Vaccine-induced antibody responses in relation to season
Citations
Series / Report no.
Open Access
Type
Language
Date
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Title
Translated Title
Published in
Abstract
The effect of season on the antibody response after Hepatitis B (HB), Measles and Rubella vaccination in humans was investigated. In view of the immunosuppressive effects of ultraviolet radiation (UVR), especially the B-waveband (UVB), it was hypothesised that a lower antibody response after vaccination procedures that were started in summer might be detectable. IgG assessments and dates of vaccination were available 1. from a survey on the formation of anti-HB antibodies (anti-HBs) after vaccination to HB among paramedical students in Utrecht, 2. from an experimental study on the effect of artificial UVB on the immune response to HB vaccine, and 3. from a cross-sectional serosurveillance study on various vaccinations in a random sample of the Dutch population. In the surveys on HB the antibody formation in the course of a standard HB vaccination procedure (Engerix-B, SB; standard 0, 1, 6 months) was analysed by season of first vaccine injection. In the serosurveillance study the anti-Measles and anti-Rubella IgG titers in children who were aged 2-7 years at the time of the survey, and who had received their Mumps-, Measles-, Rubella-vaccination only once (MMR-1, at 14 months of age) were analysed by age and season. The data from the survey among paramedical students indicated a slightly retarded antibody response during vaccinations that were started in a sunny season. However, this finding was not consistently found after breaking down the data by calendar year and at the end of the procedure equal levels of anti-HBs were found. In the other surveys no seasonal influences on the formation of antibodies could be established. These data support the hypothesis of a reduced immunoprotection due to high ambient UVR during sunny season only to a limited extent. The study design may have been too crude with respect to both personal differences in exposure and susceptibility to UVR and the immune responses following immunisation for demonstrating the postulated effect of UVR. An advice for the general population to avoid the starting of a vaccination procedure during sunny season appears to be premature at present.
Het effect van seizoen op de vorming van antistoffen na vaccinatie tegen hepatitis B, mazelen en rubella werd onderzocht. Gezien de immunosuppressieve effecten van ultraviolette straling, met name de B-fractie (UVB), was de hypothese dat vaccinaties in de zomer gevolgd worden door relatief lage titers. IgG bepalingen en datums van vaccinatie waren beschikbaar uit diverse bronnen: 1. uit een observationeel onderzoek naar de opbouw van immuniteit na vaccinatie tegen hepatitis B in een groep paramedische studenten in Utrecht, 2. uit een experimentele studie naar het effect van kunstmatige UVB belichting op de opbouw van immuniteit na vaccinatie tegen hepatitis B, 3. uit een transversaal sero-surveillance onderzoek waarbij in een random sample van de Nederlandse bevolking de antistoftiters tegen diverse vaccinaties bepaald werden. In de hepatitis B-onderzoeken werd de antistofvorming zoals gevolgd in de loop van een standaard vaccinatie protocol (Engerix -B, SB; 0, 1, 6 maand) naar seizoen van eerste vaccin injectie geanalyseerd. In het sero-surveillance onderzoek werden de anti-mazelen en anti-rubella antistoftiters in kinderen in het leeftijdstraject 2-7 jaar naar seizoen van eerste vaccin injectie en leeftijd geanalyseerd. Deze kinderen hadden op het moment van bloedafname 1 keer hun bof-, mazelen-, rubella vaccinatie (BMR) op de leeftijd van 14 maanden ontvangen. De gegevens uit het onderzoek onder paramedische studenten lieten een licht vertraagde antistofvorming zien gedurende vaccinaties die in een zonnig seizoen waren begonnen. Echter, een seizoensverschil consistent in de loop van meerdere kalenderjaren werd niet gezien en aan het eind van het vaccinatie protocol waren er geen seizoensverschillen in mate van protectie. In de andere onderzoeken werden geen seizoensverschillen in antistoftiters gevonden. Deze gegevens ondersteunen de hypothese van verminderde immunoprotectie door een hoog niveau van UVB blootstelling in de zomer slechts ten dele. In een fijnmaziger onderzoek, waarin rekening wordt gehouden met verschillen in persoonlijke blootstelling en gevoeligheid voor UVB, zouden eventuele subtiele effecten wellicht duidelijker aan het licht kunnen treden. Een advies voor de algemene bevolking om vaccinaties in een zonnig seizoen te vermijden, is op grond van deze bevindingen prematuur.