Show simple item record

dc.contributor.authorMooibroek, Dnl
dc.contributor.authorBerkhout, JPJnl
dc.contributor.authorStefess, Gnl
dc.contributor.authorHoogerbrugge, Rnl
dc.date.accessioned2020-06-11T11:49:23Z
dc.date.available2020-06-11T11:49:23Z
dc.date.issued2016-07-22
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/623843nl
dc.description.abstractNederland is volgens de Europese wetgeving verplicht om een minimaal aantal meetpunten in te richten om de nationale luchtkwaliteit te bewaken. Deze Europese minimale meetverplichting wordt door lidstaten zelf vastgesteld op basis van de gemeten resultaten van luchtvervuilende stoffen en het aantal inwoners. Door veranderingen hierin in de loop van de jaren kan de vereiste minimale meetinspanning veranderen. Hierdoor zijn EU-landen verplicht om ontwikkelingen door de jaren heen te volgen en eventueel het aantal meetpunten hierop aan te passen. In dat verband geeft het RIVM een overzicht van de minimale Europese meetverplichting in Nederland wanneer de luchtkwaliteit uitsluitend op basis van meetresultaten wordt beoordeeld. Hieruit blijkt dat vrijwel overal aan deze verplichting wordt voldaan. Uitzondering hierop is de agglomeratie Den Haag/Leiden. In deze agglomeratie is een meetpunt vervallen door een veranderde verkeersituatie. Naar verwachting wordt deze tekortkoming in 2016 opgelost. Daarnaast zijn er voor ozon te weinig meetlocaties representatief om concentraties in voorstedelijke gebieden te bepalen. De Europese minimale meetverplichting is tevens de basis voor het aantal meetpunten dat voor de nationale wetgeving (Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit, ofwel Rbl) wordt ingericht. Op sommige plekken is de Rbl ruimer dan Europees minimaal wordt voorgeschreven. Deels komt dit doordat het minimaal aantal meetpunten volgens de nationale wetgeving nog niet in alle gevallen is aangepast aan de dalende concentraties vervuilende stoffen die de afgelopen jaren in Nederland te zien zijn. In sommige gevallen is de nationale wetgeving strenger ingericht dan de Europese minimale meetverplichting, bijvoorbeeld om modelberekeningen te verifiëren en concentraties van bepaalde luchtverontreinigende stoffen te kunnen blijven monitoren. De nationale meetverplichting wordt uitgevoerd door het Landelijk meetnet Luchtkwaliteit (LML), aangevuld met meetpunten van de partnermeetnetten van de GGD Amsterdam en de DCMR.
dc.description.abstractEU legislation requires the Netherlands to establish a minimum number of fixed sampling sites for assessing air quality at the national level. This minimum requirement is determined by the Member States on the basis of measured air pollutant concentration levels and the number of inhabitants. The minimum required measurement effort may therefore change over time. As a result, EU countries must regularly evaluate the required number of fixed sampling sites. In this report, the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) provides an overview of the minimum number of fixed sampling sites in the Netherlands when air quality is assessed solely based on measurements. The results show that the current setup mostly meets the minimum measurement obligations. One of the exceptions is found in the The Hague / Leiden region. Measurements at one sampling site in this region have been temporarily suspended due to changes in the traffic situation. It is expected that this deficiency will be resolved in 2016. In addition, there are not enough monitoring sites to determine ozone concentrations representative of suburban areas. The relevant national legislation (Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit, Rbl) is based on the minimum measurement obligations defined in EU legislation. In some locations, the Rbl legislation prescribes more sampling sites than are required under EU legislation. This is because the national legislation has not been adjusted in all cases to account for the decreasing pollutant concentration levels measured in recent years in the Netherlands. In some cases, national legislation is consciously more stringent than EU legislation, for instance to enable continuous monitoring of the concentration levels of specific air pollutants. The measurements at the national level are performed by the National Air Quality Monitoring Network (LML), supplemented with data derived from sampling sites in partner monitoring networks, such as those operated by the Amsterdam Regional Health Authority and the Rijnmond Environmental Protection Agency (DCMR).
dc.description.sponsorshipDirectoraat-Generaal Milieubeheernl
dc.language.isonlnl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMnl
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 2014-0123nl
