Show simple item record

dc.contributor.authorStruijs J
dc.contributor.authorKamp RE van de
dc.date.accessioned2007-02-27T12:53:18Z
dc.date.available2007-02-27T12:53:18Z
dc.date.issued2001-11-09en_US
dc.identifier607501001en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9580
dc.description.abstractA new procedure to concentrate chemical pollutants in surface water samples is tested against 27 chemicals of varying physico-chemical and biological properties. A comparison is made to former procedures that have developed since 1994. The method is operational since 1996 in monitoring the toxicity of surface water in the framework of the project Geographic Representation of Ecotoxicological Effects of Substances. The test substances include hydrophobic chemicals with a (polar) narcotic mode of action, pesticides, surfactants and organotin compounds. The recovery for the narcotic cocktail, including a.o. volatile and strongly adsorbing compounds, improved remarkebly: from 18 % to 60 %. The recovery of pesticides remained at the same level as the former procedure, i.e. 70 %. For the first time, surfactants and organotin compounds were included in the test programme. The recovery of the anionic LAS and the nonionic octaethylene glycol monotetradecyl ether, which represent the majority of the surfactants used in the industrialized world was 40 % and 80 %, respectively. The recovery of organotin compounds was zero, which confirms that the method is not suitable for metals. It is essential that the result of the chemical part of the whole procedure suits the toxicity measurements because they constitute the actual measurement of the environmental sample. It was demonstrated that the concentrated water samples are compatible to bioassays. The ease of conductance is another demand that is put on the procedure. With respect to the former the method has improved considerably (less time consuming, lower use rate of expensive materials) and is therefore more suitable for monitoring toxic risk in surface water.
dc.description.abstractEen nieuwe procedure voor het concentreren van chemische verontreinigingen in monsters van oppervlaktewater wordt getest op 27 chemicalien met uiteenlopende fysisch-chemische en biologische eigenschappen. Een vergelijking wordt gemaakt met eerdere methoden die sinds 1994 zijn ontwikkeld. De concentreringsprocedure wordt sinds 1996 toegepast in monitoring van toxiciteit van oppervlaktewater in het kader van project Kartering Ecotoxicologische Effecten van Stoffen. De teststoffen bestaan uit hydrofobe verbindingen met een (polair-)narcotisch werkingsmechanisme, pesticiden, oppervlakte aktieve stoffen en organotin verbindingen. De opbrengst van het narcotische testmengsel, met daarin o.a. vluchtige en sterk adsorberende verbindingen, laat een opvallende verbetering zien, nl. van 18 % naar 60 %. De opbrengst van pesticiden is ca. 70 %, evenals in de vorige procedure. Voor het eerst werden surfactanten en organotinverbindingen in het testprogramma opgenomen. De opbrengst van het anionogene LAS en het non-ionogene octaethyleenglycol monotetradecyl ether, die model staan voor de meest gebruikte wasmiddelen, bedraagt 40 % en 80 % respectievelijk. De opbrengst van organotinverbindingen blijkt nihil, waarmee bevestigd wordt dat de extractieprocedure niet geschikt is voor metalen. Het is essentieel dat het resultaat van de chemische opwerking geschikt is voor het stelsel van toxiciteitsmetingen dat de feitelijke meting van het milieumonster vormt. De opgewerkte watermonsters blijken voldoende compatibel met de bio-assays. Een andere eis die aan de opwerkingsmethodiek gesteld dient te worden, betreft de praktische uitvoerbaarheid. Ten opzichte van de oude methode is sprake van een aanzienlijke verbetering (minder tijdrovend, lager gebruik van dure materialen) waardoor de procedure beter geschikt is voor monitoring van toxisch risico in oppervlaktewater.
dc.format.extent454000 bytesen_US
dc.format.extent273676 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 607501001en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607501001.htmlen_US
dc.subject.otherwater pollutionen
dc.subject.othermicropollutionen
dc.subject.otherorganic compoundsen
dc.subject.otheranalysisen
dc.subject.otherconcentrationen
