Show simple item record

dc.contributor.authorLinden AMA van der
dc.contributor.authorBoesten JJTI
dc.contributor.authorBrock TCM
dc.contributor.authorEekelen GMA van
dc.contributor.authorJong FMW de
dc.contributor.authorLeistra M
dc.contributor.authorMontforts MHMM
dc.contributor.authorPol JW
dc.contributor.editorLinden AMA van deren_US
dc.contributor.otherAlterraen_US
dc.contributor.otherCTBen_US
dc.date.accessioned2007-01-12T14:54:45Z
dc.date.available2007-01-12T14:54:45Z
dc.date.issued2006-05-04en_US
dc.identifier601506008en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/7388
dc.description.abstractPersistence in soil is one of the evaluation aspects of plant protection products. However, except for trigger values indicating persistence in soil, there is no broadly accepted evaluation procedure at the European level and member states use different approaches for the evaluation of persistence in soil at the national level. Until recently, the Netherlands used a cut-off criterion, but the Netherlands Court of Appeal for Trade and Industry (CBb) ruled this to be in contravention of Directive 91/414/EEC. This report proposes tiered procedures for the assessment of persistence in soil. The system considers three protection goals: 1) protection of soil functions relevant to agricultural production, 2) protection of the structure of agro-ecosystems, and 3) protection of the structure of soil ecosystems in general. The procedure distinguishes three trigger values for the half-life for dissipation (DT50) from soil. Substances having a DT50 > 30 days are assessed according to the Functional Redundancy Principle (FRP); i.e. it is evaluated whether soil functions, for example mineralization of organic matter, are affected. Substances having a DT50 > 90 days are assessed also according to the Community Recovery Principle (CRP); i.e. whether the community structure is affected at two years post application. Finally, substances having a DT50 > 180 days are assessed additionally according to the Ecological Threshold Principle (ETP); i.e. whether concentrations in the soil at seven years post last application potentially allow the development of natural ecosystems. The report proposes separate decision schemes for each of the protection goals. In these schemes both the Predicted Environmental Concentrations (PEC) and the ecotoxicological endpoints can be determined using tiered approaches. Exposure concentrations in test systems are essential for deriving ecotoxicity endpoints. Only rarely, all essential information on environmental conditions and substance properties is available for these test systems. The report describes procedures to derive conservative estimates for the exposure concentration. For this, both pore water concentrations and total contents in soil are considered.
dc.description.abstractIn dit rapport zijn richtlijnen gegeven voor het beoordelen van persistentie (verblijftijd) van gewasbeschermingsmiddelen in de bodem. Deze richtlijnen geven een nadere invulling aan de Europese regelgeving. Aanleiding voor het rapport was de Nederlandse uitwerking van de beoordeling van persistentie van gewasbeschermingsmiddelen bij, in EU regelgeving vastgelegde, signaleringswaarden. Hoewel deze waarden zonder volledige uitwerking van de beoordeling staan beschreven, oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dat het hanteren van de Nederlandse systematiek niet in overeenstemming was met de Europese regelgeving. Dit rapport beoogt een oplossing voor het gesignaleerde probleem aan te reiken. Het rapport onderscheidt drie beschermdoelen voor de bodem: 1) behoud van landbouwkundige bodemfuncties, 2) behoud van structuur van levensgemeenschappen van agro-ecosystemen en 3) bescherming van de structuur van bodemlevensgemeenschappen in het algemeen. Voor elk van deze beschermdoelen wordt een beslisboom voorgesteld waarin zowel aan de blootstellingskant als aan de ecotoxicologische kant met een getrapt systeem wordt gewerkt. De beslisbomen worden gehanteerd bij achtereenvolgens persistenties van 30, 90 en 180 dagen. Voor elke stof wordt gekeken of het beschermdoel in de 90% kwetsbare situatie wordt gehaald. Voor de afleiding van ecotoxicologische eindpunten is kennis over de werkelijke blootstellingsconcentratie essentieel. Slechts zelden zijn deze concentraties gemeten of is directe informatie beschikbaar om ze voor het testsysteem te berekenen. Het rapport geeft richtlijnen om voor die gevallen conservatieve blootstellingsconcentraties af te leiden.
dc.format.extent481000 bytesen_US
dc.format.extent492468 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 601506008en_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 601506008
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/601506008.htmlen_US
dc.subject.otheragricultural pesticidesen
dc.subject.otherpesticidesen
dc.subject.otherpersistencyen
dc.subject.othersoilen
dc.subject.othertoxicologyen
dc.subject.otherecosystemsen
