Now showing items 41-60 of 12587

    • Cumulative dietary exposure to pesticides in the Netherlands

      Boon, PE; van Donkersgoed, G; van de Velde-Koerts, T; Rietveld, AG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-10-29)
      Via ons voedsel worden we bijna elke dag blootgesteld aan resten van gewasbeschermingsmiddelen. Dit zijn vaak verschillende middelen tegelijk. Deze gelijktijdige blootstelling kan een risico zijn voor de gezondheid. Het RIVM heeft berekend hoe groot de gelijktijdige blootstelling is aan gewasbeschermingsmiddelen die effecten kunnen hebben op ons zenuwstelsel. De berekende hoeveelheid is lager dan de blootstelling die veilig wordt geacht. Deze blootstelling geeft daarom geen risico op schadelijke effecten op het zenuwstelsel. Als we meerdere middelen tegelijk binnenkrijgen, noemen we dat cumulatieve blootstelling. Verschillende soorten groenten of vruchten kunnen bijvoorbeeld elk een ander gewasbeschermingsmiddel bevatten. Het kan ook zijn dat er op één soort groente of vrucht resten van verschillende middelen zitten. In ons eten zitten ook gewasbeschermingsmiddelen die ándere gezondheidseffecten kunnen hebben dan op ons zenuwstelsel. Ze kunnen bijvoorbeeld schadelijk zijn voor de lever en/of nieren. Het is nog niet bekend bij welke groepen middelen deze of andere effecten kunnen optreden. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) onderzoekt dat op dit moment. Zodra zo'n groep middelen bekend is, moet de cumulatieve blootstelling daarvan berekend worden. Zo wordt bepaald of er een gezondheidsrisico is in Nederland.
    • The diet of the Dutch : Results of the Dutch National Food Consumption Survey 2012-2016

      van Rossum, CTM; Buurma-Rethans, EJM; Dinnissen, CS; Beukers, MH; Brants, HAM; Ocké, MC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-10-29)
      De Nationale Voedselconsumptiepeiling 2012-2016 laat zien hoeveel en wat mensen in Nederland eten en drinken. De peiling geeft ook aan wat daarin is veranderd sinds de vorige peiling in 2007-2010. Resultaten over deze peiling zijn al eerder gepubliceerd op www.wateetnederland.nl. Dit Engelstalige rapport beschrijft en bediscussieert de onderzoeksmethode en resultaten in detail. Het is bedoeld voor (inter)nationale wetenschappers en professionals. Voorzichtige verbetering De afgelopen jaren is het Nederlandse voedingspatroon voorzichtig verbeterd. Zo zijn Nederlanders meer fruit gaan eten en lijken ze ook meer groenten te eten. Verder eten ze minder vlees en drinken ze minder suikerhoudende dranken. Toch is er nog veel gezondheidswinst te behalen omdat de meeste Nederlanders zich niet aan de Richtlijnen goede voeding houden. Als de positieve ontwikkelingen doorgaan, kan dit helpen om overgewicht en chronische ziekten te voorkomen. Voedingsstoffen Nederlanders krijgen voldoende koolhydraten, eiwitten, onverzadigde vetzuren en niet te veel transvetzuren binnen. Wel drinken ze te veel alcohol en krijgen ze te veel zout, te veel vet en verzadigde vetzuren binnen, en te weinig voedingsvezels. Bepaalde leeftijdsgroepsgroepen krijgen van sommige mineralen en vitamines weinig binnen, zoals van vitamine A en calcium. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat dit zorgelijk is voor hun gezondheid. Een uitzondering hierop is vitamine D. Daarvan neemt maar ongeveer de helft van de vrouwen van 50+ en een op de vijf mannen van 70+ voldoende vitamine D-supplementen in. Oudere mensen met een tekort aan vitamine D hebben een groter risico op botbreuken. Bevolkingsverschillen Over het algemeen volgen vrouwen, mensen met hogere leeftijd, mensen zonder overgewicht en hoger opgeleiden beter de richtlijnen dan mannen, jongvolwassenen en lager opgeleiden. Er zijn geen duidelijke verschillen tussen regio's en tussen steden en landelijk gebied. Gebruik van de voedselconsumptiepeiling Het RIVM bracht het voedingspatroon van ruim 4000 kinderen en volwassenen in kaart. Met deze gegevens kunnen beleidsmakers en professionals werken aan gezonde voeding en duurzaam en veilig voedsel, productinnovatie, voorlichting en voedingsonderzoek.
    • Effects of protein and calorie restriction on the metabolism and toxicity profile of irinotecan in cancer patients.

      de Man, Femke M; van Eerden, Ruben A G; van Doorn, Gerdien M; Oomen-de Hoop, Esther; Koolen, Stijn L W; Olieman, Joanne F; de Bruijn, Peter; Veraart, Joris N; van Halteren, Henk K; Sandberg, Yorick; et al. (2020-10-29)
      Preclinical data suggests that protein and calorie restriction (PCR) might improve treatment tolerability without impairing antitumor effect. Therefore, we have studied the influence of PCR on irinotecan pharmacokinetics and toxicity. In this cross-over trial, patients with liver metastases of solid tumors were included and randomized to treatment with irinotecan preceded by 5 days of PCR (~30% caloric and ~70% protein restriction) during the 1st cycle and a 2nd cycle preceded by a normal diet (ND) or vice versa. Pharmacokinetic blood sampling and biopsies of both healthy liver (HL) and liver metastasis (LM) were performed. Primary endpoint was the relative difference in geometric means for the active metabolite SN-38 concentration in HL analyzed by a linear mixed model. No significant differences were seen in irinotecan (+16.8%, P=0.22) and SN-38 (+9.8%, P=0.48) concentrations between PCR and ND in HL, as well as in LM (irinotecan: -38.8%, P=0.05 and SN-38: -13.8%, P=0.50). PCR increased irinotecan plasma AUC0-24h with 7.1% (P=0.04) compared to ND, while the SN-38 plasma AUC0-24h increased with 50.3% (P<0.001). Grade ≥3 toxicity was not increased during PCR vs ND (P=0.69). No difference was seen in neutropenia grade ≥3 (47% vs 32% P=0.38), diarrhea grade ≥3 (5% vs 21% P=0.25) and febrile neutropenia (5% vs 16% P=0.50) during PCR vs ND. In conclusion, plasma SN-38 exposure increased dramatically after PCR, while toxicity did not change. PCR did not alter the irinotecan and SN-38 exposure in HL and LM. PCR might therefore potentially improve the therapeutic window in patients treated with irinotecan.
    • Proximity to livestock farms and exposure to livestock-related particulate matter are associated with lower probability of medication dispensing for obstructive airway diseases.

      Post, Pim M; Houthuijs, Danny; Sterk, Hendrika A M; Marra, Marten; van de Kassteele, Jan; van Pul, Addo; Smit, Lidwien A M; van der Hoek, Wim; Lebret, Erik; Hogerwerf, Lenny (2020-10-28)
      A nationwide population-based cross-sectional study was conducted among 7,735,491 persons, with data on the dispensing of drugs for obstructive airway diseases in the Netherlands in 2016. Exposure was based on distances between home addresses and farms and on modelled atmospheric particulate matter (PM10) concentrations from livestock farms. Data were analysed for different regions by logistic regression analyses and adjusted for several individual-level variables, as well as modelled PM10 concentration of non-farm-related air pollution. Results for individual regions were subsequently pooled in meta-analyses.
    • GGD-richtlijn medische milieukunde : Veehouderij en gezondheid

