Now showing items 21-40 of 13843

    • Public Preferences for Policies to Promote COVID-19 Vaccination Uptake: A Discrete Choice Experiment in The Netherlands.

      Mouter, Niek; Boxebeld, Sander; Kessels, Roselinde; van Wijhe, Maarten; de Wit, Ardine; Lambooij, Mattijs; van Exel, Job (2022-05-05)
    • Evaluation of foods, drinks and diets in the Netherlands according to the degree of processing for nutritional quality, environmental impact and food costs.

      Vellinga, Reina E; van Bakel, Marieke; Biesbroek, Sander; Toxopeus, Ido B; de Valk, Elias; Hollander, Anne; van 't Veer, Pieter; Temme, Elisabeth H M (2022-05-03)
    • In-Situ 5G NR Base Station Exposure of the General Public: Comparison of Assessment Methods.

      Deprez, Kenneth; Verloock, Leen; Colussi, Loek; Aerts, Sam; Van den Bossche, Matthias; Kamer, Jos; Bolte, John; Martens, Luc; Plets, David; Joseph, Wout (2022-05-03)
    • Night-shift work is associated with increased susceptibility to SARS-CoV-2 infection.

      Loef, Bette; Dollé, Martijn E T; Proper, Karin I; van Baarle, Debbie; Initiative, Lifelines Corona Research; van Kerkhof, Linda W (2022-05-02)
    • Risk assessment of banknotes as a fomite of SARS-CoV-2 in cash payment transactions.

      Schijven, Jack F; Wind, Mark; Todt, Daniel; Howes, John; Tamele, Barbora; Steinmann, Eike (2022-05-01)
    • Breakthrough SARS-CoV-2 infections with the delta (B.1.617.2) variant in vaccinated patients with immune-mediated inflammatory diseases using immunosuppressants: a substudy of two prospective cohort studies.

      Boekel, Laura; Stalman, Eileen W; Wieske, Luuk; Hooijberg, Femke; van Dam, Koos P J; Besten, Yaëlle R; Kummer, Laura Y L; Steenhuis, Maurice; van Kempen, Zoé L E; Killestein, Joep; et al. (2022-04-29)
    • Global spatial dynamics and vaccine-induced fitness changes of .

      Lefrancq, Noémie; Bouchez, Valérie; Fernandes, Nadia; Barkoff, Alex-Mikael; Bosch, Thijs; Dalby, Tine; Åkerlund, Thomas; Darenberg, Jessica; Fabianova, Katerina; Vestrheim, Didrik F; et al. (2022-04-27)
      As with other pathogens, competitive interactions between Bordetella pertussis strains drive infection risk. Vaccines are thought to perturb strain diversity through shifts in immune pressures; however, this has rarely been measured because of inadequate data and analytical tools. We used 3344 sequences from 23 countries to show that, on average, there are 28.1 transmission chains circulating within a subnational region, with the number of chains strongly associated with host population size. It took 5 to 10 years for B. pertussis to be homogeneously distributed throughout Europe, with the same time frame required for the United States. Increased fitness of pertactin-deficient strains after implementation of acellular vaccines, but reduced fitness otherwise, can explain long-term genotype dynamics. These findings highlight the role of vaccine policy in shifting local diversity of a pathogen that is responsible for 160,000 deaths annually.
    • Working from home during the COVID-19 pandemic and its longitudinal association with physical activity and sedentary behavior.

      Loef, Bette; van Oostrom, Sandra H; van der Noordt, Maaike; Proper, Karin I (2022-04-26)
    • Preventing heart failure: a position paper of the Heart Failure Association in collaboration with the European Association of Preventive Cardiology.

      Piepoli, Massimo F; Adamo, Marianna; Barison, Andrea; Bestetti, Reinaldo B; Biegus, Jan; Böhm, Michael; Butler, Javed; Carapetis, Jonathan; Ceconi, Claudio; Chioncel, Ovidiu; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-25)
    • Het toepassen van brede gezondheidsconcepten: inspirerend en uitdagend voor de praktijk. Ervaringen uit drie regio’s

