Now showing items 21-40 of 14174

    • Mortality and Morbidity Effects of Long-Term Exposure to Low-Level PM, BC, NO, and O: An Analysis of European Cohorts in the ELAPSE Project.

      Bert, Brunekreef; Maciej, Strak; Jie, Chen; Zorana, J Andersen; Richard, Atkinson; Mariska, Bauwelinck; Tom, Bellander; Marie-Christine, Boutron; Jørgen, Brandt; Iain, Carey; et al. (2022-09-20)
      Epidemiological cohort studies have consistently found associations between long-term exposure to outdoor air pollution and a range of morbidity and mortality endpoints. Recent evaluations by the World Health Organization and the Global Burden of Disease study have suggested that these associations may be nonlinear and may persist at very low concentrations. Studies conducted in North America in particular have suggested that associations with mortality persisted at concentrations of particulate matter with an aerodynamic diameter of less than 2.5 μm (PM2.5) well below current air quality standards and guidelines. The uncertainty about the shape of the concentration-response function at the low end of the concentration distribution, related to the scarcity of observations in the lowest range, was the basis of the current project. Previous studies have focused on PM2.5, but increasingly associations with nitrogen dioxide (NO2) are being reported, particularly in studies that accounted for the fine spatial scale variation of NO2. Very few studies have evaluated the effects of long-term exposure to low concentrations of ozone (O3). Health effects of black carbon (BC), representing primary combustion particles, have not been studied in most large cohort studies of PM2.5. Cohort studies assessing health effects of particle composition, including elements from nontailpipe traffic emissions (iron, copper, and zinc) and secondary aerosol (sulfur) have been few in number and reported inconsistent results.
    • Quantifying the trophic transfer of sub-micron plastics in an assembled food chain

      Abdolahpul Monikh, F; Holm, S; Kortet, R; Bandekar, M; Kekäläinen, J; Peijnenburg, W; et al. (2022-09-20)
    • Comparing Multiple Locus Variable-Number Tandem Repeat Analyses with Whole-Genome Sequencing as Typing Method for Salmonella Enteritidis Surveillance in The Netherlands, January 2019 to March 2020.

      Pijnacker, Roan; van den Beld, Maaike; van der Zwaluw, Kim; Verbruggen, Anjo; Coipan, Claudia; Segura, Alejandra Hernandez; Mughini-Gras, Lapo; Franz, Eelco; Bosch, Thijs (2022-09-19)
      In the Netherlands, whole-genome sequencing (WGS) was implemented as routine typing tool for Salmonella Enteritidis isolates in 2019. Multiple locus variable-number tandem repeat analyses (MLVA) was performed in parallel. The objective was to determine the concordance of MLVA and WGS as typing methods for S. Enteritidis isolates. We included S. Enteritidis isolates from patients that were subtyped using MLVA and WGS-based core-genome Multilocus Sequence Typing (cgMLST) as part of the national laboratory surveillance of Salmonella during January 2019 to March 2020. The concordance of clustering based on MLVA and cgMLST, with a distance of ≤5 alleles, was assessed using the Fowlkes-Mallows (FM) index, and their discriminatory power using Simpson's diversity index. Of 439 isolates in total, 404 (92%) were typed as 32 clusters based on MLVA, with a median size of 4 isolates (range:2 to 141 isolates). Based on cgMLST, 313 (71%) isolates were typed as 48 clusters, with a median size of 3 isolates (range:2 to 39 isolates). The FM index was 0.34 on a scale from 0 to 1, where a higher value indicates greater similarity between the typing methods. The Simpson's diversity index of MLVA and cgMLST was 0.860 and 0.974, respectively. The median cgMLST distance between isolates with the same MLVA type was 27 alleles (interquartile range [IQR]:17 to 34 alleles), and 2 alleles within cgMLST clusters (IQR:1-5 alleles). This study shows the higher discriminatory power of WGS over MLVA and a poor concordance between both typing methods regarding clustering of S. Enteritidis isolates. IMPORTANCE Salmonella is the most frequently reported agent causing foodborne outbreaks and the second most common zoonoses in the European Union. The incidence of the most dominant serotype Enteritidis has increased in recent years. To differentiate between Salmonella isolates, traditional typing methods such as pulsed-field gel electrophoresis (PFGE) and multiple locus variable-number tandem repeat analyses (MLVA) are increasingly replaced with whole-genome sequencing (WGS). This study compared MLVA and WGS-based core-genome Multilocus Sequence Typing (cgMLST) as typing tools for S. Enteritidis isolates that were collected as part of the national Salmonella surveillance in the Netherlands. We found a higher discriminatory power of WGS-based cgMLST over MLVA, as well as a poor concordance between both typing methods regarding clustering of S. Enteritidis isolates. This is especially relevant for cluster delineation in outbreak investigations and confirmation of the outbreak source in trace-back investigations.
    • User needs for satellite data regarding emissions

