Now showing items 21-40 of 13225

    • Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2020

      van Giessen, A; Boer, J; van Gestel, I; Pees, S; Douma, E; Kuijpers, T; du Pon, E; Nawijn, E; Koopman, N (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-06)
      Het Nationaal Preventieakkoord is in 2018 afgesloten om ervoor te zorgen dat er minder mensen roken, overgewicht hebben of problematisch drinken. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met meer dan 70 partijen. Het RIVM evalueert elk jaar de voortgang van deze afspraken en of de gestelde doelen zijn gehaald. Voor 2020 waren 39 doelen gesteld. Daarvan zijn er dertien gehaald, en twee net niet. Bijna de helft (18) van de doelen is nog niet gehaald. Zo zijn bijvoorbeeld hogere accijnzen op tabak ingevoerd, maar zijn kinderboerderijen en speeltuinen nog niet geheel rookvrij. Ook is het doel voor minder calorieën in A-merk frisdranken gehaald, maar sommige doelen voor minder calorieën in andere voedingsmiddelen nog niet. Voor scholen zijn inmiddels interventies voor alcoholpreventie beschikbaar, maar er zijn nog geen oplossingen voor de beïnvloeding van jongeren door alcoholreclames. Van zes doelen voor 2020 is er nog te weinig informatie om te bepalen of ze zijn gehaald. Een deel van de partijen geeft aan dat de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 eraan heeft bijgedragen dat niet alle doelen voor 2020 zijn gehaald. Activiteiten konden niet doorgaan of zijn uitgesteld door bijvoorbeeld de maatregelen om contacten te beperken. Ook hadden bijvoorbeeld de zorg, de horeca en het onderwijs vanwege de coronapandemie regelmatig andere prioriteiten dan leefstijlpreventie. Volgens schattingen van het RIVM uit 2018 is het mogelijk dat de afspraken van het Nationaal Preventieakkoord ertoe leiden dat de ambitie van minder dan vijf procent rokende volwassenen wordt behaald in 2040. Hieruit bleek ook dat er extra afspraken nodig zijn om te bereiken dat er in 2040 geen jongeren en zwangere vrouwen roken. Die zijn ook nodig om de ambities voor problematisch drinken of overgewicht in 2040 te halen. Het is nog niet duidelijk in welke mate de ambities van 2040 in de knel komen door de niet behaalde doelen in 2020. Het RIVM rekent in 2023 opnieuw door in hoeverre ambities van het Nationaal Preventieakkoord kunnen worden gehaald in 2040.
    • Minimum Unit Pricing voor alcohol. Onderzoek naar de haalbaarheid van invoering in Nederland

      de Wit, A; Visscher, K; Over, E; van Gelder, N; Everaars, B; van Gils, P; Voogt, C (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-06)
      Mensen die veel alcohol drinken kiezen vaak voor goedkopere producten. In enkele landen, zoals Schotland en Canada, zijn deze goedkopere alcoholproducten daarom duurder gemaakt. Door deze maatregel, ‘Minimum Unit Pricing’ (MUP) gaan problematische drinkers minder drinken. Dat is beter voor hun gezondheid. Ook zijn er naar verwachting minder verkeersovertredingen, hoeven politie en justitie minder te worden ingezet, en zijn er minder medische kosten en uitval op het werk. De Nederlandse overheid denkt erover na om MUP in te voeren. Doordat MUP zich direct richt op mensen die veel drinken, is het een veelbelovende maatregel om problematisch drankgebruik te verminderen. Effecten van MUP hangen wel af van de hoogte van de eenheidsprijs. De overheid moet deze nog bepalen. Duidelijke informatie over de maatregel is ook belangrijk. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM en het Trimbos instituut. Ook blijkt dat belanghebbenden, van consumenten, producenten, verkopers tot gezondheidsdeskundigen, verschillende meningen hebben over MUP. Veel belanghebbenden erkennen de positieve effecten op gezondheid, maar anderen zien ook nadelen. De alcoholbranche heeft vooral economische argumenten om de maatregel niet in te voeren, bijvoorbeeld minder omzet. Ook denken geïnterviewde partijen dat problematische drinkers andere verslavende producten gaan gebruiken, zoals drugs. Verder kunnen mensen die dicht bij de grens wonen, alcohol goedkoper in het buitenland gaan kopen. Er is overigens geen bewijs voor deze argumenten. Bij MUP bepaalt de overheid een minimumprijs voor één eenheid alcohol (een standaardglas bier, wijn of sterke drank). Verkopers mogen alcohol niet onder deze prijs aanbieden. Bij een lagere eenheidsprijs vallen alleen de goedkoopste producten onder dit beleid. Bij een hogere MUP vallen ook duurdere producten onder het beleid, en dus ook een groter deel van het alcoholaanbod. Bijvoorbeeld: een eenheidsprijs van 45 cent maakt ongeveer 50 procent van alle alcoholproducten duurder. Bij een eenheidsprijs van 55 cent is dat ongeveer 65 procent. Bij een accijnsverhoging worden álle alcoholhoudende dranken duurder.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Rapportage 2021

