Now showing items 21-40 of 11898

    • Methodology for the calculation of emissions from product usage by consumers, construction and services

      Visschedijk, A; Meesters, JAJ; Nijkamp, MM; Koch, WWR; Jansen, BI; Dröge, R (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-05-07)
      Nederland rapporteert elk jaar nationaal en internationaal welke verontreinigende stoffen in de lucht terechtkomen door het gebruik van producten. Het gaat bijvoorbeeld om oplosmiddelen uit cosmetica, luchtverfrissers, spuitbussen, verf, en stoffen die vrijkomen bij het stoken van hout en het afsteken van vuurwerk. De Nederlandse Emissieregistratie berekent om welke stoffen het gaat en hoeveel ervan in de lucht vrijkomt. Het RIVM heeft nu de methoden die de Nederlandse Emissieregistratie gebruikt, geactualiseerd en beschreven. De methoden worden elk jaar bijgesteld volgens de meest actuele wetenschappelijke inzichten. De emissiegegevens zijn openbaar via de website emissieregistratie.nl. De gegevens worden gebruikt voor de rapportages die vanwege internationale verdragen verplicht zijn, zoals het Kyoto-protocol, de EU-Emissieplafonds (NEC-Directive) en de Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (CLRTAP). Deze rapportage vormt ook de basis voor de (internationale) reviewers die de Nederlandse rapportages aan de EU en VN valideren.
    • UV-blootstelling bij industriële en medische toepassingen

      Rijksinstituut voot Volksgezondheid en Milieu, 2020-05-01
      Deze brochure is bedoeld voor alle werknemers die werkzaamheden verrichten waarbij blootstelling aan ultraviolette (UV) straling kan optreden. In het bijzonder gaat het hierbij om ontsmetting van oppervlakken, water en lucht, UV-therapie, fluorescentieonderzoek, droogprocessen en overige grafische processen. De brochure is ook bedoeld voor de werkgever van deze werknemers en zijn preventiemedewerker. De brochure gaat alleen over de risico’s van UV-straling, niet over andere risico’s op de werkplek.
    • Blootstelling aan laserstraling

      Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-05-01
      Deze brochure is bedoeld voor alle werknemers die werkzaamheden verrichten waarbij blootstelling aan laserstraling kan optreden. In het bijzonder gaat het hierbij om lasers die gebruikt worden bij bewerking van materialen, in de gezondheidszorg en in laboratoria. De brochure is ook bedoeld voor de werkgever van deze werknemers en zijn preventiemedewerker. De brochure gaat alleen over de risico’s van laserstraling, niet over andere risico’s op de werkplek.
    • Infraroodstraling bij industriële toepassingen

      2020-05-01
      Deze brochure is bedoeld voor alle werknemers die werkzaamheden verrichten waarbij blootstelling aan infraroodstraling kan optreden. In het bijzonder gaat het hierbij om droogprocessen, smelten, gieten, walsen en spuiten van metaal en plastic en snijden door middel van verhitting. De brochure is ook bedoeld voor de werkgever van deze werknemers en zijn preventiemedewerker. De brochure gaat alleen over de risico’s van infraroodstraling, niet over andere risico’s op de werkplek.
    • Valuing Healthcare Goods and Services: A Systematic Review and Meta-Analysis on the WTA-WTP Disparity.

      Rotteveel, Adriënne H; Lambooij, Mattijs S; Zuithoff, Nicolaas P A; van Exel, Job; Moons, Karel G M; de Wit, G Ardine (2020-05-01)
    • A Method for Comparing the Impact on Carcinogenicity of Tobacco Products: A Case Study on Heated Tobacco Versus Cigarettes.

      Slob, Wout; Soeteman-Hernández, Lya G; Bil, Wieneke; Staal, Yvonne C M; Stephens, W Edryd; Talhout, Reinskje (2020-05-01)
    • Environmental quality standards for barium in surface water : Proposal for an update according to the methodology of the Water Framework Directive

