Show simple item record

dc.contributor.authorTraas, TPnl
dc.contributor.authorZweers, PGPCnl
dc.contributor.authorQuik, JTKnl
dc.contributor.authorWaaijers, SLnl
dc.contributor.authorLijzen, JPAnl
dc.date.accessioned2021-03-23T09:45:44Z
dc.date.available2021-03-23T09:45:44Z
dc.date.issued2021-03-23
dc.identifier.doi10.21945/RIVM-2020-0217nl
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/624783nl
dc.description.abstractDe Europese Green Deal is bedoeld om Europa klimaatneutraal temaken in 2050. Een belangrijk onderdeel is minder afval storten of verbranden, en het zo veel mogelijk hergebruiken of recyclen. Dat moet wel veilig zijn voor mens en milieu. Het RIVM stelt een methode voor om te kijken hoe veilig en duurzaam verschillende vormen om afval te verwerken zijn. Door de resultaten te vergelijken kunnen beleidsmakers en afvalverwerkers goed doordachte keuzes maken over nieuwe vormen van afvalverwerking. De methode bestaat uit zes stappen. Daarin wordt gekeken naar het risico van eventueel aanwezige schadelijke stoffen en de winst van de afvalverwerking voor het milieu. Het gaat om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), maar ook om ziekteverwekkers, resten van medicijnen en bestrijdingsmiddelen. Stap 1 verzamelt informatie over aanwezige schadelijke stoffen. Stap 2 bekijkt welke mogelijkheden er zijn om het afval te verwerken. Stap 3 controleert of de stoffen niet boven de gestelde maximale concentraties uitkomen. Als dat wel zo is, wordt in stap 4 met een risicoanalyse bepaald of mensen of het milieu aan de stof kunnen worden blootgesteld tijdens de verdere verwerking en gebruik. Stap 5 geeft aan hoeveel energie (en daarmee CO2) het bespaart en in welke mate landgebruik vermindert als het materiaal wordt gerecycled. De laatste stap vergelijkt de mogelijkheden met elkaar. Het RIVM geeft aanbevelingen voor verbeteringen en aanvulling op deze eerste uitwerking. De methode is nu uitgewerkt voor de risico’s van ZZS, maar in de opzet is al rekening gehouden met andere genoemde risico’s. Ook moeten hiervoor de databases met informatie over de bestanddelen van producten en materialen en voor duurzaamheidsberekeningen worden uitgebreid. Om dit praktisch mogelijk te maken, is het gewenst de methode verder te testen en ontwikkelen met Europese partners uit de afvalketen en beleidsmakers.
dc.description.abstractOne of the main elements of the European Green Deal is the CircularEconomy Action Plan. An important component of this plan is to landfill or incinerate less waste and to reuse or recycle it as much as possible. However, this must be done in a manner that is safe for humans and the environment. RIVM is proposing a method for comparing the safety and sustainability of different ways of processing waste materials. By using such methods, policymakers and waste processors can make wellconsidered choices with regard to new forms of waste processing. The method consists of six steps. In these steps, consideration is given to the risk of hazardous substances that may be present and the environmental benefit of the waste processing. The substances involved include Substances of Concern (SoC; or ZZS in Dutch) and can be extended to pathogens, residues of medicines, and pesticides. Step 1 collects information about the hazardous substances present. Step 2 looks at the options available for processing the waste. Step 3 checks whether the concentrations of the substances do not exceed limit values. If that is the case, then a risk analysis is carried out in Step 4 to determine whether humans, or the environment, can be exposed to the substance during the further processing and use. Step 5 calculates the quantity of energy (and associated CO2) that is saved and to what degree land use would be affected if the material were to be recycled. The last step compares the various options with one other. RIVM provides recommendations for improvements and additions to this proposal. The method has already been worked out in more detail with regard to the risks presented by SoC; the other associated risks related to other SoC have also already been taken into account. For this purpose, the databases containing information on the components of products and materials, and on environmental footprints, also need to be updated and expanded. To make this feasible, further testing and development with European partners from the waste processing chain and policymakers is recommended.
dc.description.sponsorshipMinisterie van I&Wnl
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMnl
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 2020-0217nl
