Now showing items 1-20 of 12585

    • Validation and clinical evaluation of a SARS-CoV-2 surrogate virus neutralisation test (sVNT).

      Meyer, Benjamin; Reimerink, Johan; Torriani, Giulia; Brouwer, Fion; Godeke, Gert-Jan; Yerly, Sabine; Hoogerwerf, Marieke; Vuilleumier, Nicolas; Kaiser, Laurent; Eckerle, Isabella; et al. (2020-12-01)
    • Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland; toestand (2016-2019) en trend (1992-2019) : De Nitraatrapportage 2020 met de resultaten van de monitoring van de effecten van de EU Nitraatrichtlijn actieprogramma's

      Fraters, B; Hooijboer, AEJ; Vrijhoef, A; Plette, ACC; van Duijnhoven, N; Rozemeijer, JC; Gosseling, M; Daatselaar, CHG; Roskam, JL; Begeman, HAL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-11-23)
      De afgelopen dertig jaar heeft de Nederlandse overheid maatregelen genomen waardoor de concentraties stikstof en fosfor sterk zijn gedaald. Hierdoor is de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater verbeterd. Maar de waterkwaliteit is nog niet overal voldoende. In de bovenste meter van het grondwater van meer dan de helft van de landbouwbedrijven in de Zand- en Lössregio is de nitraatconcentratie te hoog. Dit geldt ook voor de bovenste meter van het grondwater in ruim dertig van de circa 200 grondwaterbeschermingsgebieden. Ook voldoet een groot deel van de oppervlaktewateren nog niet aan de gewenste kwaliteit en zijn de concentraties stikstof en fosfor er te hoog. Na 2015 neemt het teveel aan stikstof en fosfor toe. Dit is vanaf 2018 versterkt door de droge zomers. Bij droogte groeien planten minder goed, waardoor ze minder stikstof en fosfor uit de bodem opnemen. Ook wordt er minder nitraat in de bodem afgebroken en spoelt er meer weg naar het grond- en oppervlaktewater. Zo verdubbelde de nitraatconcentratie in het slootwater op landbouwbedrijven in de periode 2016 tot en met 2019. Toch was de nitraatconcentratie in het grond- en oppervlaktewater in deze periode gemiddeld genomen lager dan in de vier jaar ervoor. Stikstof en fosfor zijn stoffen in mest die landbouwbedrijven gebruiken om gewassen beter te laten groeien. Een teveel aan stikstof en fosfor kan wegspoelen naar het grond- en oppervlaktewater en dat vervuilen. Nitraat is een van de vormen waarin stikstof voorkomt in de bodem en het water. De verbeterde waterkwaliteit komt vooral doordat boeren steeds minder mest zijn gaan gebruiken. Hierdoor nam het te veel aan stikstof en fosfor in de bodem af. Dit betekent ook dat er minder nitraat met regenwater wegzakt naar diepere lagen in de bodem en zo in het grondwater terechtkomt. Hoe minder stikstof en fosfor in de bodem en in het grondwater zit, hoe minder er naar het oppervlaktewater stroomt. Het is belangrijk om schoon grond- en oppervlaktewater te hebben waar drinkwater van kan worden gemaakt. Ook zorgt schoon oppervlaktewater ervoor dat er meer verschillende planten en dieren kunnen leven in het water.
    • Registratie voedselgerelateerde uitbraken : in Nederland, 2018-2019

      Friesema, IHM; Slegers-Fitz-James, IA; Wit, B; Franz, E (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-11-19)
      Mensen kunnen ziek worden van voedsel. Als twee of meer mensen tegelijk ziek worden na het eten van hetzelfde voedsel, wordt dat een uitbraak door een voedselgerelateerde infectie genoemd. In de periode 2006-2017 zijn in totaal 4155 uitbraken met 21.802 zieke mensen geregistreerd. In 2018 zijn 756 uitbraken met 2805 zieken gemeld. In 2019 waren dat 735 uitbraken met 3058 zieken. Net als in voorgaande jaren blijft norovirus de belangrijkste veroorzaker van geregistreerde voedselgerelateerde uitbraken, gevolgd door de bacteriën Salmonella en Campylobacter. De cijfers komen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de GGD'en. Zij registreren en onderzoeken voedselgerelateerde infecties en vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld te achterhalen wat de besmettingsbronnen waren en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel op ziekteverwekkers en de herkomst en plaats waar het is bereid of verkocht. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke besmettingsbronnen te herleiden. Het RIVM voegt de meldingen van de twee instanties samen en analyseert ze als één geheel. Deze aanpak geeft inzichten in oorzaken van voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, de mate waarin ze voorkomen en mogelijke veranderingen hierin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn wel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselgerelateerde uitbraken en zieken. Dit komt onder andere doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Ook is niet altijd duidelijk dat besmet voedsel de oorzaak van een ziekte is.
    • Afleiding bij aanrijdingen op de werkplek : Een verkenning van het onderwerp en analyse van vijftig ernstige arbeidsongevallen

