Show simple item record

dc.contributor.authorRombout PJA
dc.contributor.authorBloemen HJTh
dc.contributor.authorBree L van
dc.contributor.authorBuring E
dc.contributor.authorCassee FR
dc.contributor.authorFischer PH
dc.contributor.authorFreijer JL
dc.contributor.authorKruize H
dc.contributor.authorMarra M
dc.contributor.authorOpperhuizen
dc.date.accessioned2007-02-27T12:56:02Z
dc.date.available2007-02-27T12:56:02Z
dc.date.issued2000-07-31en_US
dc.identifier650010020en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9629
dc.description.abstractA quantitative risk assessment of health effects associated with particulate matter (PM), especially ambient PM10 levels, for the Netherlands has indicated premature mortality among approximately 1000 persons. Local information, including air pollution mix and health status of the population, has proven to be essential in such a risk assessment. One of the questions not answered yet is if smaller particles (PM2.5) are more toxic than PM10. According to the particle dosimetry models developed for the project, the local dose in the lungs of groups with a less than optimal health status may differ substantially when compared to healthy adults; this may partly explain differences in susceptibility. Modelling the Dutch and European emissions of PM and precursor gasses with an air pollution dispersion model has indicated that part (nearly half) of the Dutch yearly PM10 averages are still unaccounted for. A monitoring programme has been started to determine the composition of the missing PM10 and its sources. An extensive programme of experimental inhalation toxicology using a mobile particle concentrator has also been developed to conform to epidemiological associations and more specifically to the discovery of causative fractions (and their sources). In vitro tests with lung tissue taken from a variety of individuals demonstrated great variability between these individuals in their susceptibility to collected ambient PM of different-sized fractions at the different locations. A scientific workshop, envisaged for mid-2001, will allow a wider application of the results, with answers to the questions of the Ministry of Housing, Spatial Planning and Environment possibly expected by the beginning of 2002.
dc.description.abstractEen kwantitatieve risicoschatting leverde op dat een voortijdige strefte van duizend mensen in Nederland geassocieerd is met de huidige PM10 niveaus. Lokale informatie (over het mengsel aan luchtverontreiniging en gegevens over de gezondheidstoestand van de bevolking) blijken essentieel te zijn voor het uitvoeren van een adequate risicoschatting. Een van de overblijvende vragen is bijvoorbeeld of kleinere deeltjes (PM2.5) nu gevaarlijker zijn dan PM10. Longdosimetrie modellen voor deeltjes die voor het programma zijn ontwikkeld, laten zien dat de lokale depositie en dosis in de longen van een COPD patient behoorlijk kunnen verschillen met die van een gezonde volwassene. Verontreiniging op grond van de Nederlandse en buitenlandse emissies van PM10 en precursor gassen bleek dat een deel (bijna de helft) van de Nederlandse jaargemiddelde niveaus vooralsnog niet verklaard wordt. Er is een meetprogramma gestart om de samenstelling van de ontbrekende massa en bronnen op te sporen. Er is een experimenteel inhalatie toxicologisch programma met een mobiele fijn stof concentrator ontwikkeld om de epidemiologische associaties te bevestigd te krijgen en zo meer aan de weet te komen over de causale stof fracties en hun bronnen. In-vitro testen van deeltjes op longweefsel van humane patienten laat zien dat er een grote inter-individuele variatie is in de reactie op deeltjes verzameld in verschillende groottefracties en op verschillende plaatsen in Nederland. Om de resultaten een wijdere verspreiding te geven is in het midden van 2001 een wetenschappelijke workshop gepland. De verwachte antwoorden kunnen begin 2002 tegemoet worden gezien.
dc.format.extent463000 bytesen_US
dc.format.extent473338 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 650010020en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010020.htmlen_US
dc.subject.otherrisksen
dc.subject.otherassessmenten
dc.subject.otherhealthen
dc.subject.othereffectsen
dc.subject.otherair pollutionen