      Hoogerbrugge, R; Geilenkirchen, GP; den Hollander, HA; Siteur, K; Smeets, W; van der Swaluw, E; de Vries, WJ; Wichink Kruit, RJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-05)
      Het RIVM maakt elk jaar kaarten van de luchtverontreiniging in Nederland. Dit gebeurt voor de voor luchtverontreiniging belangrijke stoffen, waaronder stikstofdioxide, ammoniak en fijnstof. Ook wordt de neerslag van stikstof (depositie) in kaart gebracht. Het RIVM gebruikt zowel berekeningen als metingen om de kaarten te maken. Zo komen de resultaten het beste overeen met de werkelijke situatie. Naast de kaarten over het voorgaande jaar, stelt het RIVM verwachtingen op voor de concentraties en depositie in 2025 en 2030. De kaarten tonen de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de stikstofdepositie in Nederland. Overheden gebruiken de kaarten om beleid te maken voor een betere luchtkwaliteit en minder stikstofdepositie. Luchtverontreiniging is schadelijk voor de volksgezondheid. Te veel stikstofdepositie op natuurgebieden is schadelijk voor het aantal en de variatie van planten- en diersoorten. De concentraties van de meeste luchtvervuilende stoffen dalen al gedurende tientallen jaren. Deze daling is in 2020 versterkt door de gevolgen van maatregelen die genomen zijn vanwege de uitbraak van SARS-COV-2 (corona). Het is niet duidelijk in hoeverre deze effecten in de toekomst blijven bestaan. Stikstofdioxide- en fijnstofconcentraties De concentraties stikstofdioxide in de lucht zijn in 2020 veel lager dan in 2019, gemiddeld ongeveer 20 procent lager. Dat komt vooral doordat er in 2020 minder wegverkeer was door de coronamaatregelen, zoals het thuiswerken. Naar verwachting zullen de concentraties stikstofdioxiden in 2030 ongeveer 40 procent lager zijn dan in 2018. De concentraties fijnstof waren in 2020 ook lager dan in 2019; PM10 ongeveer 10 procent en PM2,5 ongeveer 15 procent. De verwachting is dat deze concentraties in 2030 ongeveer 25 respectievelijk 40 procent lager zullen zijn dan in 2018. Stikstofdepositie Ammoniak levert een belangrijke bijdrage aan de stikstofdepositie. De concentraties ammoniak in de lucht zijn een graadmeter voor de hoeveelheid ammoniak die neerslaat. De ammoniakconcentraties zijn in 2020 ongeveer hetzelfde gebleven als in 2019 (3 procent lager). De ontwikkeling van stikstofdepositie in natuurgebieden is in deze rapportage niet uitgewerkt. De gemiddelde stikstofdepositie op het hele Nederlandse landoppervlak was in 2020 lager dan in 2019. Deze verlaging (9 procent) valt echter binnen de bandbreedte van de jaarlijkse fluctuatie, onder andere door weersomstandigheden. Voor de prognoses op lange termijn konden de Nederlandse Klimaatwet en Stikstofwet (april 2021) nog niet worden meegenomen. Andere Nederlandse maatregelen, evenals concrete maatregelen in het buitenland om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te verlagen, zijn wel meegenomen. De verwachting voor 2030 is dat de stikstofdepositie dan 19 procent lager kan zijn dan in 2018.
    • Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2019

      van Duijnen, R; Blokland, PW; Vrijhoef, A; Fraters, D; Doornewaard, GJ; Daatselaar, CHG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-05)
      In Nederland mogen bepaalde agrarische bedrijven meer dierlijke mest, waar stikstof in zit, op hun land gebruiken dan de algemene norm van de Europese Nitraatrichtlijn voorschrijft. Zij moeten hiervoor wel aan specifieke voorwaarden voldoen. Deze verruiming heet derogatie. Het RIVM en Wageningen Economic Research meten elk jaar de gevolgen van de derogatie voor de waterkwaliteit op driehonderd bedrijven. Ook worden de ontwikkelingen sinds 2006 geanalyseerd, het jaar waarin de derogatie inging. Uit de analyse blijkt dat de derogatie geen negatieve effecten heeft op de waterkwaliteit vanaf 2006. Wel heeft de droogte er in 2019 en 2020 negatieve effecten op gehad. Door de droogte groeiden onder andere de gewassen minder goed, waardoor zij minder stikstof opnamen. Hierdoor bleef er meer stikstof in de bodem achter en kwam er meer in het grondwater terecht. Bedrijfsvoering In 2019 hebben derogatiebedrijven gemiddeld 230 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. Dit wordt in kilogrammen stikstof aangegeven omdat het per diersoort verschilt hoeveel stikstof er in mest zit. Een derogatiebedrijf mag 230 of 250 kilogram stikstof per hectare uit graasdiermest gebruiken, afhankelijk van de bodemsoort en regio. Door verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt dierlijke mest efficiënter gebruikt om gewassen te laten groeien. Het ‘stikstofbodemoverschot’ is daardoor van 2006 tot en met 2017 gedaald. Dit betekent dat er in deze jaren minder stikstof beschikbaar is om als nitraat met regenwater weg te zakken naar diepere lagen in de bodem en uiteindelijk het grondwater. Na een stijging in 2018 door de droogte, was in 2019 het stikstofbodemoverschot het laagste van alle onderzochte jaren. Grondwaterkwaliteit De gemiddelde nitraatconcentratie op derogatiebedrijven nam in 2019 en 2020 toe. Dit komt waarschijnlijk door de droogte. In het zuiden en oosten van de Zandregio steeg de concentratie in 2020 tot boven de EU-norm van 50 milligram per liter (63 milligram per liter). Als de hele onderzochte periode (2006-2020) wordt bekeken, is de concentratie in de hele Zandregio wel gedaald. In de Lössregio bleef de concentratie boven de norm, al is deze lager dan in 2018 (59 milligram per liter in 2019 versus 65 milligram per liter in 2018). In de Klei- en Veenregio daalde de nitraatconcentratie in 2020. In de Kleiregio is in de hele onderzochte periode de nitraatconcentratie gestegen, maar blijft deze steeds onder de norm. De monitoring wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
    • De milieu-impact van de jaarlijkse 85 miljard euro aan inkoop door alle Nederlandse overheden. Een studie die helpt bij prioriteren voor maatschappelijke verantwoord inkopen (MVI)