      W Hendricx; H Volten (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-09-14)
      Satellieten worden onder andere gebruikt om te meten hoeveel broeikasgassen en vervuilende stoffen er worden uitgestoten in de lucht. Verschillende organisaties, zoals het RIVM, overheden en onderzoekers, gebruiken deze data. Satellieten worden steeds beter en kunnen steeds preciezer meten. Vanwege deze ontwikkelingen is het voor Nederland belangrijk om goed voorbereid te zijn op het gebruik van data van satellieten in de toekomst. Daarom heeft het Netherlands Space Office (NSO) het RIVM gevraagd in kaart te brengen welke behoeften gebruikers of toekomstige gebruikers van de data over de uitstoot van broeikasgassen of luchtvervuilende stoffen hebben. De NSO kan deze uitkomsten gebruiken om strategische beslissingen te nemen over satellieten van de toekomst. Voor het onderzoek zijn 24 (mogelijke) gebruikers van satellietdata geïnterviewd. De opvallendste uitkomst hieruit is dat zij vooral tegen praktische problemen aanlopen. Ze kunnen bijvoorbeeld de data niet goed vinden of ze weten niet hoe ze data kunnen gebruiken. Of ze hebben geen geld om met de data aan de slag te gaan. Er is geld en kennis nodig om de data gebruiksvriendelijk en makkelijker toegankelijk te maken en ze betekenis te geven. Een belangrijke stap naar een oplossing hiervoor is dat organisaties meer gaan samenwerken om bijvoorbeeld kennis uit te wisselen. De geïnterviewden stellen dit zelf als oplossing voor. Een mogelijkheid hiervoor is een meer open community te organiseren in Nederland, maar het liefst ook internationaal. Naast de praktische behoeften zijn er technische wensen en eisen, en wetenschappelijke behoeften en interesses. Zo hebben (mogelijke) gebruikers de behoefte aan preciezere metingen van kleine oppervlakten zodat van steeds kleinere bronnen kan worden achterhaald welke stoffen die uitstoten. Naar verwachting kan de combinatie van satellietmetingen met andere databronnen, zoals uitgebreidere metingen op de grond, veel nieuwe inzichten geven. De satellietinstrumenten kunnen bestaande databronnen niet vervangen, maar er wel een belangrijke aanvulling op zijn.
    • Diagnostic work-up of urinary tract infections in pregnancy: study protocol of a prospective cohort study.

      Werter, Dominique Esmée; Kazemier, Brenda M; van Leeuwen, Elisabeth; de Rotte, Maurits C F J; Kuil, Sacha D; Pajkrt, Eva; Schneeberger, Caroline (2022-09-14)
    • A One Health Evaluation of the Surveillance Systems on Tick-Borne Diseases in the Netherlands, Spain and Italy.