      Lemmens, L; Beijer, M; de Bekker, A; de Klijne, A (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-25)
      De zorg staat onder grote druk. Een mogelijke bijdrage aan een oplossing is om ‘gezondheid’ als uitgangspunt te nemen in plaats van ‘ziekte’. Oftewel: hoe blijven mensen zo lang mogelijk gezond, wat kan iemand nog wél en wat maakt hun leven zinvol. Het gaat dus niet alleen om lichamelijke klachten maar ook om de mentale kant. In Nederland werken steeds meer partijen, waaronder zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten, GGD-en, vanuit een breed gezondheidsconcept. Het RIVM heeft eerder kansen en belemmeringen geïnventariseerd. Dit keer is in kaart gebracht hoe drie regio’s in Nederland hun manier van werken hierop aanpassen. Het gaat om provincie Flevoland, gemeente Texel en de wijk Leidsche Rijn-Vleuten de Meern in Utrecht. De betrokken organisaties zijn enthousiast over deze brede kijk op gezondheid, maar lopen nog steeds tegen belemmeringen aan. Denk aan een gebrek aan geld, personeel en manieren om de resultaten te meten. Ook is het gebruik van een brede kijk op gezondheid een proces dat veel tijd vraagt. Organisaties hebben daarom behoefte om van elkaars ervaringen te leren. Zorgprofessionals ervaren dat door de bredere kijk op gezondheid mensen gezonder gaan leven en meer regie krijgen over hun gezondheid. Hierdoor hebben zij ook meer plezier in hun werk. Door de brede kijk op gezondheid kunnen organisaties en professionals uit verschillende domeinen, zoals zorg en welzijn, elkaar beter vinden. Vanuit hetzelfde doel kunnen ze samen makkelijker activiteiten opzetten om de gezondheid van inwoners te bevorderen. Door verder te kijken dan lichamelijke klachten is er meer oog voor zaken die het welzijn van mensen beïnvloeden, zoals eenzaamheid of financiële problemen. Volgens het RIVM vergroten zeven elementen de kans van slagen: draagvlak bij alle betrokken partijen, een duidelijke focus in de aanpak, professionals van verschillende organisaties die elkaar kennen en begrijpen, organisaties die werken vanuit de behoeften en mogelijkheden van inwoners, de mogelijkheid voor organisaties om vanuit een brede kijk te werken, voldoende geld, en gezond leven ook breder in de samenleving een plek geven, bijvoorbeeld in het onderwijs.
    • Immunogenicity after second and third mRNA-1273 vaccination doses in patients receiving chemotherapy, immunotherapy, or both for solid tumours.

      Oosting, Sjoukje F; van der Veldt, Astrid A M; Fehrmann, Rudolf S N; GeurtsvanKessel, Corine H; van Binnendijk, Rob S; Dingemans, Anne-Marie C; Smit, Egbert F; Hiltermann, T Jeroen N; den Hartog, Gerco; Jalving, Mathilda; et al. (2022-04-25)
    • Antimicrobial resistance genes aph(3')-III, erm(B), sul2 and tet(W) abundance in animal faeces, meat, production environments and human faeces in Europe.

      Yang, Dongsheng; Heederik, Dick J J; Scherpenisse, Peter; Van Gompel, Liese; Luiken, Roosmarijn E C; Wadepohl, Katharina; Skarżyńska, Magdalena; van Heijnsbergen, Eri; Wouters, Inge M; Greve, Gerdit D; et al. (2022-04-25)
    • Corrigendum to "Variability of in vivo potency tests of Diphtheria, Tetanus and acellular Pertussis (DTaP) vaccines" [Vaccine 39(18) (2021) 2506-2516].

      Stalpers, Coen A L; Retmana, Irene A; Pennings, Jeroen L A; Vandebriel, Rob J; Hendriksen, Coenraad F M; Akkermans, Arnoud M; Hoefnagel, Marcel H N (2022-04-22)
    • Informative Inventory Report 2022. Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990–2020

