Loading...
Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2006
Citations
Altmetric:
Series / Report no.
RIVM rapport 210261003
RIVM rapport 210261003
RIVM rapport 210261003
Open Access
Type
Report
Language
en
Date
2007-11-26, 2007-11-26
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Title
Sexually transmitted infections, including HIV, in the
Netherlands in 2006
Translated Title
Seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland
in 2006
Published in
Abstract
The nationally covered low threshold STI centres offering STI care
targeted at high risk groups, provide surveillance data to monitor
national trends in STI, including HIV. In 2006, chlamydia remained the
most commonly diagnosed bacterial STI in the Netherlands in the STI
centres, in spite of stabilizing trends in MSM and heterosexual men. The
majority of chlamydia diagnoses were made in young heterosexuals. The
decreasing trend in diagnoses of gonorrhoea (in heterosexuals) and
syphilis continued further in 2006. Both infections were most prevalent
among MSM. Additionally, a new increase in LGV diagnoses was observed
among MSM, indicating that continued awareness is needed. As of June
2007, a cumulative total of 13,086 HIV cases, under medical care, had
been recorded in the Netherlands. In 2006, 871 new cases were recorded
in the national HIV registry of the HMF. The proportion of MSM among HIV
cases reporting for care increased again in 2006. Concurrent STI were
often diagnosed among HIV positive MSM visiting STI centres. Continuing
STI and HIV transmission in this high risk group warrants intensified and
innovative interventions. As in previous years, specific ethnic
minorities (for instance from Surinam, the Netherlands Antilles and
Aruba) had higher positivity rates for genital chlamydial infection,
gonorrhoea and syphilis (heterosexual men) than autochthonous Dutch,
indicating the need for targeted intervention by risk profile.
Furthermore, the majority of HIV infected heterosexuals entering in care,
reported to have acquired their infection abroad. In 2006, the
percentage of ciprofloxacin resistance in gonococci further increased up
to 38% (among MSM 45 %). So far, resistance to cephalosporins, current
recommended first line therapy, has not yet been recorded. Alertness
remains indicated.
De landelijk dekkende soa-centra waar voor hoogrisicogroepen een laagdrempelige aanvullende curatieve soazorg wordt geboden, vormen de basis van de nationale soa surveillance. Ook in 2006 was chlamydia de meest gediagnosticeerde bacteriele soa in de soa-centra. Het percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen en bij mannen die seks hebben met mannen (MSM),stabiliseerde in 2006. Chlamydia werd het meest gediagnosticeerd bij heteroseksuele jongeren. Het aantal gonorroe- en syfilisdiagnoses nam verder af in 2006. Beide infecties werden het meest gediagnosticeerd bij MSM. Daarnaast nam vanaf juli 2006 het aantal LGV-diagnoses onder MSM weer toe wat aangeeft dat continue alertheid hiervoor nodig blijkt. In juni 2007 waren in totaal 13.086 personen met hiv in Nederland geregistreerd. In 2006 zijn 871 nieuwe hiv-infecties gerapporteerd in de nationale hiv-registratie bij de Stichting HIV Monitoring. Het aandeel van MSM onder nieuw gerapporteerde hiv-infecties nam in 2006 verder toe. In de soa-centra werden soa vaak gediagnosticeerd bij hiv-positieve MSM. Zowel in preventie als interventie zijn innovatieve methoden nodig om de continue soa- en hiv-transmissie in deze hoogrisicogroep te verminderen. Ook onder bepaalde etnische groepen in Nederland (onder andere afkomstig uit Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba) komt relatief vaker chlamydia, gonorroe en syfilis (alleen heteroseksuele mannen) voor dan onder autochtone Nederlanders, wat aangeeft dat preventie gericht op specifieke groepen essentieel is. De meerderheid van de heteroseksuelen met hiv rapporteerde de hiv-infectie te hebben opgelopen in het land van herkomst. Migratie blijft daarom een belangrijke risicofactor, ondanks een dalend aandeel in de nieuw gerapporteerde hiv-infecties. In 2006 nam het percentage ciprofloxacineresistente gonokokken verder toe tot 38% (onder MSM 45 %). Tot nu toe is er geen resistentie aangetoond tegen cefalosporines, de huidige eerste keus behandeling. Waakzaamheid blijft geboden.
De landelijk dekkende soa-centra waar voor hoogrisicogroepen een laagdrempelige aanvullende curatieve soazorg wordt geboden, vormen de basis van de nationale soa surveillance. Ook in 2006 was chlamydia de meest gediagnosticeerde bacteriele soa in de soa-centra. Het percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen en bij mannen die seks hebben met mannen (MSM),stabiliseerde in 2006. Chlamydia werd het meest gediagnosticeerd bij heteroseksuele jongeren. Het aantal gonorroe- en syfilisdiagnoses nam verder af in 2006. Beide infecties werden het meest gediagnosticeerd bij MSM. Daarnaast nam vanaf juli 2006 het aantal LGV-diagnoses onder MSM weer toe wat aangeeft dat continue alertheid hiervoor nodig blijkt. In juni 2007 waren in totaal 13.086 personen met hiv in Nederland geregistreerd. In 2006 zijn 871 nieuwe hiv-infecties gerapporteerd in de nationale hiv-registratie bij de Stichting HIV Monitoring. Het aandeel van MSM onder nieuw gerapporteerde hiv-infecties nam in 2006 verder toe. In de soa-centra werden soa vaak gediagnosticeerd bij hiv-positieve MSM. Zowel in preventie als interventie zijn innovatieve methoden nodig om de continue soa- en hiv-transmissie in deze hoogrisicogroep te verminderen. Ook onder bepaalde etnische groepen in Nederland (onder andere afkomstig uit Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba) komt relatief vaker chlamydia, gonorroe en syfilis (alleen heteroseksuele mannen) voor dan onder autochtone Nederlanders, wat aangeeft dat preventie gericht op specifieke groepen essentieel is. De meerderheid van de heteroseksuelen met hiv rapporteerde de hiv-infectie te hebben opgelopen in het land van herkomst. Migratie blijft daarom een belangrijke risicofactor, ondanks een dalend aandeel in de nieuw gerapporteerde hiv-infecties. In 2006 nam het percentage ciprofloxacineresistente gonokokken verder toe tot 38% (onder MSM 45 %). Tot nu toe is er geen resistentie aangetoond tegen cefalosporines, de huidige eerste keus behandeling. Waakzaamheid blijft geboden.
Description
Publisher
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM