Now showing items 21-40 of 12507

    • Autochthonous dengue in two Dutch tourists visiting Département Var, southern France, July 2020.

      Vermeulen, Tom D; Reimerink, Johan; Reusken, Chantal; Giron, Sandra; de Vries, Peter J (2020-10-01)
    • Coronavirus discovery by metagenomic sequencing: a tool for pandemic preparedness.

      Carbo, Ellen C; Sidorov, Igor A; Zevenhoven-Dobbe, Jessika C; Snijder, Eric J; Claas, Eric C; Laros, Jeroen F J; Kroes, Aloys C M; de Vries, Jutte J C (2020-10-01)
    • Is there a higher risk of a complicated course of hepatitis A in kidney transplant patients?

      Hanssen, D A T; Dackus, J; Posthouwer, D; Vennema, H; van Loo, I H M (2020-10-01)
    • Particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

      Komen, CMD; Wezenbeek, J (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-10-01)
      Particulieren gebruiken de laatste jaren meer bestrijdingsmiddelen in hun tuin. Deze middelen worden gewasbeschermingsmiddelen genoemd. Tuinbezitters gebruiken vooral steeds meer middelen tegen insecten. De hoeveelheid gebruikte middelen tegen onkruid blijft gelijk. Tegen onkruid gebruikt men wel steeds meer bestrijdingsmiddelen op basis van organische zuren en minder op basis van glyfosaat. Het Europese en Nederlandse beleid streeft naar vermindering van het particuliere gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het doel is er voor te zorgen dat particulieren ziekten, plagen en onkruiden niet aanpakken met gewasbeschermingsmiddelen, maar door gebruik te maken van bijvoorbeeld gronddoek, schoffels en andere niet-chemische methoden. Er is een Green Deal gesloten tussen de overheid en brancheorganisaties, waarin maatregelen zijn afgesproken om dit doel dichterbij te brengen. Het RIVM heeft een analyse gemaakt van de verkoopgegevens van gewasbeschermingsmiddelen aan particulieren en hoe particulieren onkruid bestrijden. De gegevens gaan over de jaren 2014-2019. Uit de resultaten blijkt dat de maatregelen in de Green Deal niet hebben geleid tot een verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door particulieren. Gewasbeschermingsmiddelen die particulieren gebruiken zijn bestrijdingsmiddelen tegen onder andere onkruid, insecten, slakken en schimmels. Chemische middelen zoals (natuur)azijn en schoonmaakazijn behoren niet tot de groep van gewasbeschermingsmiddelen. De verkoop van gewasbeschermingsmiddelen aan particulieren is in de periode 2014-2019 gestegen. Dit is mede het gevolg van de verkoop van deze producten in discountwinkels. Die bieden hun producten tegen een lagere prijs aan. Particulieren kochten vooral onkruid- en insectenbestrijdingsmiddelen. Opvallend hierbij is dat zij meer onkruidbestrijdingsmiddelen zonder glyfosaat kochten. Mogelijk is dit deels het gevolg van discussies in de media over de schadelijke effecten van glyfosaat op het milieu en onze gezondheid. Wat de toename veroorzaakt van de verkoop van insectenbestrijdingsmiddelen aan particulieren is niet duidelijk en dit verdient nader onderzoek. Uit consumentenonderzoek blijkt dat twee van de vijf Nederlanders met een tuin geen onkruidbestrijdingsmiddelen gebruiken. Zij trekken het er met de hand uit of doen er niets tegen. Het aantal tuinbezitters dat wel onkruidbestrijdingsmiddelen gebruikt, is iets minder geworden. Maar zij gebruiken in plaats daarvan wel steeds meer azijn. Dit kan schadelijk zijn voor mens en milieu.
    • Out-of-season increase of puerperal fever with group A infection: a case-control study, Netherlands, July to August 2018.

      Van den Boogaard, Jossy; Hahné, Susan Jm; Te Wierik, Margreet Jm; Knol, Mirjam J; Balasegaram, Sooria; de Gier, Brechje (2020-10-01)
      We observed an increase in notifications of puerperal group A Streptococcus (GAS) infections in July and August 2018 throughout the Netherlands without evidence for common sources. General practitioners reported a simultaneous increase in impetigo. We hypothesised that the outbreak of puerperal GAS infections resulted from increased exposure via impetigo in the community.We conducted a case-control study to assess peripartum exposure to possible, non-invasive GAS infections using an online questionnaire. Confirmed cases were recruited through public health services while probable cases and controls were recruited through social media. We calculated odds ratios (OR) and 95% confidence intervals (95% CI) with logistic regression analysis.We enrolled 22 confirmed and 23 probable cases, and 2,400 controls. Contact with persons with impetigo were reported by 8% of cases and 2% of controls (OR: 3.26, 95% CI: 0.98-10.88) and contact with possible GAS infections (impetigo, pharyngitis or scarlet fever) by 28% and 9%, respectively (OR: 4.12, 95% CI: 1.95-8.68). In multivariable analysis, contact with possible GAS infections remained an independent risk factor (aOR: 4.28, 95% CI: 2.02-9.09).We found an increased risk of puerperal fever after community contact with possible non-invasive GAS infections. Further study of this association is warranted.
    • Early origins of lung disease: towards an interdisciplinary approach.

      Ubags, Niki D J; Alejandre Alcazar, Miguel A; Kallapur, Suhas G; Knapp, Sylvia; Lanone, Sophie; Lloyd, Clare M; Morty, Rory E; Pattaroni, Céline; Reynaert, Niki L; Rottier, Robbert J; et al. (2020-09-30)
    • Encouraging and Enabling Lifestyles and Behaviours to Simultaneously Promote Environmental Sustainability, Health and Equity: Key Policy Messages from INHERIT.

      Stegeman, Ingrid; Godfrey, Alba; Romeo-Velilla, Maria; Bell, Ruth; Staatsen, Brigit; van der Vliet, Nina; Kruize, Hanneke; Morris, George; Taylor, Timothy; Strube, Rosa; et al. (2020-09-30)
    • Uitvoeringstoets toevoeging Spinale Musculaire Atrofie aan de neonatale hielprikscreening

      Heijnen, ML; Jansen, M; van Gorp, AGM; Hillen, D; Elsinghorst, E; Klein, A (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-09-30)
      SMA is een ernstige, aangeboren spierziekte. Kinderen met SMA raken verlamd en kunnen eraan doodgaan. Ieder jaar krijgen 15 tot 20 kinderen de diagnose SMA. De klachten beginnen meestal op jonge leeftijd. Om de ziekte goed te kunnen behandelen, moet ze vroeg worden ontdekt. Het ministerie van VWS heeft het RIVM daarom gevraagd te onderzoeken wat nodig is om SMA toe te voegen aan de hielprik. De resultaten staan in deze uitvoeringstoets. De uitvoeringstoets laat zien dat SMA kan worden toegevoegd aan de hielprik. Het RIVM verwacht dat de screening op SMA in oktober 2022 in het hele land kan beginnen. Nederland is dan een van de eerste landen in Europa die baby's screenen op SMA. Er zijn veel stappen nodig om SMA toe te voegen aan de hielprik. Het is belangrijk dat de screening op SMA goed verloopt en past in het proces van de hielprik. Dan blijft het draagvlak hoog en blijven bijna alle kinderen meedoen. Een van de benodigde stappen is de aanschaf van een goede testmethode om kinderen met SMA op te sporen. Voor de koop van een testmethode gelden wettelijke regels. Na de koop moet worden getoetst of de methode ook in de Nederlandse praktijk de zieke kinderen goed opspoort. Alle screeningslaboratoria in Nederland gaan de test gebruiken zodra de screening op SMA start. Voor sommige kinderen met SMA is nog niet bekend wat het beste moment is om met de behandeling te beginnen. Het is ook nog niet bekend wat het gevolg van de behandeling is na langere tijd. Daarom moet er een plan komen om de screening na een paar jaar te evalueren. Tot voor kort was er geen behandeling voor kinderen met SMA. Die is er nu wel. De zorgverzekeraar betaalt de behandeling.
    • Consequentieonderzoek probitrelaties : De impact van veranderingen in uitkomsten van risicoberekeningen

      Zonneveld, M; Kooi, ES; Uijt de Haag, PAM; Kieskamp, KK (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-09-30)
      Activiteiten van bedrijven die werken met giftige stoffen, kunnen een risico vormen voor de omgeving. Dit geldt ook voor de buisleidingen waardoor deze stoffen worden vervoerd. In een specifiek gebied om deze bedrijven en buisleidingen heen mogen daarom geen gebouwen zoals woningen en scholen worden gebouwd. Hoe groter het risico, hoe groter dat gebied is. Om de omvang van deze gebieden te kunnen bepalen, wordt berekend hoe groot de kans is dat iemand zou kunnen overlijden bij een incident waarbij deze persoon aan een giftige stof blootstaat. Dit risico wordt berekend met zogeheten probitrelaties, die de overheid voorschrijft. De methode waarmee deze probitrelaties worden bepaald, is in 2015 grondig herzien. Een probitrelatie geeft het verband weer tussen de concentratie van een giftige stof, de duur van de blootstelling en de kans dat een mens eraan overlijdt. De nieuwe probitrelaties zijn beter te controleren en nauwkeuriger. Inmiddels zijn voor veertig giftige stoffen nieuwe probitrelaties bepaald. Het RIVM heeft voor 62 bedrijven in Nederland onderzocht wat de consequenties zijn van de nieuwe probitrelaties. Het gaat om bedrijven die giftige stoffen produceren, opslaan, gebruiken of vervoeren. Bij de meerderheid van de onderzochte bedrijven wordt het gebied waarvoor bouwbeperkingen gelden, groter. Naar verwachting ontstaan in dertien van de 62 onderzochte situaties knelpunten. In de meeste van deze gevallen betekent dit dat er bestaande woningen komen te liggen in het gebied waarvoor bouwbeperkingen gelden. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besluit hoe en wanneer ze de nieuwe probitrelaties in regelgeving invoeren. Dit onderzoek dient daarvoor als input.
    • Land use and water quality.

      Kronvang, B; Wendland, F; Kovar, K; Fraters, D (2020-09-29)
    • De tijdelijke opslag van radioactief afval in ziekenhuizen

      Boudewijns, LHA; van der Linden, M; Siegersma, D (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-09-29)
      Ziekenhuizen gebruiken radioactieve stoffen voor onderzoeken en behandelingen van ziekten (zoals prostaatkanker). Hierbij ontstaat vaak radioactief afval. Het grootste deel van dit afval is na twee jaar niet meer radioactief. Dit deel mogen ziekenhuizen daarom zelf twee jaar opslaan in een aparte afgesloten bergruimte. Daarna kan het als conventioneel bedrijfsafval worden afgevoerd naar een afvalverwerker. Het afval dat langere tijd radioactieve stoffen bevat, wordt voor onbepaalde tijd opgeslagen bij de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA). Een deel daarvan blijkt na enkele jaren weinig radioactief te zijn. Dit zorgt voor onnodige, dure opslag bij de COVRA. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat ziekenhuizen radioactief afval enkele jaren langer op een veilige manier kunnen opslaan. Hierdoor hoeft er minder afval naar de COVRA te worden afgevoerd. Vooral medewerkers van ziekenhuizen staan bloot aan de straling van het afval. Hiervoor nemen zij beschermende maatregelen. Volgens berekeningen van het RIVM neemt deze blootstelling weinig toe als het afval enkele jaren langer blijft staan. Ziekenhuizen verwachten in de toekomst meer radioactieve stoffen te gebruiken, onder andere door de komst van nieuwe behandelingen in de nucleaire geneeskunde. De kans is groot dat dan meer radioactief afval ontstaat. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) heeft het RIVM daarom gevraagd te onderzoeken of ziekenhuizen dit afval veilig langer kunnen opslaan.
    • Ernstige Hinder en Slaapverstoring. Monitoringsgegevens Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW) 2019

      van Poll, R (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-09-25)
      Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) wil weten hoe bewoners hun woonomgeving beleven. Het RIVM heeft dat onderzocht. Het heeft hierbij onder andere gekeken hoe bewoners geluid, trillingen, geur en veiligheid beleven. Daaruit blijkt dat de woontevredenheid hetzelfde is als in de vorige inventarisatie, uit 2016. Wegverkeer is een belangrijke bron van ernstige hinder en ernstige slaapverstoring. Vooral brommers en motoren veroorzaken ernstige geluidhinder. Ten opzichte van 2016 ervaren meer mensen ernstige hinder door geluid van bestelauto's. Wegverkeer geeft ook overlast omdat het trillingen veroorzaakt. Buren zijn een bron van geluidsoverlast en zijn de belangrijkste bron van ernstige geurhinder. Dat gaat vooral om geuren van open haarden, vuurkorven en barbecues. Ook veroorzaken activiteiten van buren ernstige hinder door trillingen. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat de ernstige hinder van relatief nieuwe bronnen zoals laagfrequent geluid en geluid van drones is toegenomen. Ook blijkt dat mensen die de buurt wonen van een 'activiteit met een risico', zoals zware industrie, vaker (ernstig) bezorgd zijn over hun eigen veiligheid. In 2019 namen ruim 2259 inwoners van Nederland van 16 jaar en ouder deel aan deze inventarisatie. Het RIVM en het CBS voerden het onderzoek uit. Het RIVM rapporteert de bevindingen die op basis van een vragenlijstonderzoek (Onderzoek Beleving Woonomgeving OBW; voorheen Inventarisatie Verstoringen) zijn verzameld.
    • Susceptibility to SARS-CoV-2 Infection Among Children and Adolescents Compared With Adults: A Systematic Review and Meta-analysis.

      Viner, Russell M; Mytton, Oliver T; Bonell, Chris; Melendez-Torres, G J; Ward, Joseph; Hudson, Lee; Waddington, Claire; Thomas, James; Russell, Simon; van der Klis, Fiona; et al. (2020-09-25)
    • Human papillomavirus vaccination uptake: a longitudinal study showing ethnic differences in the influence of the intention-to-vaccinate among parent-daughter dyads.

      Jongen, Vita W; van der Loeff, Maarten F Schim; Boyd, Anders; Petrignani, Mariska; Prins, Maria; van der Wal, Marcel; Nielen, Astrid; de Melker, Hester; Paulussen, Theo G W M; Alberts, Catharina J (2020-09-23)
    • Human Immunodeficiency Virus Continuum of Care in 11 European Union Countries at the End of 2016 Overall and by Key Population: Have We Made Progress?

      Vourli, Georgia; Noori, Teymur; Pharris, Anastasia; Porter, Kholoud; Axelsson, Maria; Begovac, Josip; Cazein, Francoise; Costagliola, Dominique; Cowan, Susan; Croxford, Sara; et al. (2020-09-22)
    • Bioavailability and phytotoxicity of rare earth metals to Triticum aestivum under various exposure scenarios.

      Gong, Bing; He, Erkai; Xia, Bing; Ying, Rongrong; Peijnenburg, Willie J G M; Liu, Yang; Qiu, Hao (2020-09-22)
      It is a daunting challenge to predict toxicity and accumulation of rare earth metals (REMs) in different exposure scenarios (e.g., varying water chemistry and metal combinations). Herein, we investigated the toxicity and uptake of La and Ce in the presence of various levels of Ca, Mg, Na, K, and at different pH values, as well as the combined effects of La and Ce in wheat Triticum aestivum. Major cations (Ca2+ and Mg2+) significantly mitigated the toxicity and accumulation of La3+/Ce3+. Toxicity and uptake of La, Ce, and La-Ce mixtures could be well quantified by the multi-metal biotic ligand model (BLM) and by the Langmuir-type uptake model with the consideration of the competitive effects of Ca2+ and Mg2+, with more than 85.1% of variations explained. The derived binding constants of Ca, Mg, La, and Ce to wheat root were respectively 3.87, 3.59, 6.97, and 6.48 on the basis of toxicity data, and 3.23, 2.84, 6.07, and 5.27 on the basis of uptake data. The use of the alternative WHAM-Ftox approach, requiring fewer model parameters than the BLM but with similar Akaike information criterion (AIC) values, successfully predicted the toxicity and accumulation of La/Ce as well as toxicity of La-Ce mixtures, with at least 76.4% of variations explained. However, caution should be taken when using this approach to explain the uptake of La-Ce mixtures. Our results provided promising tools for delineating REMs toxicity/uptake in the presence of other toxicity-modifying factors or in mixture scenarios.
    • Tracing the animal sources of surface water contamination with Campylobacter jejuni and Campylobacter coli.

      Mulder, Annemieke C; Franz, Eelco; de Rijk, Sharona; Versluis, Moyke A J; Coipan, Claudia; Buij, Ralph; Müskens, Gerard; Koene, Miriam; Pijnacker, Roan; Duim, Birgitta; et al. (2020-09-20)
    • Clinical microbiota and Infection.

      Kuijper, Ed J; Vehreschild, Maria J G T (2020-09-18)