      Wever, D; Dröge, PWHG; Geilenkirchen, GP; van Huijstee, J; 't Hoen, M; Honig, E; te Molder, RAB; Smeets, WLM; van Zanten, MC; van der Zee, T (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-21)
      Increase in ammonia emissions The emissions of ammonia increased in 2020 by 0.5 Gg to a total of 124.4 Gg as result of a higher protein content in grass feed to dairy cows. With a reduction of 19% compared to 2005 the ammonia emissions comply with the reduction target of 13% as set by the European Union and the UNECE under the Gothenburg Protocol. Increase in emissions of non-methane volatile organic compounds Compared to 2019 the emissions of non-methane volatile organic compounds increased by 29 Gg. This increase is mainly the result of the governments Covid19 advice for regularly disinfecting the hands. This led to increased use of disinfectants. With a reduction of 11% in 2020 under the European Unions-National Emissions Ceilings Directive the emission reduction is in compliance with the reduction target of 8% as set by the European Union. However, unlike for the EU-inventory are under the UNECE Gothenburg Protocol the emissions of non-methane volatile organic compounds from manure management and agricultural soils are included in the inventory. This leads to a higher emission totals with the result that the reduction target of 8% under the UNECE Gothenburg Protocol is with an reduction of just over 0% not med in 2020. Decrease in emissions of nitrogen oxides The emissions of both nitrogen oxides decreased in 2020 with 24 Gg this is more than based on the historical trend could be expected. This is mainly a result of covid19 measures that led to decreasing emissions in civil aviation and in Road traffic a decrease in driven kilometers of 17% is visible. Under both the European Unions-National Emissions Ceilings Directive and the UNECE Gothenburg Protocol a reduction target of 45% compared to 2005 was set. With a reduction of respectively 55% and 51% compared to 2005 the nitrogen oxide emissions comply with the reduction target. Decrease in emissions of sulphur oxides The emissions sulphur oxides decreased with 3 Gg compared to 2019. The decrease of sulphur oxides is mainly a result of decreasing coal use for energy purposes. Under both the European Unions-National Emissions Ceilings Directive and the UNECE Gothenburg Protocol a reduction target was set of 28% compared to 2005. With a reduction of respectively 71% the sulphur oxide emissions comply with the reduction target. Applying for adjustments For non-methane volatile organic compounds the Netherlands applied for an inventory adjustment to meet compliance with the reduction target set by the UNECE under the Gothenburg Protocol. The Informative Inventory Report 2022 was drawn up by the RIVM and partner institutes, which collaborate to analyse and report emission data each year – an obligatory procedure for Member States. The analyses are used to support Dutch policy.
    • Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990–2020

      Ruyssenaars, PG; van der Net, L; Coenen, PWHG; Rienstra, JD; Zijlema, PJ; Arets, EJMM; Baas, K; Dröge, R; Geilenkirchen, G; 't Hoen, M; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-21)
      Total greenhouse gas (GHG) emissions in the Netherlands in 2020 decreased by 8.8 percent, in comparison with 2019 emissions. This decrease was mainly the result of several factors. Coal combustion for energy and heat production decreased, while the share of renewable energy increased up to 11.1 percent of total energy consumption. Besides, the Dutch economy and energy use were influenced by the COVID 19 pandemic. In 2020, total GHG emissions (including indirect CO2 emissions and excluding emissions from Land use, land use change and forestry (LULUCF)) in the Netherlands amounted to 164.3 Tg CO2 eq. This is approximately 25.5 percent below the emissions in the base year 1990 (220.5 Tg CO2 eq.). CO2 emissions in 2020 were 15.0 percent below the level in the base year. The total of the emissions of methane, nitrous oxide and fluorinated gases (CH4, N2O and F-gases) was reduced by 54.9 percent over this period. This report documents the Netherlands’ annual submission for 2022 of its GHG emissions inventory in accordance with the 2006 IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories (IPCC, 2006) prescribed by the United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), the Kyoto Protocol (KP) and the European Union’s Greenhouse Gas Monitoring Mechanism. This report includes explanations of observed trends in emissions, an assessment of the sources with the highest contribution to total national emissions (key sources) and a description of the uncertainty in the emissions estimates. Estimation methods, data sources and emission factors (EFs) are described for each source category, and there is also a description of the quality assurance system and the verification activities performed on the data. The report also describes changes in methodologies since the previous submission (NIR 2021), the results of recalculations and planned improvements.
    • Ontwikkelingen rondom e-health tijdens de COVID-19-pandemie. Bevindingen vanuit de literatuur en empirisch onderzoek