      Steenmeijer, MA; van der Zaag, JD; Corts, JC; Tauber, JM; Hollander, A; van den Berg, T; van der Zande, CPL; Zijp, MC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-05)
      In de overgang naar een circulaire economie wil de Nederlandse overheid ook zelf het milieu minder belasten. Daarvoor is het nodig om inzicht te hebben in welke producten en diensten die de overheid inkoopt veel impact op het milieu hebben. Het RIVM heeft daarom uitgezocht hoeveel overheidsorganisaties in totaal uitgeven, aan welke producten en diensten en wat de milieu-impact daarvan is. Dit is gedaan voor 2019. Met de informatie kan de overheid gericht keuzes maken om de milieu-impact te verkleinen. De Nederlandse overheid heeft in 2019 voor 85 miljard euro producten en diensten ingekocht. Dit is 15 procent van de totale inkoop van producten en diensten in Nederland. De klimaatimpact hiervan is zo’n 18 procent van de totale Nederlandse klimaatvoetafdruk: zo’n 22 mega ton CO2-equivalenten. Behalve naar de klimaatimpact is naar nog twee thema’s gekeken: het landgebruik dat nodig is om producten te maken, het gebruik van grondstoffen, en de impact op het klimaat. De inkoop van de overheid omvat zo’n 23 procent van het grondstoffenverbruik en 9 procent van het landgebruik van alle inkoop in Nederland. Het onderzoek laat zien dat de overheid via haar inkoop ook zelf een substantiële bijdrage kan leveren aan de energietransitie, de transitie naar een Circulaire Economie én, via landgebruik in de keten, het terugdringen van Biodiversiteitsverlies. Bij dit onderzoek is niet alleen gekeken naar milieu-impacts van het gebruik van producten en diensten in Nederland, maar naar impacts in de hele keten die nodig is om het product of de dienst te leveren: de productie, het transport, het gebruik en de verwerking tot afval. Daarvoor vinden dus emissies en impacts plaats in de hele wereld. De milieueffecten verschillen sterk per productgroep. Met de aanleg en het onderhoud van gebouwen en wegen blijkt de bouw veel effect te hebben op alle drie de thema’s. De productgroepen energie en transport hebben veel effect op het klimaat. Wat betreft landgebruik draagt catering veel bij. Op het grondstoffenverbruik hebben onder andere machinerie en elektronica veel effect. Het RIVM heeft dit overzicht in samenwerking met de adviesbureaus Metabolic en Purfacts gemaakt. Zij hebben gekeken naar de inkoop van de rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen, scholen, academische ziekenhuizen en speciale-sectorbedrijven. Ontwikkelen van de methode stond centraal.
    • Population genetics, invasion pathways and public health risks of the raccoon and its roundworm Baylisascaris procyonis in northwestern Europe.

      Maas, Miriam; Tatem-Dokter, Rea; Rijks, Jolianne M; Dam-Deisz, Cecile; Franssen, Frits; van Bolhuis, Hester; Heddergott, Mike; Schleimer, Anna; Schockert, Vinciane; Lambinet, Clotilde; et al. (2021-07-05)
    • Exploring the gateway hypothesis of e-cigarettes and tobacco: a prospective replication study among adolescents in the Netherlands and Flanders.

      Martinelli, Thomas; Candel, Math J J M; de Vries, Hein; Talhout, Reinskje; Knapen, Vera; van Schayck, Constant P; Nagelhout, Gera E (2021-07-05)
      Studies demonstrated that adolescent e-cigarette use is associated with subsequent tobacco smoking, commonly referred to as the gateway effect. However, most studies only investigated gateways from e-cigarettes to tobacco smoking. This study replicates a cornerstone study revealing a positive association between both adolescent e-cigarette use and subsequent tobacco use; and tobacco and subsequent e-cigarette use in the Netherlands and Flanders.
    • Monitoring and risk assessment of hazardous chemicals in toy-slime and putty in The Netherlands.

      Braver, M W den; Schakel, D J; Hendriks, H S; Schuur, A G; Brand, W; Sijm, D T H M; Bouma, K (2021-07-04)
    • A mandatory indication-registration tool in hospital electronic medical records enabling systematic evaluation and benchmarking of the quality of antimicrobial use: a feasibility study.

      van den Broek, Annemieke K; Beishuizen, Berend H H; Haak, Eric A F; Duyvendak, Michiel; Ten Oever, Jaap; Sytsma, Chris; van Triest, Mieke; Wielders, Cornelia C H; Prins, Jan M (2021-07-03)
    • Socioeconomic differences in healthcare expenditure and utilization in The Netherlands.

      Loef, Bette; Meulman, Iris; Herber, Gerrie-Cor M; Kommer, Geert Jan; Koopmanschap, Marc A; Kunst, Anton E; Polder, Johan J; Wong, Albert; Uiters, Ellen (2021-07-03)
    • The increasing significance of disease severity in a burden of disease framework.