      Sol, V; van der Swaluw, k; Chambon, M; van der Zande, A; Melssen, N; Guldenmund, F (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-11-19)
      Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Fouten kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid, bijvoorbeeld als mensen even niet opletten. Een factor die onveilige situaties op de werkplek kan veroorzaken is dat mensen afgeleid raken. Dat is bijvoorbeeld het geval bij arbeidsongevallen door aanrijdingen tussen voertuigen en personen. Deze kunnen ontstaan als de aangereden voetganger of de bestuurder van het voertuig afgeleid zijn. Afleiding is niet te voorkomen, omdat mensen niet de hele dag honderd procent alert kunnen zijn. Het RIVM adviseert daarom om kritisch naar de werkprocessen te kijken, om gevaarlijke situaties te vermijden. Zorg er bijvoorbeeld voor dat voetgangers niet in de buurt van voertuigen komen in een gebied waar zowel de bestuurder als de voetganger zich moeten concentreren op hun taak. Dit blijkt uit een analyse van het RIVM van vijftig ernstige arbeidsongevallen uit de periode 2012-2018. Mensen kunnen op het werk afgeleid worden als zij bijvoorbeeld rommel op de grond zien, of een obstakel op hun pad, of zij concentreren zich op hun taak. Hierdoor merken ze veranderingen in de omgeving, zoals een passerende voetganger of een naderend voertuig, niet op. Mensen op het werk lijken de afleiding niet vrijwillig op te zoeken, zoals bestuurders van auto's op de weg dat kunnen doen met hun smartphone. Het RIVM heeft voor de analyse informatie gebruikt uit de database (Storybuilder), waarin ernstige arbeidsongevallen in Nederland worden geregistreerd. Daarnaast is informatie gebruikt uit databronnen van de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
    • Monitoring results of wild boar (Sus scrofa) in The Netherlands: analyses of serological results and the first identification of Brucella suis biovar 2.

      van Tulden, P; Gonzales, JL; Kroese, M; Engelsma, M; de Zwart, F; Szot, D; Bisselink, Y; van der Giessen, J (2020-11-19)
    • Optimization of an air-liquid interface in vitro cell co-culture model to estimate the hazard of aerosol exposures.

      He, RW; Braakhuis, HM; Vandebriel, RJ; Staal, YCM; Gremmer, ER; Fokkens, PHB; Kemp, C; Vermeulen, J; Westerink, RHS; Cassee, FR (2020-11-19)
    • Predicted coverage by 4CMenB vaccine against invasive meningococcal disease cases in the Netherlands.

      Freudenburg-de Graaf, W; Knol, M J; van der Ende, A (2020-11-17)
      Neisseria meningitidis serogroup B is a major cause of invasive meningococcal disease in Europe. In the absence of a conjugate serogroup B vaccine, a subcapsular 4CMenB vaccine was developed. Data on 4CMenB vaccine efficacy is still limited. Recently, genomic MATS (Meningococcal Antigen Typing System) was developed as a tool to predict strain coverage, using vaccine antigens sequence data. We characterized all invasive meningococcal isolates received by the Netherlands Reference Laboratory for Bacterial Meningitis (NRLBM) in two epidemiological years 2017-2019 using whole-genome sequencing and determined serogroup, clonal complex (cc) and estimated 4CMenB vaccine coverage by gMATS. Of 396 cases of invasive meningococcal disease, corresponding to an incidence of 1.22 cases/105 inhabitants, 180 (45%) were serogroup W, 155 (39%) serogroup B, 46 (12%) serogroup Y, 10 (3%) serogroup C, 2 non-groupable (0.5%) and 3 (0.7%) unknown. The incidence was the highest among 0-4 years olds (4 cases/105 inhabitants), and 57/72 (79%) of these cases were serogroup B. Serogroup W predominated among persons 45 years of age or older with 110/187 (59%) cases. Serogroup B isolates comprised 11 different clonal complexes, with 103/122 (84%) isolates belonging to 4 clonal complexes: cc32, cc41/44, cc269 and cc213. In contrast, serogroup W isolates were genetically similar with 95% belonging to cc11. Of 122 serogroup B isolates, 89 (73%; 95% CI: 64-80%) were estimated to be covered by 4CMenB and the degree of coverage varied largely by clonal complex and age. Among the 0-4 year olds, 25 of 43 (58%; 95% CI: 43-72%) MenB isolates were estimated to be covered. Since the coverage of the 4CMenB vaccine is dependent on circulating clonal complexes, our findings emphasize the need for surveillance of circulating meningococcal strains. In addition, estimation of age specific coverage is relevant to determine the right target age group for vaccination.
    • Gammastralingsniveaumetingen aan de terreingrens van COVRA N.V. te Borsele in 2019 met het MONET-meetnet