      van der Vaart, R; Kouwenberg, LHJA; Oosterhoff, M; Rotteveel, AH; van Tuyl, L; van Vliet, ED (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-21)
      Door de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 is uit nood veel zorg ‘op afstand’ geleverd met behulp van e-health. Voorbeelden zijn beeldbellen, een online schriftelijk consult en op afstand gezondheidswaarden meten, zoals bloeddruk of bloedsuiker. Het RIVM onderzocht de ontwikkelingen van het gebruik van e-health tijdens de coronapandemie in Nederland. Hieruit blijkt dat e-health veel meer is gebruikt dan voor de pandemie. Het was vaak de enige manier om afspraken en behandelingen door te laten gaan. Ook werd het gebruik makkelijker gemaakt. De overheid heeft bijvoorbeeld de financiering en de voorwaarden om het te mogen gebruiken, verruimd. Hierdoor konden zorgverleners en patiënten meer ervaring opdoen met e-health en leren wanneer het wel en niet geschikt is. Van alle soorten e-health is beeldbellen het meest ingezet. E-health is vooral gebruikt als er veel mensen besmet waren met het virus. Het is ook gebruikt om coronapatiënten te behandelen. Zij maten bijvoorbeeld thuis zelf hun gezondheidswaarden op die zorgverleners op afstand konden volgen. Zowel zorgverleners als patiënten hebben tijdens de pandemie voordelen van e-health ontdekt die ze voor die tijd nog niet kenden. Daardoor zijn ze beiden positiever gaan denken over e-health. Het maakte het zorgverleners bijvoorbeeld makkelijker om naasten van een patiënt bij het gesprek te betrekken. Patiënten scheelde het reistijd omdat zij niet naar de zorgverlener toe hoefden. Minder geschikt is e-health bijvoorbeeld voor afspraken waarbij bepaald lichamelijk onderzoek nodig was. Zowel zorgverleners als patiënten willen in de toekomst e-health het liefst combineren met bezoeken aan de zorgverlener. Het is nog niet duidelijk in welke situaties ná de pandemie e-health voordelen heeft. Om hier nog meer over te kunnen leren, moet het makkelijk zijn om e-health na de pandemie te blijven gebruiken en ermee te experimenteren. Voor dit onderzoek keek het RIVM naar de literatuur uit Nederland en het buitenland. Ook gebruikte het RIVM gegevens uit de E-healthmonitor.
    • Methodology for the calculation of emissions from agriculture. Calculations for methane, ammonia, nitrous oxide, nitrogen oxides, non-methane volatile organic compounds, fine particles and carbon dioxide emissions using the National Emission Model for Agriculture (NEMA)

      van der Zee, TC; Bannink, A; van Bruggen, C; Groenestein, CM; Huijsmans, JFM; Lagerwerf, LA; Huesink, HH; Velthof, GL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-21)
      Every year, the Netherlands reports, both nationally and internationally, the quantities of substances that are emitted into the air by its agricultural sector. This entails all the substances originating from agricultural activities that are listed in the Pollutant Release and Transfer Register, e.g. greenhouse gases and substances that cause air pollution, such as ammonia and fine particles. The methods used to calculate the emissions are in accordance with international guidelines. The emissions are calculated using the National Emission Model for Agriculture (NEMA), which is developed in the Netherlands. For example, the NEMA is used to calculate the emissions from stables, manure storages and the application of manure. It is also used to calculate emissions, such as methane, from various animals and manure. The model is updated annually to reflect the latest scientific insights. This time around, the methods used for different substances as well as the implemented adjustments have been described. The emission data is available to the public via the website emissieregistratie.nl. It is used for reports that are mandatory under international treaties such as the Kyoto Protocol, the EU Emission Ceilings (NEC Directive) and the Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (CLRTAP). This report also forms the basis for the reviewers who validate the Dutch reports to the European Union and the United Nations.
    • Methodology for the calculation of emissions to air from the sectors Energy, Industry and Waste

      Honig, E; Montfoort, JA; Dröge, R; Guis, B; Baas, K; van Huet, B; van Hunnik, OR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-04-21)
      Every year, the Netherlands reports, both nationally and internationally, on the quantities of substances that are emitted to the air by the industry sector and energy generation and waste processing sector (ENINA). This entails all the substances that are listed in the Netherlands Pollutant Emission Register and are relevant for ENINA, including greenhouse gases, acidifying substances and substances that cause large-scale air-pollution. RIVM has updated and described the methods with which the emissions are calculated. These methods are adjusted every year according to the most recent scientific insights. Emission estimates are performed based on the international guidelines. The emission data is available to the public via the website emissieregistratie.nl. It is used for reports that are mandatory under international treaties such as the Kyoto Protocol, the EU Emission ceilings (NEC Directive) and the Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (CLRTAP). These reports also form the basis for the international reviewers who validate the Dutch reports to the EU and UN.