      Garcia-Vozmediano, Aitor; De Meneghi, Daniele; Sprong, Hein; Portillo, Aránzazu; Oteo, José A; Tomassone, Laura (2022-09-14)
    • Annual report Surveillance of COVID-19, influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2021/2022

      DFM Reukers; L van Asten; PS Brandsema; F Dijkstra; JMT Hendriksen; M Hooiveld; F Jongenotter; MMA de Lange; AC Teirlinck; G Willekens; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-09-13)
      Het RIVM brengt elk jaar in kaart hoeveel mensen in Nederland griep en andere luchtweginfecties hebben gehad. Sinds 2020 doen we dat ook voor het aantal mensen in Nederland dat het coronavirus hadden. Coronavirus Tijdens de zomer van 2021, van juli tot en met september, hadden heel weinig mensen een positieve coronatest. In het najaar en de winter nam het aantal weer toe, door de opkomst van de delta- en omikronvariant. Tussen mei 2021 en mei 2022 zijn 6.448.170 mensen positief getest op corona. Van hen zijn 44.990 mensen opgenomen in het ziekenhuis, en 5756 op de intensive care. Van 3482 mensen is bekend dat ze zijn overleden aan COVID-19. Griepepidemie De griepepidemie in het griepseizoen 2021/2022 begon later dan eerdere seizoenen en duurde 13 weken. Ongeveer 127.378 mensen gingen naar de huisarts met griepachtige klachten. Dit waren er minder dan normaal: veel mensen met deze klachten lieten zich testen op het coronavirus en gingen niet naar de huisarts. Naar schatting hebben tussen oktober 2021 en mei 2022 ongeveer 795.000 mensen griep gehad. Mensen zijn vooral ziek geworden van het type A(H3N2) griepvirus. RS-virus Sinds het voorjaar van 2021 melden ziekenhuizen hoge aantallen infecties met het RS-virus, vooral in de zomer van dat jaar. Deze infecties komen vooral bij kinderen onder de vier jaar voor. De meesten hebben milde klachten, maar de infectie kan soms zo ernstig verlopen dat ze in het ziekenhuis moeten worden opgenomen. Na de zomer van 2021 daalde het aantal infecties, maar bleef het nog wel zo hoog dat het de omvang van een epidemie heeft. Deze epidemie duurt al meer dan een jaar. In totaal meldden de ziekenhuizen 4504 infecties met het RS-virus tussen mei 2021 en mei 2022. Meldingsplichtige luchtweginfecties Sommige luchtweginfecties moeten bij de GGD worden gemeld. De GGD kan dan zo nodig actie nemen om te voorkomen dat ze zich verder verspreiden. Het aantal meldingen van legionella (658) is in 2021 sterk gestegen. Het aantal meldingen van tuberculose was in 2021 hoger (680) dan in 2020, maar nog wel lager dan de jaren daarvoor. Het aantal meldingen van psittacose (papegaaienziekte, 55) was in 2021 aanzienlijk lager dan vorige jaren. Het aantal meldingen van Q-koorts (6) was vergelijkbaar met 2020, maar lager dan de jaren daarvoor. Deze ziekten, met uitzondering van tuberculose, uiten zich meestal in de vorm van longontstekingen. Omdat de oorzaak daarvan vaak niet wordt onderzocht, zullen meer mensen deze ziekten hebben gehad dan is gemeld.
    • Regional importation and asymmetric within-country spread of SARS-CoV-2 variants of concern in the Netherlands.

      Han, Alvin X; Kozanli, Eva; Koopsen, Jelle; Vennema, Harry; Hajji, Karim; Kroneman, Annelies; Van Walle, Ivo; Klinkenberg, Don; Wallinga, Jacco; Russell, Colin A; et al. (2022-09-13)
    • Prevalence and clinical manifestation of Borrelia miyamotoi in Ixodes ticks and humans in the northern hemisphere: a systematic review and meta-analysis.

      Hoornstra, Dieuwertje; Azagi, Tal; van Eck, Jacqueline A; Wagemakers, Alex; Koetsveld, Joris; Spijker, René; Platonov, Alexander E; Sprong, Hein; Hovius, Joppe W (2022-09-13)
    • Social clustering of unvaccinated children in schools in the Netherlands.

      Klinkenberg, Don; van Hoek, Albert Jan; Veldhuijzen, Irene; Hahné, Susan; Wallinga, Jacco (2022-09-12)
    • Differential vaccine-induced kinetics of humoral and cellular immune responses in SARS-CoV-2 naive and convalescent health care workers.

      Smit, Wouter; Thijsen, Steven; van der Kieft, Robert; van Tol, Sophie; Reimerink, Johan; Reusken, Chantal; Rumke, Lidewij; Bossink, Ailko; Limonard, Gijs; Heron, Michiel (2022-09-11)
    • Species abundance correlations carry limited information about microbial network interactions.

      Pinto, Susanne; Benincà, Elisa; van Nes, Egbert H; Scheffer, Marten; Bogaards, Johannes A (2022-09-09)
    • Healthy lifestyle over the life course: Population trends and individual changes over 30 years of the Doetinchem Cohort Study.

      Schermer, Edith E; Engelfriet, Peter M; Blokstra, Anneke; Verschuren, W M Monique; Picavet, H Susan J (2022-09-09)
    • Risicogrenzen voor PFAS in oppervlaktewater. Doorvertaling van de gezondheidskundige grenswaarde van EFSA naar concentraties in water

      Smit, CE; Verbruggen, EMJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2022-09-08)
      Het RIVM heeft nieuwe risicogrenzen bepaald voor perfluoralkyl-stoffen (PFAS) in oppervlaktewater. Dit is nodig omdat de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) in 2020 een gezondheidskundige grenswaarde voor PFAS heeft bepaald. De gezondheidskundige grenswaarde werkt door in de beoordeling van de waterkwaliteit. Deze beoordeling houdt namelijk rekening met de hoeveelheid PFAS die mensen kunnen binnenkrijgen via het eten van vis. De nieuwe risicogrenzen geven aan hoeveel PFAS in het water mogen zitten zodat mensen daar hun leven lang veilig vis uit kunnen eten. Voor de drie PFAS waarvoor in Nederland al normen voor oppervlaktewater bestaan, zijn de nieuwe risicogrenzen: 0,3 nanogram per liter voor PFOA, 7 picogram per liter voor PFOS en 10 nanogram per liter voor HFPO-DA (GenX). Deze nieuwe risicogrenzen zijn veel lager dan de bestaande waterkwaliteitsnormen voor deze PFAS. Dat komt omdat de stoffen volgens EFSA giftiger zijn dan eerder bekend was. Hierdoor is er bij lagere concentraties een kans op schadelijke gevolgen. Er zijn nog veel meer PFAS dan PFOA, PFOS en GenX. Het RIVM heeft daarom een rekenmethode ontwikkeld waarmee de risico’s van meerdere PFAS tegelijk kunnen worden berekend. PFAS komen namelijk bijna nooit als losse stof voor, maar meestal in mengsels met verschillende PFAS. De verwachting is dat alle PFAS op een vergelijkbare manier werken en bijdragen aan de totale giftigheid van het mengsel. Daarom moeten zoveel mogelijk PFAS worden meegenomen bij de toetsing van lozingen en oppervlaktewatermonsters. De nieuwe risicogrenzen zijn advieswaarden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan mede op basis van dit onderzoek besluiten of de waterkwaliteitsnormen voor PFAS worden aangepast.
    • Identification of aging-associated immunotypes and immune stability as indicators of post-vaccination immune activation.

      Cevirgel, Alper; Shetty, Sudarshan A; Vos, Martijn; Nanlohy, Nening M; Beckers, Lisa; Bijvank, Elske; Rots, Nynke; van Beek, Josine; Buisman, Anne-Marie; van Baarle, Debbie (2022-09-08)