dc.relation.urlhttps://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0217.pdfnl
dc.subjectRIVM rapport 2020-0217nl
dc.titleTowards sustainable recycling : A method for comparing the safety and sustainability of the processing of residual flowsen_US
dc.title.alternativeNaar duurzame recycling : Methodiek voor het vergelijken van veiligheid en duurzaamheid van de verwerking van reststromennl
dc.typeReporten
refterms.dateFOA2021-03-23T09:45:44Z
html.description.abstractDe Europese Green Deal is bedoeld om Europa klimaatneutraal temaken in 2050. Een belangrijk onderdeel is minder afval storten of verbranden, en het zo veel mogelijk hergebruiken of recyclen. Dat moet wel veilig zijn voor mens en milieu. Het RIVM stelt een methode voor om te kijken hoe veilig en duurzaam verschillende vormen om afval te verwerken zijn. Door de resultaten te vergelijken kunnen beleidsmakers en afvalverwerkers goed doordachte keuzes maken over nieuwe vormen van afvalverwerking. De methode bestaat uit zes stappen. Daarin wordt gekeken naar het risico van eventueel aanwezige schadelijke stoffen en de winst van de afvalverwerking voor het milieu. Het gaat om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), maar ook om ziekteverwekkers, resten van medicijnen en bestrijdingsmiddelen. Stap 1 verzamelt informatie over aanwezige schadelijke stoffen. Stap 2 bekijkt welke mogelijkheden er zijn om het afval te verwerken. Stap 3 controleert of de stoffen niet boven de gestelde maximale concentraties uitkomen. Als dat wel zo is, wordt in stap 4 met een risicoanalyse bepaald of mensen of het milieu aan de stof kunnen worden blootgesteld tijdens de verdere verwerking en gebruik. Stap 5 geeft aan hoeveel energie (en daarmee CO2) het bespaart en in welke mate landgebruik vermindert als het materiaal wordt gerecycled. De laatste stap vergelijkt de mogelijkheden met elkaar. Het RIVM geeft aanbevelingen voor verbeteringen en aanvulling op deze eerste uitwerking. De methode is nu uitgewerkt voor de risico’s van ZZS, maar in de opzet is al rekening gehouden met andere genoemde risico’s. Ook moeten hiervoor de databases met informatie over de bestanddelen van producten en materialen en voor duurzaamheidsberekeningen worden uitgebreid. Om dit praktisch mogelijk te maken, is het gewenst de methode verder te testen en ontwikkelen met Europese partners uit de afvalketen en beleidsmakers.nl
html.description.abstractOne of the main elements of the European Green Deal is the CircularEconomy Action Plan. An important component of this plan is to landfill or incinerate less waste and to reuse or recycle it as much as possible. However, this must be done in a manner that is safe for humans and the environment. RIVM is proposing a method for comparing the safety and sustainability of different ways of processing waste materials. By using such methods, policymakers and waste processors can make wellconsidered choices with regard to new forms of waste processing. The method consists of six steps. In these steps, consideration is given to the risk of hazardous substances that may be present and the environmental benefit of the waste processing. The substances involved include Substances of Concern (SoC; or ZZS in Dutch) and can be extended to pathogens, residues of medicines, and pesticides. Step 1 collects information about the hazardous substances present. Step 2 looks at the options available for processing the waste. Step 3 checks whether the concentrations of the substances do not exceed limit values. If that is the case, then a risk analysis is carried out in Step 4 to determine whether humans, or the environment, can be exposed to the substance during the further processing and use. Step 5 calculates the quantity of energy (and associated CO2) that is saved and to what degree land use would be affected if the material were to be recycled. The last step compares the various options with one other. RIVM provides recommendations for improvements and additions to this proposal. The method has already been worked out in more detail with regard to the risks presented by SoC; the other associated risks related to other SoC have also already been taken into account. For this purpose, the databases containing information on the components of products and materials, and on environmental footprints, also need to be updated and expanded. To make this feasible, further testing and development with European partners from the waste processing chain and policymakers is recommended.en


Files in this item

Thumbnail
Name:
2020-0217.pdf
Size:
1.233Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record