      Nijdam, R; Dusseldorp, A; Elders-Meijerink, M; Jacobs, P; Maassen, CBM; van der Lelie, S; Pasnagel, M; van Strien, R; van de Waal, N; van de Weerdt, R; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-10-27)
      De aanwezigheid van intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. De GGD'en hebben de richtlijn 'Veehouderij en gezondheid' ontwikkeld zodat ze op dezelfde manier hierover kunnen adviseren. De coördinatie van de richtlijn ligt bij het RIVM. De richtlijn beschrijft de huidige kennis over veehouderij en gezondheid. Ook geeft de richtlijn input voor gezondheidskundige adviezen voor omwonenden in verschillende situaties. Denk aan de uitbreiding of vestiging van veehouderijbedrijven, of de gebiedsinrichting van het platteland. Er is veel gezondheidswinst te behalen wanneer goed wordt nagedacht over de ruimtelijke inrichting, dus bij het opstellen van omgevingsvisies en plannen. Daarom is de GGD bij voorkeur vroeg in dit proces betrokken. De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen. Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen.
    • The shared socio-economic pathway (SSP) greenhouse gas concentrations and their extensions to 2500.

      Meinshausen, M; Nicholls, ZRJ; Lewis, J; Gidden, MJ; Vogel, E; Freund, M; Beyerle, U; Gessner, C; Nauels, A; Bauer, N; et al. (2020-10-26)
    • A multifactorial approach for surveillance of Shigella spp. and entero-invasive Escherichia coli is important for detecting (Inter)national clusters

      van den Beld, MJC; Reubsaet, FAG; Pijnacker, R; Harpal, A; Kuiling, S; Heerkens, EM; Hoeve-Bakker, BJA; Nooemen, RCEA; Hendriks, ACA; Borst, D; et al. (2020-10-26)
    • Integration of local knowledge and data for spatially quantifying ecosystem services in the Hoeksche Waard, the Netherlands.

      Paulin, MJ; Rutgers, M; de Nijs, T; Hendriks, AJ; Koopman, KR; van Buul, T; Frambach, M; Sardano, G; Breure, AM (2020-10-26)
    • Different Long-Term Duration of Seroprotection against in Adolescents and Middle-Aged Adults after a Single Meningococcal ACWY Conjugate Vaccination in The Netherlands.

      Ohm, Milou; van Rooijen, Debbie M; Bonačić Marinović, Axel A; van Ravenhorst, Mariëtte B; van der Heiden, Marieke; Buisman, Anne-Marie; Sanders, Elisabeth A M; Berbers, Guy A M (2020-10-25)
      Neisseria meningitidis is often asymptomatically carried in the nasopharynx but may cause invasive meningococcal disease, leading to morbidity and mortality. Meningococcal conjugate vaccinations induce functional protective antibodies against capsular antigens, but seroprotection wanes over time. We measured functional antibody titers five years after administration of a single dose of the meningococcal ACWY-polysaccharide-specific tetanus toxoid-conjugated (MenACWY-TT) vaccine in adolescents and middle-aged adults in the Netherlands, using the serum bactericidal antibody with baby rabbit complement (rSBA) assay. Protection was defined as rSBA titer ≥8. The meningococcal ACWY-specific serum IgG concentrations were measured with a multiplex immunoassay. Duration of protection was estimated by a bi-exponential decay model. Sufficient protection for MenC, MenW, and MenY was achieved in 94-96% of the adolescents five years postvaccination, but, in middle-aged adults, only in 32% for MenC, 65% for MenW and 71% for MenY. Median duration of protection for MenCWY was 4, 14, and 21 years, respectively, in middle-aged adults, while, in adolescents, it was 32, 98, and 33 years. Our findings suggest that adolescents, primed in early childhood with MenC conjugate vaccination, remain sufficiently protected after a single dose of MenACWY-TT vaccine. Middle-aged adults without priming vaccination show fast waning of antibodies, particularly MenC, for which protection is lost after four years.
    • Digging into Toxoplasma gondii infections via soil: A quantitative microbial risk assessment approach.

      Deng, Huifang; Exel, Kitty E; Swart, Arno; Bonačić Marinović, Axel A; Dam-Deisz, Cecile; van der Giessen, Johanna W B; Opsteegh, Marieke (2020-10-24)
    • Knowledge, attitudes, beliefs, and stigma related to latent tuberculosis infection: a qualitative study among Eritreans in the Netherlands.