      Tanzi, CP (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-11-16)
      Het gammastralingsniveau aan de terreingrens van de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA N.V.) te Borsele lag in 2019 onder het toegestane maximum van 40 microsievert per jaar. De hoogste vastgestelde dosis is 3,0 microsievert. Dit blijkt uit controlemetingen van het RIVM. Het RIVM rapporteert jaarlijks in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en toetst of COVRA N.V. aan de vergunningseis voldoet. COVRA N.V. moet ervoor zorgen dat personen buiten de terreingrens aan maximaal 40 microsievert per jaar worden blootgesteld. Dat is in de kernenergiewetvergunning bepaald. Om de maximale effectieve dosis te berekenen wordt het gammastralingsniveau op twaalf locaties langs de terreingrens gemeten. Dit gebeurt met het MONET-meetnet, dat in beheer is van het RIVM. Van de metingen wordt vervolgens de hoeveelheid die van nature voorkomt afgetrokken (natuurlijke achtergrondwaarde). De resulterende meetwaarde wordt gecorrigeerd met de zogeheten Actuele Blootstellings Correctiefactor (ABC-factor). Een ABC-factor hangt samen met de bestemming van het gebied waar de effectieve gammastralingsdosis kan worden opgelopen. Na het gebruik van de ABC-factor is de berekende maximale effectieve gammadosis 3,0 microsievert per jaar. Dit is ruim onder de maximaal toegestane jaarlijkse limiet. In dit rapport zijn de daggemiddelden van de metingen van de twaalf MONET-monitoren aan de terreingrens van COVRA N.V. in 2019 weergegeven. Ook wordt uitgelegd hoe voor elk meetpunt de natuurlijke achtergrondwaarde is bepaald.
    • Nederlandse preventie-uitgaven onder de loep.

      van Gils, PF; Suijkerbuijk, AWM; Polder, JJ; de Wit, GA; Koopmanschap, M (2020-11-12)
    • Low SARS-CoV-2 seroprevalence in blood donors in the early COVID-19 epidemic in the Netherlands.

      Slot, Ed; Hogema, Boris M; Reusken, Chantal B E M; Reimerink, Johan H; Molier, Michel; Karregat, Jan H M; IJlst, Johan; Novotný, Věra M J; van Lier, René A W; Zaaijer, Hans L (2020-11-12)
    • Impact of COVID-19 pandemic on tuberculosis laboratory services in Europe.

      Nikolayevskyy, Vlad; Holicka, Yen; van Soolingen, Dick; van der Werf, Marieke J; Ködmön, Csaba; Surkova, Elena; Hillemann, Doris; Groenheit, Ramona; Cirillo, Daniela (2020-11-12)
    • Safety and immunogenicity of the quadrivalent human papillomavirus vaccine in patients with juvenile dermatomyositis: a real-world multicentre study.

      Grein, Ingrid Herta Rotstein; Pinto, Natalia Balera Ferreira; Groot, Noortje; Martins, Camila Bertini; Lobo, Aline; Aikawa, Nadia Emi; Barbosa, Cassia; Terreri, Maria Teresa; da Fraga, Aline Coelho Moreira; de Oliveira, Sheila Knupp Feitosa; et al. (2020-11-11)
    • Anti-Müllerian hormone levels and risk of cancer in women.

      Verdiesen, RMG; van Gils, CH; Stellato, RK; Verschuren, WMM; Broekmans, FJM; de Kat, AC; van der Schouw, YT; Onland-Moret, NC (2020-11-11)
    • Stakeholder involvement through national panels and surveys to address the issues and uncertainties arising in the preparedness and management of the transition phase.

      Montero, M; Sala, R; Trueba, C; Garcia-Puerta, B; Abelshausen, B; Bohunova, J; Crouail, P; Durand, V; Twenhofel, C; et al. (2020-11-09)
    • Operationalising an ensemble approach in the description of uncertainty in atmospheric dispersion modelling and an emergency response.

      Bedwell, P; van Korsakissok, I; Leadbetter, S; Perillat, R; Rudas, C; Tomas, J; Wellings, J; Geertsema, G; de Vries, H (2020-11-09)
    • Ranking uncertainties in atmospheric dispersion modelling following the accidental release of radioactive material.

      Leadbetter, SJ; Andronopoulos, S; Bedwell, P; Chevalier-Jabet, K; Geertsema, G; Gering, F; Hamburger, T; Tomas, JM; Twenhofel, C (2020-11-09)
    • Towards an improved decision-making process to better cope with uncertainties following a nuclear accident.

      Durand, V; Maitre, M; Crouail, P; Schneider, T; Sala, R; Marques-Nunes, P; Paiva, I; Twenhofel, C; et. al. (2020-11-09)
    • CONFIDENCE dissemination meeting: Summary on the scenario-based workshop.

      Duranova, T; Bedwell, P; Beresford, NA; Bleher, M; Gering, F; Geertsema, G; Hamburger, T; Kaiser, JC; Tomas, J; et al. (2020-11-09)
    • MCDA stakeholder workshops.

      Duranova, T; van Asselt, E; Muller, T; Twenhofel, CJW; Smetsers, RGCM (2020-11-09)
    • Infection control measures in times of antimicrobial resistance: a matter of solidarity.

      Rump, Babette; Timen, Aura; Hulscher, Marlies; Verweij, Marcel (2020-11-07)