      Verbruggen, EMJ; Smit, CE; van Vlaardingen, PLA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-04-30)
      Het RIVM stelt nieuwe waterkwaliteitsnormen voor de stof barium voor. Deze normen geven aan welke concentratie in het water veilig is voor planten en dieren die in het water leven, en voor mensen en dieren die vis uit dat water eten. De aanpassing is nodig omdat er nieuwe informatie is over de effecten van barium op mensen, dieren en planten. Zo is de gezondheidskundige risicogrens soepeler geworden. Deze risicogrens geeft aan hoeveel van een stof mensen mogen binnenkrijgen zonder schadelijke effecten voor hun gezondheid. Barium komt van nature voor in het milieu. Mensen kunnen daarom barium binnenkrijgen via hun voedsel en drinkwater. Het is bekend hoeveel barium mensen dagelijks mogen binnenkrijgen zonder schadelijke gevolgen voor hun gezondheid. Met die waarde is berekend wat er maximaal in vis mag zitten als mensen tijdens hun hele leven elke dag vis zouden eten. Gegevens uit de wetenschappelijke literatuur laten zien dat de concentraties van barium in vis en schaaldieren niet over die veilige waarde voor mensen heen gaan. Vogels en zoogdieren kunnen barium binnenkrijgen door waterplanten te eten, maar tot een concentratie van 93 microgram per liter water zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Dit geldt ook voor vissen, watervlooien en andere dieren die in het water leven. De concentraties in het Nederlandse water zijn over het algemeen lager dan deze waarde. Om de nieuwe norm te bepalen heeft het RIVM recente literatuur gebruikt over het gedrag en de effecten van barium in het milieu en over de hoeveelheid barium die planten en dieren opnemen. Bij de normafleiding is er rekening mee gehouden dat barium van nature in het milieu zit.
    • Sanitary condition and its microbiological quality of improved water sources in the Southern Region of Ethiopia.

      Alemayehu, Tsigereda Assefa; Weldetinsae, Abel; Dinssa, Daniel Abera; Derra, Firehiwot Abera; Bedada, Tesfaye Legese; Asefa, Yosef Beyene; Mengesha, Sisay Derso; Alemu, Zinabu Assefa; Serte, Melaku Gizaw; Teklu, Kirubel Tesfaye; et al. (2020-04-30)
    • Shift work, and burnout and distress among 7798 blue-collar workers.

      Hulsegge, Gerben; van Mechelen, Willem; Proper, Karin I; Paagman, Heleen; Anema, Johannes R (2020-04-30)
    • Qualitative Evaluation of the STOEMP Network in Ghent: An Intersectoral Approach to Make Healthy and Sustainable Food Available to All.

      Vos, Marjolijn; Romeo-Velilla, Maria; Stegeman, Ingrid; Bell, Ruth; Vliet, Nina van der; Lippevelde, Wendy Van (2020-04-28)
    • Methods to assess the effect of meat processing on viability of Toxoplasma gondii: towards replacement of mouse bioassay by in vitro testing.

      Opsteegh, Marieke; Dam-Deisz, Cecile; de Boer, Paulo; DeCraeye, Stephane; Faré, Andrea; Hengeveld, Paul; Luiten, Ruud; Schares, Gereon; van Solt-Smits, Conny; Verhaegen, Bavo; et al. (2020-04-28)
    • Afweging van voor- en nadelen van beschermende maatregelen bij kernongevallen : Een verkenning van mogelijkheden voor optimalisatie

      Kerckhoffs, TJ; van der Linden, M; Twenhöfel, CJW; Smetsers, RCGM; Dekkers, SAJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-04-23)
      Bij een kernongeval moet de overheid maatregelen nemen zodat mensen aan zo weinig mogelijk straling blootstaan. Mensen in de directe omgeving van het ongeval kunnen bijvoorbeeld schuilen, jodium slikken of uit het gebied vertrekken. Welke maatregelen passend zijn, is afhankelijk van de aard en ernst van het kernongeval. Naast het gewenste effect, een lagere blootstelling aan straling, kunnen maatregelen ook onbedoelde, vaak negatieve, effecten hebben. Dat bleek onder meer na het kernongeval in Fukushima (2011). Om een goede afweging te kunnen maken, heeft het RIVM op een rij gezet wat er bekend is over het afwegen van voor- en nadelen van crisismaatregelen. Dit is in opdracht van de ANVS gedaan. Inmiddels is veel kennis beschikbaar, maar onderzoek naar de afzonderlijke gevolgen van maatregelen gebeurt versnipperd. Ook bestaat er nog geen methode om alle effecten tegen elkaar af te kunnen wegen of om aan te geven welk effect het belangrijkst is. De gevolgen van evacuatie zijn het meest onderzocht, omdat dit de meest ingrijpende maatregel is. Het RIVM heeft gekeken naar de gevolgen van maatregelen voor de gezondheid, de economie en de samenleving. Maatregelen die bedoeld zijn om de gezondheid van de bevolking te beschermen, kunnen de gezondheid soms ook schaden. In Fukushima bijvoorbeeld zijn ouderen en ernstig zieke ziekenhuispatiënten met onvoldoende medische zorgvoorzieningen geëvacueerd. Het aantal mensen dat door de evacuatie overleed, was daardoor waarschijnlijk groter dan het aantal mensen dat erdoor werd gered. De voorbereiding en uitvoering van maatregelen kosten geld, bijvoorbeeld voor de tijdelijke opvang van mensen die een gebied moeten verlaten. Maar de maatregelen kunnen tot op grote afstand van het ongeval economische gevolgen hebben, bijvoorbeeld doordat producten tijdelijk niet kunnen worden gemaakt door een gebrek aan onderdelen. Crisismaatregelen kunnen grote gevolgen hebben voor de leefbaarheid van een gebied. Mensen durven soms bijvoorbeeld uit angst voor straling niet meer terug te keren. Als dat op grote schaal gebeurt, daalt de werkgelegenheid en kunnen voorzieningen als scholen en winkels wegvallen.
    • Risk assessment of Argyreia nervosa