dc.subject.otherassessmenten
dc.subject.otherdecision treeen
dc.subject.otherecotoxicological effectsen
dc.subject.otherpersistence in soilen
dc.subject.otherprotection goalsen
dc.subject.othergewasbeschermingsmiddelennl
dc.subject.otherpesticidennl
dc.subject.otherbestrijdingsmiddelennl
dc.subject.otherpersistentienl
dc.subject.otherbodemnl
dc.subject.othertoxicologienl
dc.subject.otherecosystemennl
dc.subject.othertoetsingnl
dc.subject.otherbeslisboomnl
dc.subject.otherecotoxicologische effectennl
dc.subject.otherpersistentie in de bodemnl
dc.subject.otherbeschermdoelennl
dc.titlePersistence of plant protection products in soil; a proposal for risk assessmenten_US
dc.title.alternativePersistentie van gewasbeschermingsmiddelen in de bodem; een voorstel voor risicobeoordelingen_US
dc.contributor.departmentSECen_US
dc.contributor.departmentLERen_US
refterms.dateFOA2018-12-18T15:19:23Z
html.description.abstractPersistence in soil is one of the evaluation aspects of plant protection products. However, except for trigger values indicating persistence in soil, there is no broadly accepted evaluation procedure at the European level and member states use different approaches for the evaluation of persistence in soil at the national level. Until recently, the Netherlands used a cut-off criterion, but the Netherlands Court of Appeal for Trade and Industry (CBb) ruled this to be in contravention of Directive 91/414/EEC. This report proposes tiered procedures for the assessment of persistence in soil. The system considers three protection goals: 1) protection of soil functions relevant to agricultural production, 2) protection of the structure of agro-ecosystems, and 3) protection of the structure of soil ecosystems in general. The procedure distinguishes three trigger values for the half-life for dissipation (DT50) from soil. Substances having a DT50 > 30 days are assessed according to the Functional Redundancy Principle (FRP); i.e. it is evaluated whether soil functions, for example mineralization of organic matter, are affected. Substances having a DT50 > 90 days are assessed also according to the Community Recovery Principle (CRP); i.e. whether the community structure is affected at two years post application. Finally, substances having a DT50 > 180 days are assessed additionally according to the Ecological Threshold Principle (ETP); i.e. whether concentrations in the soil at seven years post last application potentially allow the development of natural ecosystems. The report proposes separate decision schemes for each of the protection goals. In these schemes both the Predicted Environmental Concentrations (PEC) and the ecotoxicological endpoints can be determined using tiered approaches. Exposure concentrations in test systems are essential for deriving ecotoxicity endpoints. Only rarely, all essential information on environmental conditions and substance properties is available for these test systems. The report describes procedures to derive conservative estimates for the exposure concentration. For this, both pore water concentrations and total contents in soil are considered.
html.description.abstractIn dit rapport zijn richtlijnen gegeven voor het beoordelen van persistentie (verblijftijd) van gewasbeschermingsmiddelen in de bodem. Deze richtlijnen geven een nadere invulling aan de Europese regelgeving. Aanleiding voor het rapport was de Nederlandse uitwerking van de beoordeling van persistentie van gewasbeschermingsmiddelen bij, in EU regelgeving vastgelegde, signaleringswaarden. Hoewel deze waarden zonder volledige uitwerking van de beoordeling staan beschreven, oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dat het hanteren van de Nederlandse systematiek niet in overeenstemming was met de Europese regelgeving. Dit rapport beoogt een oplossing voor het gesignaleerde probleem aan te reiken. Het rapport onderscheidt drie beschermdoelen voor de bodem: 1) behoud van landbouwkundige bodemfuncties, 2) behoud van structuur van levensgemeenschappen van agro-ecosystemen en 3) bescherming van de structuur van bodemlevensgemeenschappen in het algemeen. Voor elk van deze beschermdoelen wordt een beslisboom voorgesteld waarin zowel aan de blootstellingskant als aan de ecotoxicologische kant met een getrapt systeem wordt gewerkt. De beslisbomen worden gehanteerd bij achtereenvolgens persistenties van 30, 90 en 180 dagen. Voor elke stof wordt gekeken of het beschermdoel in de 90% kwetsbare situatie wordt gehaald. Voor de afleiding van ecotoxicologische eindpunten is kennis over de werkelijke blootstellingsconcentratie essentieel. Slechts zelden zijn deze concentraties gemeten of is directe informatie beschikbaar om ze voor het testsysteem te berekenen. Het rapport geeft richtlijnen om voor die gevallen conservatieve blootstellingsconcentraties af te leiden.


Files in this item

Thumbnail
Name:
601506008.pdf
Size:
480.9Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record