      Wyper, Grant M A; Assuncao, Ricardo; Fletcher, Eilidh; Gourley, Michelle; Grant, Ian; Haagsma, Juanita A; Hilderink, Henk; Idavain, Jane; Lesnik, Tina; Von der Lippe, Elena; et al. (2021-07-02)
    • The mediating role of unhealthy behavior in the relationship between shift work and perceived health.

      Proper, Karin I; Jaarsma, Eva; Robroek, Suzan J W; Schram, Jolinda L D; Boshuizen, Hendriek; Picavet, H Susan J; Verschuren, W M Monique; van Oostrom, Sandra H (2021-07-02)
    • Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2020

      van Lier, EA; Oomen, PJ; Giesbers, H; van Vliet, JA; Hament, JM; Drijfhout, IH; Zonnenberg-Hoff, IF; de Melker, HE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-01)
      In Nederland krijgen kinderen vaccinaties tegen twaalf besmettelijke ziekten. Het RIVM beschrijft elk jaar hoeveel kinderen zijn gevaccineerd (vaccinatiegraad). Ook beschrijft het de ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Ontwikkelingen In 2020 kregen minder mensen dan in 2019 een ziekte waartegen binnen het RVP wordt gevaccineerd. Dit geldt vooral voor kinkhoest, bof, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte en mazelen. De kans is groot dat dit vooral komt door de maatregelen die vanwege de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 zijn ingevoerd. Voorbeelden zijn handen wassen, afstand houden, de (tijdelijke) sluiting van scholen en kinderopvang, het kleinere aantal mensen bij bijeenkomsten, en het maximale aantal te ontvangen bezoekers thuis. De uitbraak van het coronavirus had ook gevolgen voor de manier waarop het RVP in 2020 is uitgevoerd. Groepsvaccinaties (voor de kinderen van 9 jaar en ouder) zijn eerst uitgesteld of omgezet naar individuele afspraken. Vanaf 1 juli 2020 zijn de groepsvaccinaties in kleine groepjes per tijdslot uitgevoerd. De vaccinaties op de consultatiebureaus (0-4-jarigen) en de 22 wekenprik voor zwangeren gingen wel zoveel mogelijk door. De 22 wekenprik beschermt baby’s vanaf de geboorte tegen kinkhoest. Vanwege de invoering van de 22 wekenprik krijgen de meeste baby’s vanaf 1 januari 2020 hun vaccinaties iets later (bij 3, 5 en 11 maanden) en een vaccinatie minder. Ook krijgen 14-jarigen sinds 2020 standaard de vaccinatie tegen meningokokkenziekte aangeboden. Vaccinatiegraad De vaccinatiegraad betreft kinderen die hun vaccinatie(s) nog bijna allemaal vóór de uitbraak van het coronavirus kregen. Voor bijvoorbeeld zuigelingen wordt de vaccinatiegraad namelijk berekend als kinderen twee jaar zijn. De vaccinatiegraad die in 2021 is berekend, is voor de meeste vaccinaties opnieuw gestegen. Naast de toename bij zuigelingen valt vooral de stijging bij de HPV-vaccinatie met 10 procent naar 63 procent op; deze vaccinatiegraad is niet eerder zo hoog geweest. Voor het eerst is geschat hoeveel zwangeren deelnamen aan de 22 wekenprik: ongeveer 70 procent. Het lijkt erop dat de maatregelen vanwege de uitbraak van het coronavirus weinig negatieve invloed hebben gehad op het aantal kinderen dat in deze periode is gevaccineerd. Dat blijkt uit voorlopige cijfers. De precieze vaccinatiegraad voor deze kinderen kan pas volgend jaar worden berekend omdat dan pas alle cijfers erover bekend zijn.
    • Analyse van incidenten bij bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen

      Manuel, HJ; Kamps, GJ; Kooi, ES; Wolting, AG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-01)
      Het RIVM analyseert de aard, omvang en oorzaak van incidenten bij bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen in Nederland. Voor dit rapport zijn zeventien incidenten geanalyseerd. Bij vijftien incidenten kwamen gevaarlijke stoffen vrij, waardoor twee keer een brand is ontstaan. Bij een ander incident was er brand in een installatie. Bij de incidenten overleed één persoon. Twee mensen houden waarschijnlijk blijvend letsel door brandwonden en oorsuizen. Bedrijven zijn ervoor verantwoordelijk dat installaties op orde zijn en dat werknemers de productieprocessen en werkzaamheden veilig kunnen uitvoeren. Bij de onderzochte incidenten ging het op verschillende onderdelen mis. Zo raakten materialen verzwakt bij zes incidenten of waren chemische processen niet goed onder controle bij vier incidenten. Hierdoor liepen de processen anders, wat niet op tijd is ontdekt en hersteld. Bij zes incidenten hadden bedrijven de noodmaatregelen die zij moeten hebben, niet of niet goed ingevoerd. Een noodmaatregel is bijvoorbeeld voorkomen dat gevaarlijke materialen vrijkomen door ze in een afgesloten vat op te vangen. Bij vijftien van de zeventien incidenten schoten de ‘plannen en procedures’ voor de werkzaamheden tekort. Ze waren er niet, of onvoldoende om een incident te voorkomen. Dit kwam vooral doordat sommige risico’s van tevoren niet waren verwacht. Soms hadden eenvoudige checklists kunnen helpen om het incident te voorkomen. Bij negen incidenten is het met maatregelen gelukt om schadelijke effecten van gevaarlijke stoffen te beperken. Deze rapportage maakt deel uit van de opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om incidenten te analyseren die de Inspectie SZW heeft onderzocht. Het RIVM gaat na wat de overeenkomsten en verschillen tussen deze incidenten zijn. De resultaten kunnen worden gebruikt voor inspectie- en handhavingsstrategieën. Bedrijven kunnen de inzichten gebruiken om hun veiligheidsbeleid te verbeteren.
    • Novel mumps virus epitopes reveal robust cytotoxic T cell responses after natural infection but not after vaccination.

      Kaaijk, Patricia; Emmelot, Maarten E; Meiring, Hugo D; van Els, Cécile A C M; de Wit, Jelle (2021-07-01)
      Mumps is nowadays re-emerging despite vaccination. The contribution of T cell immunity to protection against mumps has not been clearly defined. Previously, we described a set of 41 peptides that were eluted from human leukocyte antigen (HLA) class I molecules of mumps virus (MuV)-infected cells. Here, we confirmed immunogenicity of five novel HLA-B*07:02- and HLA-A*01:01-restricted MuV T cell epitopes from this set of peptides. High frequencies of T cells against these five MuV epitopes could be detected ex vivo in all tested mumps patients. Moreover, these epitope-specific T cells derived from mumps patients displayed strong cytotoxic activity. In contrast, only marginal T cell responses against these novel MuV epitopes could be detected in recently vaccinated persons, corroborating earlier findings. Identifying which MuV epitopes are dominantly targeted in the mumps-specific CD8+ T- response is an important step towards better understanding in the discrepancies between natural infection or vaccination-induced cell-mediated immune protection.
    • Increasing the efficiency of a national laboratory response to COVID-19; a nation-wide multicenter evaluation of 47 commercial SARS-CoV-2 immunoassays by 41 laboratories.

      van den Beld, Maaike J C; Murk, Jean-Luc; Kluytmans, Jan; Koopmans, Marion P G; Reimerink, Johan; van Loo, Inge H M; Wegdam-Blans, Marjolijn C A; Zaaijer, Hans; GeurtsvanKessel, Corine; Reusken, Chantal (2021-06-30)
    • The national FIT-based colorectal cancer screening program in the Netherlands during the COVID-19 pandemic.

      Kortlever, Tim L; de Jonge, Lucie; Wisse, Pieter H A; Seriese, Iris; Otto-Terlouw, Patricia; van Leerdam, Monique E; Spaander, Manon C W; Dekker, Evelien; Lansdorp-Vogelaar, Iris (2021-06-30)
    • Identification of emerging safety and sustainability issues of advanced materials: Proposal for a systematic approach

      Peijnenburg, WJGM; Oomen, A; Soeteman-Hernandez, LG; Groenewold, M; Sips, AJAM; Noorlander, CW; Kettelarij, JAB; Bleeker, EAJ (2021-06-30)