geldt voor vier groepen: degenen die de middelen gebruiken, de mensen die in de gewassenteelt werken, degenen die zich buiten het terrein bevinden (zoals fietsers), en de omwonenden van landbouwgrond. Met modellen wordt voor al deze groepen berekend hoe groot de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen is. Het RIVM heeft een overzicht gemaakt van de rekenmodellen die sinds begin 2000 in Nederland zijn gebruikt. Daaruit blijkt dat de modellen de afgelopen jaren zijn verbeterd en op Europees niveau meer zijn geharmoniseerd. De modellen voor de blootstelling via voeding zijn verder ontwikkeld dan die van de blootstelling tijdens of na het gebruik. Dit komt mede doordat er veel gegevens zijn over de voedselconsumptie en over de concentraties van resten van gewasbeschermingsmiddelen in verschillende voedingsmiddelen. Voor de blootstelling tijdens of na het gebruik zijn veel minder gegevens beschikbaar. Veel van het huidige onderzoek is erop gericht om dat te verbeteren. Voor beide soorten modellen wordt eraan gewerkt om de beoordeling van risico's van blootstelling aan mengsels van stoffen te verbeteren. Hetzelfde geldt voor de risico's van de totale blootstelling aan een stof vanuit verschillende bronnen. Het RIVM onderstreept het belang om beide aspecten zo snel als mogelijk een plek te geven in de risicobeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen.nl
html.description.abstractPeople can be exposed to pesticides in two ways: during or after the application of these substances and via residues that they ingest via their food. Everyone is exposed via the food they eat. Exposure during or after the application of a pesticide applies to four groups: the people applying the pesticides, the people working in crop cultivation, the people outside the site of application (such as cyclists who are passing) and the people living in the vicinity of agricultural land. Models are used to calculate the extent of exposure to pesticides for all these groups. RIVM has drawn up an overview of the calculation models that have been used in the Netherlands since early in 2000. This shows that, in recent years, the models have been improved and better harmonised at European level. The models used for exposure via the food ingested have been developed further than those used for exposure during or after application. This is partly because there is more data available about food consumption and the concentrations of residues of pesticides in various foods than about exposure during or after application. Much of current research focuses on improving this situation. Work is being carried out on both types of models to improve the assessment of the risks of exposure to mixtures of substances. The same applies to the risks of the total exposure to a substance from various sources. RIVM emphasises the importance of including both aspects in the risk assessment of plant protection products as soon as possible.en


Files in this item

Thumbnail
Name:
2019-0031.pdf
Size:
620.5Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record