      Spruijt, Ineke; Haile, Dawit Tesfay; van den Hof, Susan; Fiekert, Kathy; Jansen, Niesje; Jerene, Degu; Klinkenberg, Eveline; Leimane, Ieva; Suurmond, Jeanine (2020-10-23)
    • Do background levels of the pesticide pirimiphosmethyl in plant-based aquafeeds affect food safety of farmed Atlantic salmon?

      Berntssen, Marc H G; Hoogenveen, Rudolf; Rosenlund, Grethe; Garlito, Borja; Zeilmaker, Marco J (2020-10-20)
      The substitution of fish oil and fishmeal with plant-based ingredients in commercial aquafeeds for Atlantic salmon, may introduce novel contaminants that have not previously been associated with farmed fish. The organophosphate pesticide pirimiphos-methyl (PM) is one of the novel contaminants that is most prevalent in commercial salmon feed. In this study, the feed-to-fillet transfer of dietary PM and its main metabolites was investigated in Atlantic salmon fillet. Based on the experimental determined PM and metabolite uptake, metabolisation, and elimination kinetics, a physiologically based toxicokinetic (PBTK) compartmental model was developed. Fish fed PM had a relatively low (~4%) PM retention and two main metabolites (2-DAMP and Desethyl-PM) were identified in liver, muscle, kidney and bile. The absence of more metabolised forms of 2-DAMP and Desethyl-PM in Atlantic salmon indicates different metabolism in cold-water fish compared to previous studies on ruminants. The model was used to simulate the long term (>1.5 years) feed-to-fillet transfer of PM + metabolite in Atlantic salmon under realistic farming conditions including seasonal fluctuations in feed intake, growth, and fat deposition in muscle tissue. The model predictions show that with the constant presence of the highest observed PM concentration in commercial salmon feed, fillet PM+ metabolite levels were approximately 5 nmol kg-1, with highest levels for the metabolite 2-DAMP. No EU maximum residue levels (MRL) for PM and its main metabolites exist in seafood to date, but the predicted levels were lower than the MRL for PM in swine of 32.7 nmol kg-1.
    • How age and infection history shape the antigen-specific CD8 T-cell repertoire: Implications for vaccination strategies in older adults.

      Lanfermeijer, Josien; Borghans, José A M; van Baarle, Debbie (2020-10-20)
      Older adults often show signs of impaired CD8+ T-cell immunity, reflected by weaker responses against new infections and vaccinations, and decreased protection against reinfection. This immune impairment is in part thought to be the consequence of a decrease in both T-cell numbers and repertoire diversity. If this is indeed the case, a strategy to prevent infectious diseases in older adults could be the induction of protective memory responses through vaccination at a younger age. However, this requires that the induced immune responses are maintained until old age. It is therefore important to obtain insights into the long-term maintenance of the antigen-specific T-cell repertoire. Here, we review the literature on the maintenance of antigen-experienced CD8+ T-cell repertoires against acute and chronic infections. We describe the complex interactions that play a role in shaping the memory T-cell repertoire, and the effects of age, infection history, and T-cell avidity. We discuss the implications of these findings for the development of new vaccination strategies to protect older adults.
    • A Semi-Automated Workflow for FAIR Maturity Indicators in the Life Sciences.

      Ammar, Ammar; Bonaretti, Serena; Winckers, Laurent; Quik, Joris; Bakker, Martine; Maier, Dieter; Lynch, Iseult; van Rijn, Jeaphianne; Willighagen, Egon (2020-10-20)
    • Author Correction: Rapid SARS-CoV-2 whole-genome sequencing and analysis for informed public health decision-making in the Netherlands.