dc.subject.otherextractionen
dc.subject.otherwaterverontreinigingnl
dc.subject.othermicroverontreinigingnl
dc.subject.otherorganische verbindingennl
dc.subject.otheranalysenl
dc.subject.otherconcentratienl
dc.subject.otherextractienl
dc.titleA revised procedure to concentrate organic micro-pollutants in wateren_US
dc.title.alternativeEen herziene procedure voor het concentreren van organische microverontreinigingen in wateren_US
dc.contributor.departmentECOen_US
refterms.dateFOA2018-12-18T17:34:43Z
html.description.abstractA new procedure to concentrate chemical pollutants in surface water samples is tested against 27 chemicals of varying physico-chemical and biological properties. A comparison is made to former procedures that have developed since 1994. The method is operational since 1996 in monitoring the toxicity of surface water in the framework of the project Geographic Representation of Ecotoxicological Effects of Substances. The test substances include hydrophobic chemicals with a (polar) narcotic mode of action, pesticides, surfactants and organotin compounds. The recovery for the narcotic cocktail, including a.o. volatile and strongly adsorbing compounds, improved remarkebly: from 18 % to 60 %. The recovery of pesticides remained at the same level as the former procedure, i.e. 70 %. For the first time, surfactants and organotin compounds were included in the test programme. The recovery of the anionic LAS and the nonionic octaethylene glycol monotetradecyl ether, which represent the majority of the surfactants used in the industrialized world was 40 % and 80 %, respectively. The recovery of organotin compounds was zero, which confirms that the method is not suitable for metals. It is essential that the result of the chemical part of the whole procedure suits the toxicity measurements because they constitute the actual measurement of the environmental sample. It was demonstrated that the concentrated water samples are compatible to bioassays. The ease of conductance is another demand that is put on the procedure. With respect to the former the method has improved considerably (less time consuming, lower use rate of expensive materials) and is therefore more suitable for monitoring toxic risk in surface water.
html.description.abstractEen nieuwe procedure voor het concentreren van chemische verontreinigingen in monsters van oppervlaktewater wordt getest op 27 chemicalien met uiteenlopende fysisch-chemische en biologische eigenschappen. Een vergelijking wordt gemaakt met eerdere methoden die sinds 1994 zijn ontwikkeld. De concentreringsprocedure wordt sinds 1996 toegepast in monitoring van toxiciteit van oppervlaktewater in het kader van project Kartering Ecotoxicologische Effecten van Stoffen. De teststoffen bestaan uit hydrofobe verbindingen met een (polair-)narcotisch werkingsmechanisme, pesticiden, oppervlakte aktieve stoffen en organotin verbindingen. De opbrengst van het narcotische testmengsel, met daarin o.a. vluchtige en sterk adsorberende verbindingen, laat een opvallende verbetering zien, nl. van 18 % naar 60 %. De opbrengst van pesticiden is ca. 70 %, evenals in de vorige procedure. Voor het eerst werden surfactanten en organotinverbindingen in het testprogramma opgenomen. De opbrengst van het anionogene LAS en het non-ionogene octaethyleenglycol monotetradecyl ether, die model staan voor de meest gebruikte wasmiddelen, bedraagt 40 % en 80 % respectievelijk. De opbrengst van organotinverbindingen blijkt nihil, waarmee bevestigd wordt dat de extractieprocedure niet geschikt is voor metalen. Het is essentieel dat het resultaat van de chemische opwerking geschikt is voor het stelsel van toxiciteitsmetingen dat de feitelijke meting van het milieumonster vormt. De opgewerkte watermonsters blijken voldoende compatibel met de bio-assays. Een andere eis die aan de opwerkingsmethodiek gesteld dient te worden, betreft de praktische uitvoerbaarheid. Ten opzichte van de oude methode is sprake van een aanzienlijke verbetering (minder tijdrovend, lager gebruik van dure materialen) waardoor de procedure beter geschikt is voor monitoring van toxisch risico in oppervlaktewater.


Files in this item

Thumbnail
Name:
607501001.pdf
Size:
267.2Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record