      Chen, W; de Wit-Bos, L (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-04-23)
      In Nederland zijn de zaden van de plant Hawaiian baby woodrose (Argyreia nervosa) als roesmiddel te koop in smartshops en via webshops. Het gebruik van deze zaden is niet veilig. Ze kunnen onder andere hallucinaties, misselijkheid, overgeven, verhoogde hartslag, verhoogde bloeddruk, (ernstige) vermoeidheid, en (ernstige) onverschilligheid veroorzaken. Deze gezondheidseffecten kunnen al ontstaan bij de geadviseerde doseringen. Dit blijkt uit een risicobeoordeling van het RIVM. Hawaiian baby woodrose zaden worden los verkocht of in de vorm van capsules. Ze kunnen direct worden gegeten, of eerst worden vermalen en aangelengd met vloeistof (meestal heet water). In de zaden van deze plant zit de stof lyserginezuuramide (LSA), dat sterk lijkt op LSD. De zaden staan bekend om hun krachtige psychedelische effecten.
    • Maternal Allergy and the Presence of Nonhuman Proteinaceous Molecules in Human Milk.

      Dekker, Pieter M; Boeren, Sjef; Wijga, Alet H; Koppelman, Gerard H; Vervoort, Jacques J M; Hettinga, Kasper A (2020-04-22)
      Human milk contains proteins and/or protein fragments that originate from nonhuman organisms. These proteinaceous molecules, of which the secretion might be related to the mother's allergy status, could be involved in the development of the immune system of the infant. This may lead, for example, to sensitization or the induction of allergen-specific tolerance. The aim of this study was to investigate the relation between maternal allergy and the levels of nonhuman proteinaceous molecules in their milk. In this study, we analysed trypsin-digested human milk serum proteins of 10 allergic mothers and 10 nonallergic mothers. A search was carried out to identify peptide sequences originating from bovine or other allergenic proteins. Several methods were applied to confirm the identification of these sequences, and the differences between both groups were investigated. Out of the 78 identified nonhuman peptide sequences, 62 sequences matched Bos taurus proteins. Eight peptide sequences of bovine β -lactoglobulin had significantly higher levels in milk from allergic mothers than in milk from nonallergic mothers. Dietary bovine β -lactoglobulin may be absorbed through the intestinal barrier and secreted into human milk. This seems to be significantly higher in allergic mothers and might have consequences for the development of the immune system of their breastfed infant.
    • Gezondheid en arbeidsparticipatie rond de AOW-leeftijd : Verwachte ontwikkelingen tot 2040