      Oude Munnink, Bas B; Nieuwenhuijse, David F; Stein, Mart; O'Toole, Áine; Haverkate, Manon; Mollers, Madelief; Kamga, Sandra K; Schapendonk, Claudia; Pronk, Mark; Lexmond, Pascal; et al. (2020-10-20)
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2020

      Hoogerbrugge, R; Geilenkirchen, GP; den Hollander, HA; Schuch, W; van der Swaluw, E; de Vries, WJ; Wichink Kruit, RJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-10-19)
      Het RIVM maakt elk jaar kaarten van de luchtverontreiniging in Nederland. Dit gebeurt voor heel veel stoffen, waaronder stikstofdioxide, ammoniak en fijnstof. Ook wordt de hoeveelheid stikstof die op de bodem en planten neerslaat, de stikstofdepositie, in kaart gebracht. Naast de jaarlijkse berekeningen maakt het RIVM verwachtingen voor 2020, 2025 en 2030. Hierbij is geen rekening gehouden met de mogelijke langetermijneffecten van de COVID-19-pandemie. De kaarten worden gebruikt om de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de stikstofdepositie in Nederland te volgen. De overheden gebruiken de kaarten om nieuw beleid te maken om de luchtkwaliteit te verbeteren en de stikstofdepositie te verminderen. Luchtverontreiniging is schadelijk voor de volksgezondheid. Te veel stikstofdepositie op natuurgebieden is schadelijk voor het aantal soorten. De kaarten worden gemaakt door metingen te combineren met modelberekeningen. Zo komen de kaarten het beste overeen met de werkelijke situatie. Stikstofdioxide- en fijnstofconcentraties De gemeten concentraties stikstofdioxide in de lucht zijn in 2019 gemiddeld iets (circa 5 procent) lager dan in 2018. Naar verwachting zullen de gemiddelde concentraties in Nederland in 2030 ongeveer 30 procent lager zijn dan de concentraties in 2019. Deze concentraties dalen iets minder dan vorig jaar, werd verwacht. Dit komt vooral doordat de verkeersemissies naar verwachting minder zullen dalen. De gemeten concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) waren in 2019 ook iets lager dan in 2018 (ongeveer 7 procent en 13 procent). De verwachting is dat de gemiddelde berekende Nederlandse concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) in de komende tien jaar nog ongeveer 13 respectievelijk 20 procent dalen. Ammoniakconcentraties en stikstofdepositie Ammoniak in de lucht levert een belangrijke bijdrage aan de hoeveelheid stikstof die uiteindelijk op de bodem en planten neerslaat. De concentraties ammoniak in de lucht zijn daarom een graadmeter voor de hoeveelheid ammoniak die neerslaat. De gemeten concentraties ammoniak in de lucht zijn in 2019 ongeveer 12 procent lager dan in 2018. In 2018 waren de concentraties door de weersomstandigheden overigens hoger dan normaal De gemiddelde stikstofdepositie op het totale Nederlandse landoppervlak was in 2019 circa 7 procent lager dan in 2018. De verwachting, vanuit het huidige beleid, is dat deze stikstofdepositie in Nederland tot 2030 met ongeveer 15 procent zal dalen. De stikstofdepositie is vooral van belang in de Natura 2000- gebieden. De gemiddelde daling tussen 2019 en 2030, in de Natura 2000- gebieden op het Nederlandse landoppervlak, is ook ongeveer 15 procent.
    • Exploring the Team Climate of Health and Social Care Professionals Implementing Integrated Care for Older People in Europe.

      MacInnes, Julie; Gadsby, Erica; Reynolds, Jillian; Mateu, Nuri Cayuelas; Lette, Manon; Ristl, Christina; Billings, Jenny (2020-10-19)
      Team climate describes shared perceptions of organisational policies, practices and procedures. A positive team climate has been linked to better interprofessional collaboration and quality of care. Most studies examine team climate within health or social care organisations. This study uniquely explores the team climate of integrated health and social care teams implementing integrated care initiatives for older people in thirteen sites across seven European countries, and examines the factors which contribute to the development of team climate.
    • Rebuttal to the letters to the editors by Terry et al. and Sewell et al. regarding.

      Heringa, Minne B; Cnubben, Nicole H P; Slob, Wout; Pronk, Marja E J; Muller, Andre; Woutersen, Marjolijn; Hakkert, Betty C (2020-10-19)