dc.subject.otherparticulate matteren
dc.subject.otherpm10en
dc.subject.otherrisico'snl
dc.subject.othertoetsingnl
dc.subject.othergezondheidnl
dc.subject.othereffectennl
dc.subject.otherluchtverontreinigingnl
dc.subject.otherfijn stofnl
dc.subject.otherdeeltjesvormige luchtverontreinigingnl
dc.titleHealth Risks in relation to air quality, especially particulate matter. Interim reporten_US
dc.title.alternativeGezondheidsrisico's geassocieerd met luchtverontreiniging en met name fijn stof. Interim rapporten_US
dc.contributor.departmentLEOen_US
dc.contributor.departmentLAEen_US
dc.contributor.departmentLPIen_US
dc.contributor.departmentLLOen_US
dc.contributor.departmentCDLen_US
refterms.dateFOA2018-12-18T17:42:37Z
html.description.abstractA quantitative risk assessment of health effects associated with particulate matter (PM), especially ambient PM10 levels, for the Netherlands has indicated premature mortality among approximately 1000 persons. Local information, including air pollution mix and health status of the population, has proven to be essential in such a risk assessment. One of the questions not answered yet is if smaller particles (PM2.5) are more toxic than PM10. According to the particle dosimetry models developed for the project, the local dose in the lungs of groups with a less than optimal health status may differ substantially when compared to healthy adults; this may partly explain differences in susceptibility. Modelling the Dutch and European emissions of PM and precursor gasses with an air pollution dispersion model has indicated that part (nearly half) of the Dutch yearly PM10 averages are still unaccounted for. A monitoring programme has been started to determine the composition of the missing PM10 and its sources. An extensive programme of experimental inhalation toxicology using a mobile particle concentrator has also been developed to conform to epidemiological associations and more specifically to the discovery of causative fractions (and their sources). In vitro tests with lung tissue taken from a variety of individuals demonstrated great variability between these individuals in their susceptibility to collected ambient PM of different-sized fractions at the different locations. A scientific workshop, envisaged for mid-2001, will allow a wider application of the results, with answers to the questions of the Ministry of Housing, Spatial Planning and Environment possibly expected by the beginning of 2002.
html.description.abstractEen kwantitatieve risicoschatting leverde op dat een voortijdige strefte van duizend mensen in Nederland geassocieerd is met de huidige PM10 niveaus. Lokale informatie (over het mengsel aan luchtverontreiniging en gegevens over de gezondheidstoestand van de bevolking) blijken essentieel te zijn voor het uitvoeren van een adequate risicoschatting. Een van de overblijvende vragen is bijvoorbeeld of kleinere deeltjes (PM2.5) nu gevaarlijker zijn dan PM10. Longdosimetrie modellen voor deeltjes die voor het programma zijn ontwikkeld, laten zien dat de lokale depositie en dosis in de longen van een COPD patient behoorlijk kunnen verschillen met die van een gezonde volwassene. Verontreiniging op grond van de Nederlandse en buitenlandse emissies van PM10 en precursor gassen bleek dat een deel (bijna de helft) van de Nederlandse jaargemiddelde niveaus vooralsnog niet verklaard wordt. Er is een meetprogramma gestart om de samenstelling van de ontbrekende massa en bronnen op te sporen. Er is een experimenteel inhalatie toxicologisch programma met een mobiele fijn stof concentrator ontwikkeld om de epidemiologische associaties te bevestigd te krijgen en zo meer aan de weet te komen over de causale stof fracties en hun bronnen. In-vitro testen van deeltjes op longweefsel van humane patienten laat zien dat er een grote inter-individuele variatie is in de reactie op deeltjes verzameld in verschillende groottefracties en op verschillende plaatsen in Nederland. Om de resultaten een wijdere verspreiding te geven is in het midden van 2001 een wetenschappelijke workshop gepland. De verwachte antwoorden kunnen begin 2002 tegemoet worden gezien.


Files in this item

Thumbnail
Name:
650010020.pdf
Size:
462.2Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record