      van der Noordt, M; van der Lucht, F; Polder, JJ; Hilderink, HBM; Plasmans, MHD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-04-21)
      De leeftijd waarop mensen in Nederland gebruik mogen maken van de Algemene Ouderdomswet (AOW) zal in 2040 gestegen zijn naar 68 jaar. De regering heeft dit besloten vanwege de stijgende levensverwachting. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat mensen de afgelopen twintig jaar langer gezond blijven. De komende jaren zal deze 'gezonde levensverwachting' blijven stijgen. Gezondheid is in die zin geen belemmering om de AOW-leeftijd te verhogen. De gezondheid van één leeftijdsgroep, de 60-65-jarigen, is echter niet verbeterd maar hetzelfde gebleven. Waarom hun gezondheid is achtergebleven bij de rest van de Nederlandse bevolking, is niet helemaal duidelijk. Het zou te maken kunnen hebben met de plotseling weggevallen mogelijkheden om vervroegd met pensioen te gaan. Hierdoor hebben mensen het misschien als belastend ervaren om langer door te werken. Als mensen zich daar de komende jaren beter op kunnen voorbereiden, blijft hun gezondheid mogelijk niet achter. Het zou ook kunnen komen doordat ze langer blijven werken. In dat geval zal de gezondheid van 60-65-jarigen ook in de toekomst achter kunnen blijven. Met 'gezondheid' wordt de manier waarop mensen zelf hun gezondheid en de mate van lichamelijke beperkingen ervaren bedoeld. Hoe de ontwikkelingen ook uitpakken, zeker is dat er de komende jaren meer zestigplussers zullen zijn met een minder goede gezondheid die in principe langer doorwerken. Dit komt doordat een grotere groep Nederlanders de leeftijd van zestig jaar en ouder zal bereiken en langer zal doorwerken. Deze mensen lopen het risico om eerder uit het arbeidsproces te vallen of arbeidsongeschikt te worden. Het is daarom belangrijk ervoor te zorgen dat mensen gezond zijn in de periode dat ze langer werken. Er is nog weinig bewijs welke maatregel daarvoor effectief is. De meeste kans lijkt een 'levensloopbenadering' te hebben: zorg ervoor dat mensen gedurende hun hele werkende leven gezond en inzetbaar blijven. Ook een 'integrale' aanpak lijkt effectief, met aandacht voor meerdere zaken, zoals een gezonde leefstijl en goede werkomstandigheden.
    • Relationship between Coxiella burnetii (Q fever) antibody serology and time spent outdoors.

      Klous, Gijs; Smit, Lidwien Am; van der Hoek, Wim; Kretzschmar, Mirjam Ee; Vellema, Piet; Coutinho, Roel A; Heederik, Dick Jj; Huss, Anke (2020-04-21)
    • Toekomstverkenning zorguitgaven 2015-2060 : Kwantitatief vooronderzoek in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Deel 1: toekomstprojecties

      Vonk, RAA; Hilderink, HBM; Plasmans, MHD; Kommer, GJ; Polder, JJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-04-20)
      Naar verwachting blijven de zorguitgaven tot 2060 stijgen, ook na de 'piek' van de vergrijzing rond 2040. De vergrijzing blijft een belangrijke factor voor de stijgende zorguitgaven maar heeft er na 2035 steeds minder invloed op. De kosten zullen gemiddeld met ongeveer 2,8 procent per jaar toenemen. Ongeveer twee derde daarvan komt door andere factoren dan de vergrijzing. De komende jaren komen steeds meer mensen steeds eerder in aanraking met de zorg. Dat komt door nieuwe mogelijkheden om ziekten vroegtijdig op te sporen en door toenemende medische kennis. Ook worden mensen langer en intensiever behandeld dan vroeger. Bovendien worden voor die behandelingen steeds meer nieuwe, vaak dure, technologie of geneesmiddelen ingezet, zoals bij kanker. In 2060 gaat het meeste geld naar de zorg in ziekenhuizen (groeit 2,8 procent per jaar naar 96 miljard). Ook de uitgaven aan gehandicaptenen ouderenzorg nemen sterk toe. De uitgaven aan geestelijke gezondheidszorg zijn tegen die tijd vervijfvoudigd. Uitgesplitst naar zieken stijgen vooral de uitgaven voor dementie, kanker, hart- en vaatziekten. Dit blijkt uit de verkenning van de mogelijke ontwikkeling van de zorguitgaven tot 2060. Het RIVM heeft dit in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gedaan. De WRR gebruikt de bevindingen voor een verkenning naar de houdbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg op de lange termijn. Deze toekomstverkenning is gebaseerd op de Kosten van Ziekten-studie en de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) van het RIVM. De voorspellingen gaan met onzekerheden gepaard. Dat komt doordat demografische ontwikkelingen vaak anders lopen dan verwacht, economische groei lastig te voorspellen is en de medische wetenschap, de zorgpraktijk en overheidsbeleid veranderen. De toekomstprojecties in deze studie zijn stand gekomen voordat Nederland getroffen werd door de Corona-pandemie. De gevolgen daarvan konden daardoor niet meer worden verwerkt in deze studie.