Show simple item record

dc.contributor.authorBodar, CWMnl
dc.contributor.authorde Boer, Lnl
dc.contributor.authorter Burg, Wnl
dc.contributor.authorJanssen, Nnl
dc.contributor.authorSmit, Enl
dc.date.accessioned2022-06-16T07:36:00Z
dc.date.available2022-06-16T07:36:00Z
dc.date.issued2022-06-15
dc.identifier.doi10.21945/RIVM-2022-0061nl
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/625843nl
dc.description.abstractBedrijven krijgen van de overheid een vergunning voor de hoeveelheid chemische stoffen die ze mogen uitstoten, waaronder Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Deze vergunning wordt meestal voor één stof gegeven maar bedrijven stoten vaak mengsels van verschillende stoffen tegelijk uit. Mensen en het milieu kunnen hieraan worden blootgesteld (cumulatie). De kans dat een mengsel schadelijke effecten heeft, kan groter zijn dan de effecten van één stof. Hoe groot die kans is, hangt af van de samenstelling, de concentraties en de schadelijkheid van de stoffen. Het effect van een mengsel wordt nu nauwelijks meegenomen bij de vergunningverlening, zo blijkt uit een verkenning van het RIVM. Daarin is ook geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om daar wat aan te doen. Dit is gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Het RIVM beschrijft welke methoden overheden kunnen gebruiken om de effecten van stoffenmengsels voor mens en milieu te kunnen inschatten en voor de vergunningverlening te gebruiken. Ook is gekeken hoe landen rondom Nederland, zoals Denemarken, België (Vlaanderen) en Duitsland, het effect van mengsels erin betrekken. Het RIVM beveelt aan te onderzoeken in welke stappen van het vergunningsverleningsproces de cumulatie-effecten het beste kunnen worden meegenomen. Het is hierbij belangrijk rekening te houden met veiligheidsmarges die er al zijn. Ook is het nodig de voorstellen uit te werken met betrokken partijen, zoals omgevingsdiensten. Dan zijn ze beter uit te voeren in de praktijk. Daarnaast geeft het RIVM aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld om in kaart te brengen op welke plekken in Nederland ZZS en andere chemische stoffen het meest voorkomen, zodat deze locaties als eerste kunnen worden aangepakt. Ook is aandacht nodig voor de hoeveelheid vergunde stoffen die uit de lucht in de bodem en het water terechtkomt. De neerslag op bodem en water blijft nu grotendeels buiten beeld, en dus ook het cumulatie-effect daarvan. Tot slot benadrukt het RIVM in het algemeen om zo min mogelijk ZZS naar de leefomgeving uit te stoten. Dat verkleint de mogelijke cumulatieve effecten van ZZS voor mens en milieu.
dc.description.abstractThe government issues permits to companies specifying the quantity of chemical substances that they are allowed to emit, including substances of very high concern (SVHCs). These permits are usually issued for a single substance, but companies often emit mixtures of various substances simultaneously. People and the environment can be exposed to these (cumulation). The probability that a mixture will have harmful effects could be higher than the probability of the constituent substances having harmful effects individually. How high that probability is will depend on the composition, concentrations and harmfulness of the substances. A study conducted by the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) reveals that the effects of mixtures receive scant attention within the permit issuance process at present. The study, which was commissioned by the Ministry of Infrastructure and Water Management, also identified options to address this. RIVM sets out the methods that authorities can use both for the permit issuance process and to enable them to gauge the effects of mixtures of substances on humans and the environment. The study also looked at how nearby countries and regions such as Denmark, Belgium (Flanders) and Germany factor in the effects of mixtures. RIVM would recommend investigating which steps within the permit issuance process would be the best ones to factor the cumulative effects into. In this regard, it is important to give due consideration to the safety margins already in place. It will also be necessary to flesh out the proposals with parties involved, such as environmental agencies, thus ensuring that they are more readily implementable in practice. RIVM also makes recommendations for follow-up research, such as charting the places in the Netherlands where SVHCs and other chemical substances are most prevalent, making it possible to tackle these locations first. In addition, attention will need to be given to the quantity of the licensed substances ending up in the soil and water from the air. As things currently stand, precipitation onto soil and water is largely unmonitored, as is the cumulative effect thereof. Finally, RIVM is keen to stress in general that levels of SVHCs emitted into the living environment should be minimised. This will reduce the potential cumulative effects of these SVHCs on humans and the environment.
dc.language.isonlnl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMnl
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 2022-0061nl
dc.relation.urlhttps://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2022-0061.pdfnl
dc.subjectRIVM rapport 2022-0061nl
dc.titleCumulatie en vergunningverlening ZZSnl
dc.title.alternativeCumulation and permit issuance for SVHCsen_US
dc.typeReporten
refterms.dateFOA2022-06-16T07:36:01Z
html.description.abstractBedrijven krijgen van de overheid een vergunning voor de hoeveelheid chemische stoffen die ze mogen uitstoten, waaronder Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Deze vergunning wordt meestal voor één stof gegeven maar bedrijven stoten vaak mengsels van verschillende stoffen tegelijk uit. Mensen en het milieu kunnen hieraan worden blootgesteld (cumulatie). De kans dat een mengsel schadelijke effecten heeft, kan groter zijn dan de effecten van één stof. Hoe groot die kans is, hangt af van de samenstelling, de concentraties en de schadelijkheid van de stoffen. Het effect van een mengsel wordt nu nauwelijks meegenomen bij de vergunningverlening, zo blijkt uit een verkenning van het RIVM. Daarin is ook geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om daar wat aan te doen. Dit is gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Het RIVM beschrijft welke methoden overheden kunnen gebruiken om de effecten van stoffenmengsels voor mens en milieu te kunnen inschatten en voor de vergunningverlening te gebruiken. Ook is gekeken hoe landen rondom Nederland, zoals Denemarken, België (Vlaanderen) en Duitsland, het effect van mengsels erin betrekken. Het RIVM beveelt aan te onderzoeken in welke stappen van het vergunningsverleningsproces de cumulatie-effecten het beste kunnen worden meegenomen. Het is hierbij belangrijk rekening te houden met veiligheidsmarges die er al zijn. Ook is het nodig de voorstellen uit te werken met betrokken partijen, zoals omgevingsdiensten. Dan zijn ze beter uit te voeren in de praktijk. Daarnaast geeft het RIVM aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld om in kaart te brengen op welke plekken in Nederland ZZS en andere chemische stoffen het meest voorkomen, zodat deze locaties als eerste kunnen worden aangepakt. Ook is aandacht nodig voor de hoeveelheid vergunde stoffen die uit de lucht in de bodem en het water terechtkomt. De neerslag op bodem en water blijft nu grotendeels buiten beeld, en dus ook het cumulatie-effect daarvan. Tot slot benadrukt het RIVM in het algemeen om zo min mogelijk ZZS naar de leefomgeving uit te stoten. Dat verkleint de mogelijke cumulatieve effecten van ZZS voor mens en milieu.nl
html.description.abstractThe government issues permits to companies specifying the quantity of chemical substances that they are allowed to emit, including substances of very high concern (SVHCs). These permits are usually issued for a single substance, but companies often emit mixtures of various substances simultaneously. People and the environment can be exposed to these (cumulation). The probability that a mixture will have harmful effects could be higher than the probability of the constituent substances having harmful effects individually. How high that probability is will depend on the composition, concentrations and harmfulness of the substances. A study conducted by the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) reveals that the effects of mixtures receive scant attention within the permit issuance process at present. The study, which was commissioned by the Ministry of Infrastructure and Water Management, also identified options to address this. RIVM sets out the methods that authorities can use both for the permit issuance process and to enable them to gauge the effects of mixtures of substances on humans and the environment. The study also looked at how nearby countries and regions such as Denmark, Belgium (Flanders) and Germany factor in the effects of mixtures. RIVM would recommend investigating which steps within the permit issuance process would be the best ones to factor the cumulative effects into. In this regard, it is important to give due consideration to the safety margins already in place. It will also be necessary to flesh out the proposals with parties involved, such as environmental agencies, thus ensuring that they are more readily implementable in practice. RIVM also makes recommendations for follow-up research, such as charting the places in the Netherlands where SVHCs and other chemical substances are most prevalent, making it possible to tackle these locations first. In addition, attention will need to be given to the quantity of the licensed substances ending up in the soil and water from the air. As things currently stand, precipitation onto soil and water is largely unmonitored, as is the cumulative effect thereof. Finally, RIVM is keen to stress in general that levels of SVHCs emitted into the living environment should be minimised. This will reduce the potential cumulative effects of these SVHCs on humans and the environment.en


Files in this item

Thumbnail
Name:
2022-0061.pdf
Size:
838.6Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record