dc.relation.urlhttps://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2014-0123.pdfnl
dc.subjectRIVM rapport 2014-0123nl
dc.titleBeoordeling Nederlandse luchtkwaliteit voor de Europese meetverplichting : Periode 2009-2013 Achtergrondrapportnl
dc.title.alternativeDutch air quality assessment for the European measurement obligation : Background reporten_US
dc.typeReporten
refterms.dateFOA2020-06-11T11:49:23Z
html.description.abstractNederland is volgens de Europese wetgeving verplicht om een minimaal aantal meetpunten in te richten om de nationale luchtkwaliteit te bewaken. Deze Europese minimale meetverplichting wordt door lidstaten zelf vastgesteld op basis van de gemeten resultaten van luchtvervuilende stoffen en het aantal inwoners. Door veranderingen hierin in de loop van de jaren kan de vereiste minimale meetinspanning veranderen. Hierdoor zijn EU-landen verplicht om ontwikkelingen door de jaren heen te volgen en eventueel het aantal meetpunten hierop aan te passen. In dat verband geeft het RIVM een overzicht van de minimale Europese meetverplichting in Nederland wanneer de luchtkwaliteit uitsluitend op basis van meetresultaten wordt beoordeeld. Hieruit blijkt dat vrijwel overal aan deze verplichting wordt voldaan. Uitzondering hierop is de agglomeratie Den Haag/Leiden. In deze agglomeratie is een meetpunt vervallen door een veranderde verkeersituatie. Naar verwachting wordt deze tekortkoming in 2016 opgelost. Daarnaast zijn er voor ozon te weinig meetlocaties representatief om concentraties in voorstedelijke gebieden te bepalen. De Europese minimale meetverplichting is tevens de basis voor het aantal meetpunten dat voor de nationale wetgeving (Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit, ofwel Rbl) wordt ingericht. Op sommige plekken is de Rbl ruimer dan Europees minimaal wordt voorgeschreven. Deels komt dit doordat het minimaal aantal meetpunten volgens de nationale wetgeving nog niet in alle gevallen is aangepast aan de dalende concentraties vervuilende stoffen die de afgelopen jaren in Nederland te zien zijn. In sommige gevallen is de nationale wetgeving strenger ingericht dan de Europese minimale meetverplichting, bijvoorbeeld om modelberekeningen te verifiëren en concentraties van bepaalde luchtverontreinigende stoffen te kunnen blijven monitoren. De nationale meetverplichting wordt uitgevoerd door het Landelijk meetnet Luchtkwaliteit (LML), aangevuld met meetpunten van de partnermeetnetten van de GGD Amsterdam en de DCMR.nl
html.description.abstractEU legislation requires the Netherlands to establish a minimum number of fixed sampling sites for assessing air quality at the national level. This minimum requirement is determined by the Member States on the basis of measured air pollutant concentration levels and the number of inhabitants. The minimum required measurement effort may therefore change over time. As a result, EU countries must regularly evaluate the required number of fixed sampling sites. In this report, the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) provides an overview of the minimum number of fixed sampling sites in the Netherlands when air quality is assessed solely based on measurements. The results show that the current setup mostly meets the minimum measurement obligations. One of the exceptions is found in the The Hague / Leiden region. Measurements at one sampling site in this region have been temporarily suspended due to changes in the traffic situation. It is expected that this deficiency will be resolved in 2016. In addition, there are not enough monitoring sites to determine ozone concentrations representative of suburban areas. The relevant national legislation (Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit, Rbl) is based on the minimum measurement obligations defined in EU legislation. In some locations, the Rbl legislation prescribes more sampling sites than are required under EU legislation. This is because the national legislation has not been adjusted in all cases to account for the decreasing pollutant concentration levels measured in recent years in the Netherlands. In some cases, national legislation is consciously more stringent than EU legislation, for instance to enable continuous monitoring of the concentration levels of specific air pollutants. The measurements at the national level are performed by the National Air Quality Monitoring Network (LML), supplemented with data derived from sampling sites in partner monitoring networks, such as those operated by the Amsterdam Regional Health Authority and the Rijnmond Environmental Protection Agency (DCMR).en


Files in this item

Thumbnail
Name:
2014-0123.pdf
Size:
739.3Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record